Blog: Negatieve gedachten aanvechten

De eerste dagen na de geboorte van m’n dochter waren zoals je altijd hoort, een combinatie van liefde, onzekerheid en ook fysieke pijn. Urenlang staarde ik naar haar, vol ongeloof dat ze er was. Maar ik merkte in die dagen ook dat ik vaak dacht aan de verschrikkelijkste dingen die met haar konden gebeuren. Wat als ik haar op de grond liet vallen? Ze van de commode rolde? De kinderwagen niet goed was uitgeklapt? 

Ik zag het allemaal als flitsen voor me, geen grootse scènes die zich in gedachten afspeelden. En ik snapte niet waarom dit maar terug bleef komen. Als ik ‘s nachts niet kon slapen omdat m’n dochter geluiden lag te maken, of omdat m’n hoofd m’n bevalling aan het verwerken was, sprak ik mezelf toe om de gedachten niet toe te laten. Niet die kant op gaan, sommeerde ik mezelf regelmatig, als ik weer iets verschrikkelijks voor me zag. 

Maar telkens leek het alsof m’n hoofd me toch weer die kant op stuurde. En niet alleen ‘s nachts, maar op allerlei momenten van de dag. En nog steeds, na zeven maanden, betrap ik mezelf soms op de gedachten. Op straat, met verkeer om ons heen, zie ik soms voor me wat er allemaal zou kunnen gebeuren. En ook thuis zijn er genoeg gevaren te vinden, al ben ik het vaak ook zelf die in die gedachten de hoofdrol speelt.

Pas sinds kort weet ik dat ze een naam hebben, en veel voorkomen. Intrusies zijn het, leerde How About Mom me in een artikel dat in januari online kwam. Amerikaans onderzoek toonde aan dat 91 procent van de moeders en 88 procent van de vaders negatieve gedachten en beelden hebben over hun pasgeborene. Wetenschappers zien het als een soort waarschuwing waarbij je denkt aan wat je niet wil dat er gebeurt, waarna je hersenen er een voorstelling bij maken. 

Na het lezen van dat bericht, voel ik een gevoel van opluchting. Ik ben dus niet de enige, is het eerste wat ik denk. Eindelijk snap ik dat mijn hoofd iets doet wat veel ouders zullen herkennen. Of ik er blij mee ben, dat betwijfel ik. Leuk, zo’n brein dat mijn horrorscenario’s levendig in beeld brengt. Maar nu ik ervan weet, voelt het allemaal wat rustiger. Maak ik me er minder zorgen over. En kan ik het beter ‘wegdenken’. 

Ik gok dat er altijd wel een gevoel van angst zal blijven rondzingen in m’n hoofd, dat kan ook niet anders als je voor een klein en lief mensje moet zorgen. Maar het voelt nu alsof ik iets meer vertrouwen heb in mezelf. Die gedachten zijn immers maar gedachten. In de praktijk gaat het hartstikke goed. 


Meike is freelance redacteur uit Amsterdam, ze schrijft veel over zorg en onderwijs. Ze woont samen met haar vriend Mark, een designer. Op 10 september zijn ze voor het eerst ouders geworden van Poppy.