Renske: “EMDR therapie hielp me de bevalling te verwerken”

Renske beviel in mei 2018 van tweeling Jan en Maas. Haar bevalling – die op een natuurlijke manier begon en uiteindelijk eindigde in een spoedkeizersnede – was een traumatische ervaring, waar ze met EMDR-therapie uiteindelijk mee om kan gaan. “Ik beleefde tijdens EMDR-therapie het moment weer helemaal terug. Traumatische herinneringen kunnen letterlijk in elke vezel van je lijf wordt opgeslagen.”

Renske is de moeder van dochter Guusje (2016) en zoons Jan en Maas (2018). “Met een tweeling waren de kraamweken sowieso anders dan bij ons eerste kindje. Vanaf de geboorte van de tweeling zijn er heel veel zorgen, en zat ik in een overlevingsstand. De focus lag bij de kinderen, en dat is ook logisch, maar je eigen herstel als vrouw is ook zo belangrijk.”

“Schouders eronder, niet piepen en gewoon maar doorgaan, hoorde ik van iedereen. Terwijl ik mezelf steeds verder voelde afglijden. Op een gegeven moment wist ik het niet meer hoe ik alles moest bolwerken. Ik was verdoofd, voelde helemaal niets meer.”

Renske trekt gelukkig zelf aan de bel. Ze komt via de huisarts terecht bij een psychologiepraktijk die ook EMDR-therapie aanbiedt. “Mijn psycholoog gaf bij het eerste gesprek aan: ik zie echt een noodsituatie, je hebt heel snel EMDR nodig om het trauma rond je bevalling te kunnen verwerken.”

Therapie

EMDR staat voor eye movement desensitization and reprocessing. Het is een behandeling n die psychologen kunnen geven bij trauma. Bij EMDR-therapie wordt de traumatische gebeurtenis teruggehaald en gecombineerd met bepaalde oogbewegingen en/of geluiden (piepjes), waardoor die gebeurtenis langzaam minder emotioneel geladen en krachtig wordt. Vaak zijn een aantal van deze sessies voldoende om de posttraumatische stressstoornis en het trauma te genezen.

“Door de behandelingen bij de psycholoog ben ik gaan inzien dat mijn bevalling van Jan en Maas een traumatische gebeurtenis is geweest. Mijn bevalling zou worden ingeleid en eenmaal in het ziekenhuis kwamen de weeën op. Ik ben toen gaan douchen om de weeën op te vangen. Intussen werd via een draadloos ECG-apparaat de hartslag van de baby’s in de gaten gehouden.”

“Toen ik net uit de douche stapte, kwam iemand van het ziekenhuispersoneel de kamer binnen. ‘De hartslag van baby A is te laag’, hoorde ik. Toen voelde ik de paniek opzetten. Voor ik het wist, werd de apparatuur voor een echo binnengereden in de kamer, en daarmee stond ook een heel team in de kamer: de gynaecoloog, verpleegkundigen en arts-assistenten.”

Van bed naar brancard

Uiteindelijk zitten er slechts 25 minuten tussen het moment waarop de gynaecoloog de beslissing ‘spoedkeizersnede’ maakt, en het moment waarop de tweeling werd geboren. “Ik werd klaargemaakt voor de operatie: mijn sieraden werden afgedaan, er werd een katheter ingebracht, en ik lag daar. Binnen een tijdsbestek van enkele minuten ging ik van liggend in bed naar een brancard, en van een brancard naar operatietafel. Ik had geen idee wat er ging gebeuren, en wat ik kon verwachten bij een spoedkeizersnede. Daar had ik me nooit op voorbereid. Ik klampte me vast aan de verpleegkundige die op dat moment dienst had. Zij liep met me mee tot de operatiekamer.”

Op weg naar de operatiekamer loopt de verpleegkundige een collega tegen het lijf, die Renske’s bed overneemt naar de OK. “‘Ik kom er net vandaan, ik neem het over’, zei die verloskundige in de gang tegen haar collega. Ze zag mij niet, ze hoorde mij niet. Ik voelde me totaal over het hoofd gezien. Ik had geen verloskundige die me begeleidde. Doordat ik met de tweeling in een medische bevallingstraject zat, had ik geen persoonlijke verloskundige of verpleegkundige. Eenmaal in het ziekenhuis had ik te maken met het verplegend personeel dat dienst had.”

Wat voor Renske uiteindelijk een traumatische ervaring is geweest, is de snelheid waarmee ze naar de operatiekamer gebracht werd, terwijl haar weeën doorgingen, en de ruggenprik die met spoed werd gezet. “Om de ruggenprik te moeten zetten moesten de artsen en verpleegkundigen mij voorover buigen. Maar heel mijn lijf schreeuwde dat ik niet naar voren kon.”

“Ik kon niet overeind én ik wist me geen raad met mijn weeën die ik op wilde vangen. En om die op te kunnen vangen wilde ik juist achterover leunen, terwijl het OK-team mij forceerde voorovergebogen te zitten, over een te bolle buik met twee babies en weeën. Ik voelde me niet gehoord en wist me geen raad. Ondertussen forceerden ze mij in deze houding zodat de ruggenprik gezet kon worden.”

Hyperventileren

Al tijdens de eerste EMDR-sessie bij de psycholoog merkt Renske hoeveel effect het trauma van maanden geleden nog op haar heeft. “Wat er met mijn lichaam gebeurde vond ik heel heftig om te merken. Ik beleefde dat moment in de operatiekamer weer terug. Ik merkte hoe dat trauma letterlijk in je vezels wordt opgeslagen: ik voelde tintelen, begon te hyperventileren en raakte weer in paniek. Dat is hoe je lichaam omgaat met een trauma, hoe het herinneringen opslaat, zei mijn psycholoog.”

In de dagen na de EMDR-tweede sessie wordt Renske overvallen door een vloedgolf aan emoties. “Dagenlang huilde ik. Mijn vriend wist niet wat mij en hem overkwam. Tegelijkertijd was ik heel dankbaar voor die vloedgolf aan emoties. Ik kon het verdriet er laten zijn, het mocht er zijn, naast alle gedachtes en emoties die ik al had rond de geboorte de jongens.”

Accepteren

“Als ik terugkijk op de weken en maanden na de bevalling, ik het alsof ik een bal onder water wilde duwen, steeds dieper en verder weg. Dat ging niet meer. Die bal schoot naar boven, hoe ver je hem ook naar beneden probeert te duwen.”

“De gesprekken met de psycholoog en de EMDR-therapie hebben me doen inzien dat ik mag omarmen hoe heftig dit is geweest. Ik mag omarmen hoe ik me heb gevoeld en nu nog steeds soms voel, en dat geeft me heel veel ruimte in mijn hoofd. Ik kan letterlijk weer helder nadenken, het voelt alsof de mist is mijn hoofd is weggetrokken.”

“Ik kan nu objectief terugkijken naar het moment dat de beslissing werd gemaakt ‘het wordt een spoedkeizersnede’ zonder dat ik enig gevoel had deel uit te maken van die beslissing. Terwijl het mijn lijf is. Ook na afloop werd er niet meer teruggeblikt naar hoe de bevalling is verlopen en ervaren door mij. De kindjes kregen direct de zorg die ze nodig hadden, mijn partner ging mee, en ik lag daar op de operatiekamer en later op de uitslaapkamer. Dichtgenaaid en wel, bij te komen van wat er zojuist was gebeurd, overvallen door pijn en als bonus nog aan een infuus met oxytocine om weeën aan te maken, want mijn baarmoeder moest nog op ‘natuurlijke’ wijze krimpen.”

“Er is niemand die in de dagen daarna gevraagd heeft, hoe was dit voor jou? Hoe gaat het met je? Op dag vijf werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Toen kwam er wel een maatschappelijk werkster vanuit het ziekenhuis lang om te vragen hoe het ging. Zij gaf aan het het goed zou zijn om met iemand te gaan praten.”

“Uiteindelijk bleek dat ik – omdat ik al ontslagen was – als ‘logeermoeder’ in het ziekenhuis geen recht meer had op deze hulp. Officieel was ik uitbehandeld, en dus was psychologische hulp via het ziekenhuis niet meer mogelijk. Ik heb nog wel een nagesprek gehad met een andere gynaecoloog dan degene die mijn bevalling begeleidde, want die gynaecoloog was die dag niet aan het werk. Maar ik wist toen nog niet hoe ver het ging en hoe diep ik in de put zou zitten in de maanden die volgden.”

“Waarom ben je dan niet gelukkig?”

Zelfs in mijn directe omgeving voel ik dat ik me soms moet verantwoorden over hoe en waarom ik mij dan zo voel, en de rollercoaster waar ik afgelopen maanden in heb gezeten. Dat maakt me boos en eenzaam, als een bekende zegt niet te begrijpen waarom ik ‘zo ben’, omdat ik toch alles heb? Natuurlijk, iedere moeder zet haar schouders eronder en heeft alles over voor haar kinderen. Maar ik zou wel veel meer steun wensen voor andere moeders. Voel je veilig jouw emoties en verhaal te delen. Wees eerlijk. We zouden elkaar enorm kunnen steunen daarmee. Daarom deel ik ook mijn ervaring.”