91% van de moeders heeft last van intrusies

Wat zou er gebeuren als ik met mijn baby van de trap val? Overleeft hij zo’n val? Wat als mijn kind onder water houd in het badje? Of de kinderwagen loslaat bij een druk kruispunt? Dit soort enge, gekke gedachten kunnen soms in je hoofd opkomen als je moeder bent geworden. Hoewel veel moeders erg schrikken van deze gedachten, is het goed om te weten dat heel veel nieuwe moeders en vaders weleens dit soort gedachten of beelden hebben. Er is zelfs een naam voor.

Die negatieve gedachten of beelden, die zich op onverwachte momenten opdringen en uit het niets lijken te komen, kunnen zeer beangstigend en verontrustend zijn. Ze worden ook wel ‘intrusies’ genoemd. We willen je geruststellen: negatieve gedachten of beelden komen bij heel veel nieuwe vaders en moeders voor. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat 91 procent van de moeders en 88 procent van de vaders negatieve gedachten en beelden over hun pasgeborene hadden. Het is goed om je te realiseren dat het dus normaal is om af en toe een intrusie te hebben. Wetenschappers denken dat je deze gedachtes kunt zien als een soort waarschuwing. Je denkt iets wat je niet zou willen en je hersenen maken daar een voorstelling bij. Je wilt je kindje juist beschermen tegen vallen, ongelukken of verdrinkingen.

Uit onderzoek blijkt ook dat de de enorme verantwoordelijkheid die ouders voelen om hun pasgeborenen in leven te houden, verontrustende gedachten kan oproepen over het schaden van je baby. Vooral tijdens de eerste zes maanden met een pasgeborene. En als jij van jezelf angstig bent aangelegd, kan het zijn dat je deze gedachten vaker hebt dan andere moeders.

“Ik zie veel moeders in mijn praktijk die worstelen met intrusies”, vertelt Tilda Timmers, therapeut en eigenaresse van FrouFrou Begeleiding. “Als je niet weet wat intrusies zijn, kan het heel overweldigend en beangstigend zijn om dit soort gedachten te hebben. Veel moeders praten er niet over uit schaamte en schuldgevoel. Ook ik was zo’n mama toen ik net was bevallen voor de eeste keer. Ik durfde het met niemand te bespreken en de intrusies werden steeds erger. Het was een negatief sneeuwbaleffect wat zijn weerga niet kende. Pas toen ik er over begon te praten met mijn toenmalige therapeut, leerde ik dat deze intrusies mij niet definiëren als moeder. Dat dit soort gedachten een waarschuwingssysteem zijn vanuit mijn brein en ik er juist alles aan wilde doen om te voorkomen dat mijn kindje iets overkwam. Toen viel er een enorme last van me af en viel het kwartje: ik ben juist een hele goede moeder voor mijn dochtertje. “

Je bent niet jouw gedachte

Je kunt behoorlijk schrikken van je eigen gedachten en je er voor schamen. Daarom is het belangrijk om te weten: je bent niet je gedachten. Bijna ieder mens heeft wel eens negatieve, gekke of bizarre gedachten. Het lastige van instrusies is dat je je extra zorgen kunt gaan maken. Als jij het beeld voor je hebt dat je kindje in bad verdrinkt, kun je enorme stress ervaren en je een slechte moeder voelen. Je kunt je gedachten verkeerd interpreteren: als onheilspellende signalen over jouw capaciteiten als moeder.

Je bent geen slechte moeder als je dit soort gedachten hebt. Juist met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en behoefte om het goed te doen, kun je als nieuwe moeder veel vaker ‘last’ hebben van intrusies. Dat maakt je geen slechte moeder, maar juist een zorgzame, goede en verantwoordelijke moeder.

Wat kun je doen bij intrusies?

Voor ouders die last hebben van hun opdringerige gedachten, kunnen bepaalde oefeningen de angst of onzekerheid verminderen die intrusies kunnen veroorzaken. Mindfulness oefeningen kunnen helpen om gedachten te observeren en ‘los’ te laten. Je kunt een gedachte ook hardop uitspreken – zo vaak als nodig – om te merken dat het ‘slechts’ een gedachte is en niet iets wat jij echt wilt of doet. Praat erover met anderen. Dan zul je merken dat heel veel vriendinnen en moeders dit herkennen. Ook als je je schaamt voor je gedachten. Als je last hebt van intrusies is het belangrijk om hierover te praten met iemand die je vertrouwt. Als de intrusies dwangmatig zijn, ze ervoor zorgen dat je niet goed kunt functioneren of niet voor jezelf of je baby kan zorgen, of als de intrusies een obsessief karakter krijgen, bespreek dit dan met een hulpverlener zoals je huisarts of verloskundige.

Tilda”: “Vandaag de dag help ik veel moeders in mijn praktijk die ook worstelen met deze intrusies. Je ziet de opluchting op hun gezichten, als ze zich realiseren dat ze niet gek aan het worden zijn of dat ze geen slechte moeder zijn. Het zijn “maar” gedachtes en ze gaan weer voorbij. Hoe heftig deze gedachten ook zijn. Weet dat er hulp is, als je hier niet alleen uitkomt. Je kan me mailen als je behoefte hebt aan ondersteuning.”