Momtalk: Ajgul

Ajgul Agayeva (‘90) is de moeder van tweeling Eshgin en Lenn (‘18) en van Sev (‘21). Ze woont samen met haar drie zoons en liefde Matthijs in Leiden. Ajgul vertelt open over haar depressie na de geboorte van haar eerste twee kindjes en de emoties die een tweede, ongeplande, zwangerschap bij haar losmaakte. “Inmiddels heb ik via de harde weg geleerd dat het net zo belangrijk is dat ik goed voor mezelf zorg, dat ik mezelf niet hoor weg te cijferen.”

Een moeder van drie zonen: zag jij het vroeger ook zo voor je?

“Absoluut niet! In mijn dromen, fantasieën en gedachten zag ik altijd alleen maar een meisje voor me. Ik wilde ook heel erg graag een meisje, daar ben ik eerlijk voor uitgekomen. Ik moest echt compleet omschakelen toen we hoorden dat het een jongen werd. Ik dacht: dit is mijn laatste zwangerschap, mijn laatste kans.”

Hoe gaat het nu met je?

“Goed, ik ben zo aan het genieten van deze kraamtijd. Het is compleet anders dan met de jongens. Enerzijds ben je zelf al veel meer gewend aan het moederschap en maak je je niet meer zo druk. Anderzijds is Sev ook een ontzettend rustige en zoete baby, eentje waar ik me weinig zorgen over hoef te maken.”

Hoe was dat de eerste keer?

“Tijdens de zwangerschap van de jongens voelde ik me mentaal en fysiek heel sterk, ook al ging het niet goed met de jongens in mijn buik. Na de zwangerschap viel ik een gat, het ging niet goed met me. Nu is het precies andersom: ik heb me de hele zwangerschap niet goed gevoeld en sinds Sev er is voel ik me eindelijk goed. Alsof ik mezelf heb teruggevonden, of eigenlijk: mijn nieuwe versie heb gevonden. Een versie die ik volledig heb geaccepteerd.” 

Waarom voelde je je tijdens de zwangerschap niet goed?

“Ik had de zwangerschap van Sev niet verwacht. Ik dacht in mijn hoofd: misschien is dit het wel. Eshgin, Lenn, Matthijs en ik, dit is ons leventje. Ik was ook bang, bang dat ik het niet aan kon, nog een kindje erbij. Geestelijk en lichamelijk. Vlak voordat ik zwanger raakte voelde ik me sinds een hele lange tijd eindelijk weer goed. Ik had weer zin om dingen te gaan doen, om te gaan werken. Toen kwam corona, niet lang daarna ontdekte ik dat ik weer in verwachting was. 

Tijdens de eerste golf leefde we heel geïsoleerd, we zagen niemand. Op dat moment in verwachting raken, terwijl je dat eigenlijk niet wilt, is intens. Pas toen ik negentien weken zwanger was hebben we het aan mijn ouders verteld. Ik vond het geen leuk nieuwtje, niets bijzonders of feestelijks, ik wilde al helemaal niet de vrolijke reacties van andere mensen horen. Achteraf gezien had ik het eerder moeten vertellen, want er viel ook een last van mijn schouders. De blije reacties waren ook fijn, het maakte de boel een stukje lichter. 

Niet lang daarna zijn we voor twee weken naar Bakkum gegaan, waar we met z’n vieren sliepen in een stacaravan. Dat heeft mij zo goed gedaan. Heerlijk in de natuur, de jongens dolgelukkig. Even back to basic met z’n allen. ‘s Avonds als Eshgin en Lenn sliepen, bleven wij buiten kletsen. In de laatste week had ik een fotoshoot gepland. Een visagiste maakte mij op en voor het eerst in lange tijd voelde ik me weer eens echt mooi. De shoot vond ‘s ochtends vroeg plaats. Langzaam kwam de zon op en bracht overal licht. Ik voelde me precies hetzelfde, ik zag het eindelijk allemaal wat zonniger in. Ik herinner me dat echt als een keerpunt. 

De foto’s van die ochtend zijn ook de foto’s waarmee we een paar dagen later op Instagram mijn zwangerschap aankondigde. Het was heel erg fijn om er geen geheim meer van te hoeven maken, maar ik merkte ook dat ik mijn echte gevoelens niet met iedereen kon delen. Een kinderwens hebben en zwanger worden is heel bijzonder. Het is niet vanzelfsprekend. Dat neemt niet weg dat ik ook recht heb op mijn emoties. Ik kan mijn gevoelens niet uitzetten. Ik was niet gelukkig met mijn zwangerschap, omdat ik twijfelde of ik het nog een keer aan kon.”

Waarom twijfelde je of je het wel aan kon?

“Tijdens de zwangerschap bleek het niet goed te gaan met de jongens. Ze kregen het transfusie syndroom (TTS), een zeldzame aandoening die te maken heeft met het delen van een placenta. Ze zijn daarnaast te vroeg geboren, met 34 weken en 5 dagen. Ziekenhuis in en uit, de zorgen voor de jongens, de angst om iemand kwijt te raken, de onzekerheid: het brak me op. Ik kon nauwelijks op mijn benen staan. Hoewel de jongens het allebei hadden overleefd, voelde ik me intens verdrietig. Alsof ik wel een kindje was verloren, ik was in diepe rouw. Zelfs nadat de jongens er allebei gezond en wel waren, bleef ik bang voor TTS. Dat kon niet eens meer, het is een ziekte tijdens je zwangerschap, maar ik kon het woord niet eens horen of uitspreken.

Als mensen me vroegen hoe het ging zei ik wel “zwaar”, maar ze hadden geen idee dat ik bijna kopje onder ging. In de weken na de bevalling kwam er bij ons thuis een fysiotherapeute voor de jongens. Ze zag mij met de jongens en merkte dat het niet goed ging. Heel laagdrempelig begon ze aan me te vertellen over hulp zoeken, haar ervaring bij andere moeders en praten met een psycholoog. Dankzij haar besloot ik ook hulp te zoeken. Ik kreeg een doorverwijzing en schreef me in bij de psycholoog, maar helaas moest ik vier maanden wachten tot ze plek had. Die vier maanden wachten waren heftig. Alsof ik aan het verdrinken was en de reddingsbrigade het wel zag, maar niets voor me kon doen. Uiteindelijk startte de behandeling bij een hele fijne vrouw en kreeg ik van haar onder andere EMDR-therapie. Ik werd doorverwezen naar een psychiater, maar ook daar kwam ik op een wachtlijst terecht. Weer volgende maanden van wachten. Mijn dagen waren pikzwart, ik voelde helemaal niets. Mijn beste vriendin ging trouwen, ik voelde niets. Ik genoot wel van de jongens, maar ik voelde me ook heel vlak. Uiteindelijk kreeg ik medicatie, antidepressiva, en dat sloeg godzijdank goed aan. Zo begon ik langzaam maar zeker op te krabbelen uit het dal.”

Hoe hebben jullie je hier samen doorheen geslagen?

“Ik gaf Matthijs van alles de schuld. Tien keer per week dacht ik: ik ga bij je weg. Ik was altijd boos op hem, hij kon niets goed doen. Ik kon niet met hem communiceren en deed dat ook niet. We leefden met z’n vieren op vijftig vierkante meter, we deelden 1 slaapkamer en 1 woonkamer. Hij wisselde ondertussen ook nog van baan. Het is een wonder dat Matthijs bij me is gebleven, ik vind dat heel bijzonder. Matthijs vindt het geen wonder, maar vanzelfsprekend. Hij zegt dat hij wist hoe zwaar ik het had en dat hij zich vooral zorgen maakte om mij, niet om onze relatie.

Ik besef nu eindelijk pas hoe belangrijk het is voor ons om ook tijd met z’n tweeën te hebben. Dat hadden we die eerste twee jaar eigenlijk niet. We zijn samen een nachtje naar Antwerpen gegaan en dat was geweldig. We kwamen opgeladen en vol liefde weer thuis.”

Heb je het gevoel dat je je angsten en gevoelens nu onder controle hebt?

“Toen Sev laatst verkouden was, merkte ik: ik ben er nu de baas over, maar de angst is er wel. Als er iets is met mijn kindjes of met mijzelf, dan kan ik heel snel weer terugvallen in het doemdenken, in de zwarte scenario’s voor ogen halen. Als ik zelf niet fit ben, dan ben ik ook niet sterk genoeg om tegen mezelf te zeggen: hou op met die gedachten, zoek afleiding. Vroeger duurde die angst soms dagenlang, mijn lijf stond dan volledig op spanning. Nu duurt het maximaal een paar uurtjes. Ik gebruik nog steeds medicatie, loop nog steeds bij de psycholoog en kan als het nodig is zelfs de psychiater bellen. Mijn huisarts is ook van alles op de hoogte en houdt me ook in de gaten.” 

Je deelt open over deze heftige ervaringen en gevoelens, haal jij support uit het delen?

“Ik begrijp niet waarom we er niet open over zijn. Er heerst nog zoveel taboe op bepaalde onderwerpen. Niet gelukkig zijn met je zwangerschap is er daar eentje van. Een voorkeur hebben voor het geslacht van je kindje ook. Ik ben daar wel eerlijk over geweest, maar dat wordt absoluut niet overal gewaardeerd.

Meer openheid had me geholpen bij het accepteren van mijn gevoelens. Maar het blijven lastige onderwerpen om over te praten, omdat het zulke gevoelskwesties zijn. Als jij alleen hele fijne zwangerschappen hebt gehad, dat heb je geen idee hoe het is om van de gynaecoloog te horen dat ze misschien een keuze moeten maken tussen baby A en baby B in de buik. Als je zoiets hoort tijdens je zwangerschap meemaakt, dan krijg daar een knauw van, zo simpel is het. Het heeft invloed op een volgende zwangerschap.”

Hoe ben jij veranderd door het moeder worden?

“Toen ik de eerste keer moeder werd, voelde het alsof ik van een rups in een vlinder was veranderd. Ik was niet meer Ajgul. Ik was moeder Ajgul. Ik had een grote zorg en verantwoordelijkheid gekregen, daar draaide mijn leven om. Ik wist niet hoe ik haar moest combineren met de oude Ajgul. Inmiddels heb ik via de harde weg geleerd dat het net zo belangrijk is dat ik goed voor mezelf zorg, dat ik mezelf niet hoor weg te cijferen. Ik ben ook moeder, niet alleen moeder. Ik mag het zwaar vinden, ik mag rust nodig hebben. 

Ik mag een weekend zonder mijn kids willen zijn. Dat betekent niet dat ik minder van ze hou. Dat klinkt bizar, maar zo voelde ik dat de eerste twee jaar wel.”

“Inmiddels gaan de jongens twee dagen in de week naar mijn schoonmoeder. Als je dat vorig jaar tegen me had gezegd, was ik in lachen uitgebarsten. Nu vind ik het heerlijk. Ik durf eindelijk eerlijk te zeggen dat ik die twee dagen echt nodig heb.”

Wat zijn jouw persoonlijke wensen of ambities?

“De eerste twee jaar met Lenn en Eshgin waren zwaar. Mentaal gezien dus ook. Toen het net weer beter ging, raakte ik in verwachting. Begin dit jaar werd Sev geboren, daarna volgde weer een lockdown. De timing om weer terug te gaan werken is steeds niet goed. Dus hebben Matthijs en ik besloten het even aan te kijken. Ik weet van mezelf dat ik ambitieus en ondernemend ben, dus dat komt vanzelf wel goed.”

Is er een geleerde les die je graag door zou geven aan een andere moeder?

“Zoek hulp. Blijf niet zelf aanrommelen, zet je over de schaamte heen en stap naar je huisarts of psycholoog. Wees niet bang voor wat andere mensen denken, dat is zo’n onzin. Ga jij jezelf te raden, wat heb jij nodig? Als dat medicatie is, dan is dat medicatie. Ik ben ervan geschrokken hoeveel mensen om mij heen antidepressiva gebruiken, zonder dat ik het wist. Het komt zoveel vaker voor, ook al doen we allemaal alsof het goed gaat. Denk goed aan jezelf en trek op tijd aan de bel.”