Binnen 45 minuten een baby: de stortbevalling van Nyncke

Heb jij wel eens van een ‘stortbevalling’ gehoord? Wij ook niet. Het overkwam Nyncke (32). Vier maanden geleden zette zij haar dochter binnen vijfenveertig minuten op de wereld. “Dat klinkt inderdaad relaxt, maar je krijgt het achteraf lichamelijk en geestelijk te verduren!”

“Mijn eerste bevalling was er een uit de boekjes: het starten met gebroken vliezen en thuis de eerste weeën opvangen, daarna door naar het ziekenhuis en na twee uur was onze zoon geboren. Ik kreeg wel wat hechtingen, maar het was verder een fijne bevalling. Toen ik opnieuw zwanger was en de bevalling in beeld kwam, ging ik er stiekem toch vanuit dat de tweede ook zo’n ervaring zou worden. Wist ik veel…

Ik was 38 weken zwanger toen ik ineens een soort wee-achtige buikkramp kreeg. De verloskundige kwam langs en constateerde dat de bevalling was begonnen, ik had net één centimeter ontsluiting. Ze zou de ochtend erna weer langskomen. Die nacht werd de buikpijn erger en erger, ik lag te huilen in bed. ‘Dit kunnen toch geen weeën zijn, die voelden echt anders’, dacht ik. De verloskundige vertrouwde het niet en stuurde me naar het ziekenhuis. Daar bleek dat de baby op mijn nier lag, waardoor deze niet goed functioneerde en vol zat met afvalstoffen. Nierstuwing, ik had er nog nooit van gehoord maar blijkbaar komt het wel eens voor aan het einde van je zwangerschap. Ik kreeg pijnstillers en moest de weken daarop om de paar dagen naar het ziekenhuis. Je kunt je voorstellen dat die ziekenhuisbezoeken, een hittegolf, een dreumes en een klushuis samen wel wat veel van het goede waren…

‘Bel NU de verloskundige!’

Er verstreken op die manier twee weken, inmiddels was ik 40 weken en vier dagen zwanger en waren de dagen best zwaar. Ik had nog steeds die nierstuwing en de gynaecoloog gaf aan: als je nog een keer terug moet komen naar het ziekenhuis, gaan we je inleiden. Dat wilde ik liever niet, ik hoopte dat de bevalling op de natuurlijke manier zou starten. De ochtend van de bevalling werd ik om zeven uur wakker, ik voelde me niet lekker. Mijn vriend zou eerst ons zoontje naar de opvang brengen en daarna gaan werken. Ik stelde voor dat hij Hidde weg zou brengen en daarna zelf terug zou komen. Terwijl we bezig waren met ons ochtendritueel van wassen, aankleden en onze zoon klaarmaken, liet ik hem weten dat hij beter mijn ouders kon bellen om Hidde op te halen. Ik wilde niet meer dat hij weg zou gaan. ‘Volgens mij gaat het nu gebeuren’, zei ik tegen hem, om tien over zeven. Ik belde de verloskundige, ze vroeg of ik nu weeën had. ‘Volgens mij wel’, zei ik aarzelend tegen haar. ‘Als je begint met ‘volgens mij’ dan valt het nog wel mee, ik kom later nog wel even bij je langs.’ We hadden nog niet opgehangen of de weeën begonnen elkaar in een rap tempo op te volgen – nu was er geen twijfel meer over mogelijk. De bevalling was echt begonnen.

Mijn ouders kwamen onze zoon ophalen, mijn moeder wilde me nog een knuffel geven. ‘Nee, ik sta te bevallen’, riep ik haar toe, en daarna naar mijn vriend: ‘Bel NU de verloskundige, de baby komt eruit!’. Hij geloofde het nauwelijks, mijn weeën waren toch pas net begonnen? Instinctief trok ik al mijn kleren uit, naakt liep ik door de keuken. Hij zag dat het menens was, dus stelde voor om naar het ziekenhuis te rijden. ‘Het ziekenhuis?! Ik kan niet weg, ik moet al persen!’. Het lukte me om de weeën weg te puffen tot de verloskundige er was, tien minuten later. Ik was inmiddels naar boven gelopen en liep door onze slaapkamer. ‘Ik ga even voelen’, zei ze. En toen: ‘Eh, we gaan niet maar het ziekenhuis, ga maar liggen’. Ik bleek volledige ontsluiting te hebben. Toen ik ging liggen om te gaan persen braken mijn vliezen en daarmee floepte in één beweging het hoofdje van mijn dochter mee naar buiten, ik hoefde zelf niets te doen. ‘Pak haar maar aan’, zei de verloskundige. Ze was letterlijk twee minuten binnen op dat moment, ze had niet eens haar koffer erbij gepakt.

Ik had ‘ineens’ een kind

Normaal gesproken ben je tijdens de bevalling heel intensief bezig met het proces van zwanger zijn naar moeder worden. De ontsluiting gaat van 3 centimeter naar 7 centimeter, 9 centimeter, starten van de persfase, nog drie keer persen. Al die fases heb ik overgeslagen, ik werd wakker met buikkramp en vijfenveertig minuten later lag ik met een baby op mijn buik. Ik mankeerde niets, geen hechting of schaafwond. De eerste twee dagen bleef ik maar herhalen ‘ze is er gewoon, ze is er gewoon, ze is er gewoon’. Ik kon het nauwelijks bevatten. Ik was die eerste 48 uur in shock, ik weet er nauwelijks meer wat van. Ik vond het emotioneel heel zwaar om die overgangsfase van zwanger zijn naar moeder zijn, wat bij een ‘normale’ bevalling hoort, over te hebben geslagen. Ik had ‘ineens’ een kind.

Naast het emotionele stuk, was de stortbevalling lichamelijk gezien ook pittig. Ik heb vier dagen na-weeen gehad. Ik had na mijn eerste bevalling ook wel wat naweeën, maar dat was vooral even op mijn kiezen bijten tijdens de borstvoeding (Als je borstvoeding geeft krimpt de baarmoeder onder invloed van hormonen die vrij komen bij de borstvoeding, sneller). Nu waren de weeën zo heftig, ik moest ze echt wegpuffen. Ze voelden ook zinloos, anders dan normale weeën, dat maakte het nog zwaarder.

Het klinkt relaxt, maar…

Na mijn eerste bevalling had ik niet echt de behoefte om iets op papier te zetten, maar deze tweede bevalling heb ik volledig uitgeschreven. Ik probeerde op die manier grip te krijgen op wat er allemaal was gebeurd. Mijn dochter is nu vier maanden en mensen vragen me af en toe nog naar de bevalling. Als ik vertel hoe het is gelopen dan hoor ik meestal: wat relaxt, wat een cadeautje. Ik zeg vaak dat ik het snap, maar dat ze de keerzijde ervan ook niet moeten onderschatten. Inmiddels kijk ik met een goed gevoel op de bevalling terug en ben ik er trots op dat mijn dochter en ik het zo goed samen hebben gedaan.

Achteraf gezien ben ik vooral onder de indruk van hoe ik instinctief wist wat er aan de hand was en hoe ik moest handelen. Toen ik de eerste keer buikpijn had vanwege nierstuwing wíst ik diep van binnen dat het geen weeën waren, ook al leek het er verdacht veel op en was dat ook wat de verloskundige dacht. En ondanks dat de weeën nog niet begonnen waren, voelde ik dat mijn vriend niet naar zijn werk kon gaan omdat het snel zou gaan. Ik wíst dat ik niet meer naar het ziekenhuis kon gaan omdat dat de baby zich al aandiende en ik me uit moest kleden.

Je gaat twijfelen aan jezelf omdat ‘het niet zo hoort’ en het ‘normaal gesproken’ anders gaat, langzamer vooral, maar mijn lijf vertelde me heel duidelijk wat er aan de hand was, en ik ben blij dat ik genoeg vertrouwen had om mee te deinen. Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die ik zou hebben voor zwangere vrouwen; vertrouw op je lijf, probeer écht te voelen en niet te veel na te denken, want jouw lichaam stuurt je in de juiste richting.”