Geluk en angst

Ik ben zwanger! Ja dat ben ik echt. Van een tweede. Mijn tweede. Ik krijg een tweede kind. Euforie, dankbaarheid, enigszins overvallen en puur geluk. Maar ook; holy sh*t, what the f*ck, hoe ga ik dit doen?

Naar buiten, de hond uitlaten en mijn (nu nog) enige baby in de kinderwagen zetten. Daar lopen we. Ga ik nog wel genoeg van jou kunnen houden Smurfje? Vraag ik mijzelf hardop af terwijl ik mijn allermooiste geschenk ooit in zijn felblauwe ogen aankijk. Schuldgevoel -en niet zo’n beetje ook- stroomt in mij naar boven. Mijn kleine jongen, gewend aan alle aandacht, van mij, zijn vader en zijn grote broers. Wat zal er straks gebeuren wanneer hij niet meer de kleinste is? Hij zal een grote broer zijn. Hoe zal hij het vinden? Zal hij mij met een blik van puur verraad aankijken wanneer er een kleine baby aan mijn borst ligt? Of wanneer ik hem niet meer de hele dag kan optillen omdat mijn buik te dik is of omdat er straks een baby in zijn draagdoek tegen mij aangebonden zit? Mijn liefde voor mijn eerste kind is onevenredig aan welk gevoel ter wereld. Complete onvoorwaardelijke liefde en een nieuwe angst voor de wereld zijn de twee dingen die voor mij onlosmakelijk verbonden zijn met het ouderschap.

Toen hij geboren werd had ik allerlei ideeën in mijn hoofd. Hoe ik zou gaan huilen van blijdschap. Hoe ik compleet overweldigd zou worden met dat verliefde gevoel. Dat overweldigende gevoel waar iedereen het altijd over heeft. En hoewel dat gevoel in de kraamweek met het uur groeide was het er niet meteen. Mijn bevalling duurde van kop tot staart 1.5 uur. Voordat ik doorhad dat ik aan het bevallen was, was hij er al. Ik was opgelucht en ik was vooral compleet verbaasd en uitgeput terwijl ik naar zijn kleine opgezwollen hoofdje keek. Hij was paars van de navelstreng om zijn nek. Hij had wat stuwing in zijn gezicht door de snelle bevalling en ik bleef maar kijken of hij niet zomaar op zou houden met ademen. Dat was mijn eerste ontmoeting met zorgen die groeien zodra je eerste kind op aarde staat. Maar het was ook mijn eerste ontmoeting met de voldoening. De voldoening om verantwoordelijk te zijn voor een leven. Een mensenleven. Dat kleine wezentje dat negen maanden lang in mijn buik groeide is nu een klein mensje. Een klein mensje die zijn moeder nodig heeft om te overleven. Wat rook hij lekker, alles aan hem rook lekker. De geur van een verse baby maakt zelfs de meest slapeloze nachten goed. De kleine geluidjes die hij maakte. Maar het moment dat hij zijn kleine baby handje op mijn borst legde terwijl ik hem aan de borst had, maakte mij de gelukkigste persoon op aarde. 

Omdat er zoiets groots in mijn leven kwam, en mijn hart zich opende voor dat alles omvattende gevoel van liefde kwam deze gepaard met de angst dat de bron van die liefde ook weer weg kan gaan. Dat gevoel probeer ik te temperen door ieder moment met mijn kleine smurf dankbaar te zijn voor het feit dat mij de mogelijkheid is gegeven überhaupt zijn moeder te zijn. Maar de angst blijft als een stille sluimerende pijn. Wanneer hij ziek is, of zich pijn doet schiet die pijn met een piek omhoog: zorgen. Zonder donker geen licht en zonder angst geen geluk. Het is met elkaar verbonden. En zo is ook mijn blijdschap over de komst van mijn tweede kindje verbonden met een angst. Alles zal anders zijn. Het is de angst voor het onbekende welke zegeviert wanneer ik nog niet klaar ben om iets los te laten. Want hoewel ik aan het accepteren ben dat er straks nog iemand is om evenveel van te houden, moet ik op hetzelfde moment loslaten dat mijn zoontje straks niet meer de enige is. Dankbaarheid en angst wisselen elkaar af. Dankbaar voor de liefde die ik mag voelen, de rijkdom waarmee hij iedere dag mijn leven verrijkt en de inzichten die ik op dagelijkse basis mag genieten doordat ik mijzelf steeds meer zie door zijn kinderoogjes. 

En terwijl tijdens deze tweede zwangerschap de hormonen meer dan ooit door mijn lichaam gieren en het zich voorbereid op de komst van mijn tweede kind, kijk ik in die prachtige felblauwe ogen die mijn oudste van zijn vader heeft geërfd en kan ik niet anders dan overstromen van liefde. Gezonde kinderen, een voorspoedige zwangerschap, de perfecte man voor mij en een geweldige vader voor zijn en onze kinderen. Ons leven is zo slecht nog niet. 


Hannah Swart is naast schrijfster (stief)moeder van bijna 4 kinderen. Drie lopen er rond en een groeit in de buik. Meer lezen over Hannah?