“Ik weet toch hoe mijn lichaam werkt, waarom lukt het bij ons dan niet?”

De weg naar een positieve zwangerschapstest verloopt bij iedere vrouw anders. Het kan ongepland gebeuren, of lang op zich laten wachten. Je kunt er nauwelijks mee bezig zijn, of het kan je leven in beslag nemen. Op How about mom vertellen vrouwen over hun zwangerschapswens en weg daar naartoe. Deze week geven we het woord aan Edith (28). 

We wilden altijd jong ouders worden, maar wel financiële stabiliteit hebben. We zouden, zodra ik een vast contract had, de natuur z’n gang laten gaan. Mijn vriend heeft een functie met onregelmatige werkuren, dus we wisten dat het daardoor best even zou kunnen duren. Dat vonden we prima, we beloofden elkaar om het niet geforceerd te gaan doen. Om niet zo’n stel te worden dat alleen seks heeft als het moet. Zo’n stel zijn we nu dus wel geworden. 

In september stopte ik met de pil en werd ik direct heel regelmatig ongesteld. De eerste keer dat ik ongesteld werd, was ik direct teleurgesteld: ik fantaseerde erover dat wij zo’n koppel zouden zijn waar het zonder moeite in één keer raak was. Het viel me toch tegen dat het blijkbaar niet zo vanzelf ging. En daar baalde ik weer van, want ik wilde er juist relaxt in staan, dat hele zwangerschapsproces. 

Niet meer bij de 50%

Tegen november begonnen we gerichter seks te hebben. Zo’n veertien dagen voor mijn ongesteldheid zou ik wel ovuleren, dus zorgden we dat we die dagen in ieder geval vreeën. Er verstreken weer een paar maanden, waarin ik iedere keer ongesteld werd, dus besloot ik mijn ovulatie nauwkeuriger te gaan bijhouden. Misschien rekenden we wel verkeerd? Dat bleek zo te zijn. Mijn ovulatie bleek eerder plaats te vinden dan waar ik tot nu toe rekening mee had gehouden. We waren opgelucht: dat moest de reden zijn.

April naderde, de maand die we onszelf als ‘deadline’ hadden gegeven. We waren op dat moment een half jaar aan het proberen. Ik ken de statistieken: 50% van de koppels onder de 30 is binnen een half jaar zwanger, 80% binnen een jaar. Na dat half jaar zouden we doorschuiven naar de groep die meer moeite heeft met ‘zomaar’ zwanger raken. We hadden al onze hoop gevestigd op die maand. We gingen samen op vakantie en sliepen alle nachten samen. Voldoende quality time om fijne, ontspannen seks te hebben. Die reis vroeg hij me zelfs ten huwelijk. Het plaatje klopte. Helaas volgde thuis weer een negatieve test.

“Is dit alles?”

De aandacht verschoof van mijn lijf en mijn gezondheid naar die van hem. Ik merkte dat dit bij hem voor heel veel spanning en onrust zorgde. Hij ging aan zichzelf twijfelen en maakte zichzelf helemaal gek. Voor de piece of mind van mijn vriend bezochten we de huisarts. Die verwees ons door naar het diagnostische laboratorium in onze woonplaats, waar we een sperma onderzoek lieten doen. Destijds vonden we het vreselijk allebei, maar inmiddels kunnen we er wel om lachen. Het voelde alsof we in een flauwe film zaten. De dame achter de balie vroeg waar we voor kwamen. Ik antwoordde ‘semenanalyse’. ‘Voor wat?!’, brulde ze. ‘Semenanalyse’, herhaalde ik iets harder. ‘Ohh’, riep ze inmiddels, ‘zaadonderzoek!’. De hele rij achter ons luisterde voor mijn gevoel mee. ‘Is dit alles?!’ riep ze ons na terwijl ze het buisje sperma bekeek, terwijl wij naar achter door mochten lopen, om het nog erger te maken. 

Die week heeft mijn vriend geen oog dicht gedaan, hij maakte zich zoveel zorgen. Onze gesprekken gingen over adoptie en zaaddonoren. Aan het einde van de week belde hij huilend de dokter, of hij alsjeblieft zo snel mogelijk zijn uitslag kon krijgen. Ik ontving de uitslag uiteindelijk via de mail en zag direct dat goed was, met zijn zaad was niets aan de hand. Mijn vriend reageerde zo opgelucht, alsof alles was opgelost doordat het niet aan hem lag. Terwijl hij het vanaf dat moment makkelijker vond om de boel los te laten, raakte ik steeds meer in de ban van mijn onvervulde zwangerschapswens. 

Leven staat stil

Er zijn nu negen maanden voorbij sinds we begonnen zijn met proberen en mijn leven heeft echt on hold gestaan. Ik leefde maar voor 50%. We stelden alle plannen uit, omdat we zaten te wachten tot onze grootste wens uit zou komen. Reisjes en feestjes heb ik afgeslagen, eerst omdat ik hoop had tegen die tijd zwanger te zijn, later omdat ik de confrontatie niet aan wilde gaan met mensen die me zouden vragen waarom ik niet drink of die al beginnen te joelen ‘oeeeh moet je iets vertellen?’. 

Het eerste half jaar had ik iedere maand alle symptomen van een vroege zwangerschap: misselijk, krampen, hoofdpijn, moodswings. Inmiddels zie ik al die klachten als teken van een (naderende) ongesteldheid. Ik dek mezelf continu in. Ik ben niet moe, mijn borsten doen geen pijn, zie je wel, ik ben niet zwanger. Zo hoop ik dat de klap wat minder klein is als die klotige ongesteldheid zich weer aandient. 

Tijdens een lunch met vriendinnen, waar het zoals altijd over baby’s en toekomstplannen ging, brak ik. Ik besloot hen te vertellen wat er speelt in ons leven, wat ons en vooral mij al maanden in z’n greep houdt. Dat luchtte enorm op, ik had het gevoel er niet meer zo alleen voor te staan. Met de paar mensen die weten waar ik mee zit, kan ik heel fijn praten. Maar bij de mensen die er niet vanaf weten ervaar ik steeds meer afstand. De band met mijn moeder lijdt er onder. Het hangt tussen ons in, maar ik kan en wil het haar niet vertellen. Ik weet dat zij ook verlangt naar een kleinkind, dus het idee dat zij iedere maand ook teleurgesteld is, kan ik niet aan. 

Weer vooruit kijken

Ik weet dat stress en spanning allebei niet goed zijn als je zwanger probeert te raken, daarom doe ik mijn best het steeds iets meer los te laten. We hadden een bepaald beeld voor ogen, eerst een kindje, dan verhuizen en daarna trouwen. Langzaam probeer ik te accepteren dat de volgorde anders gaat zijn en dat dat ook goed is. Ik stelde het trouwen eerst uit, maar nu hebben we een datum geprikt. We hebben gisteren zelfs een bod gedaan op een huis. Ik maak weer plannen. We hebben een vakantie geboekt en volgende maand ga ik weer naar een festival. Mocht het ons toch gegund zijn, dan passen we de boel daar op aan. Dan laat ik mijn trouwjurk wel vermaken. Sinds ik het weer een beetje los heb kunnen laten, gaat het beter met mij en ook met ons. Ons seksleven is weer leuk, we zijn niet meer alleen op mijn vruchtbare dagen aan het vrijen en maken weer plezier samen. 

Ik ben wel begonnen met iedere ochtend mijn temperatuur bij te houden. Mijn eisprong is zo’n tien dagen voor mijn ongesteldheid, wat betekent dat ik een hele korte luteale fase (de fase van eisprong tot menstruatie) heb. Een korte luteale fase, 11 dagen of minder, betekent een kleinere kans op een zwangerschap, omdat de bevruchte eicel niet genoeg tijd heeft om zich vanuit de eileider naar de baarmoeder te verplaatsen en om zich daar in te nestelen. Er bestaat een behandeling om de luteale fase te verlengen, al schijnt dat erg heftig te zijn. Maar goed, als het moet, dan moet het.

Ook al probeer ik het positief in te zien, ik ben niet meer honderd procent ontspannen en gelukkig. Ik weet dat negen maanden voor sommige mensen niets is, dat er ook koppels zijn die, zonder medische verklaring, al twee jaar, drie jaar of zelfs langer proberen zwanger te raken. Maar iedere vrouw beleeft dit op haar eigen manier en dit is die van mij. Ik deel mijn verhaal omdat ik zelf veel steun haal uit de verhalen van andere vrouwen die in hetzelfde schuitje zitten. Het geeft me hoop als ik lees dat zij na maanden of jaren proberen soms toch ineens zwanger zijn.

Lijkt het jou ook fijn om hier (anoniem) jouw zwangerschapstraject of kinderwens te delen? Wij luisteren er graag naar. Stuur een mailtje naar anna@howaboutmom.nl.