Een onvervulde kinderwens

Moeite met zwanger raken. Het is een onderwerp waar nog steeds weinig over gesproken wordt. We vinden het doorgaans (te) persoonlijk, pijnlijk en confronterend om te delen. Het kan fijn zijn als mensen om je heen weten dat je worstelt met een onvervulde kinderwens. Wat is fijn om te horen (en wat niet) van vrienden of familie als jij wacht op die positieve zwangerschapstest?

Ik heb getwijfeld of ik dit stuk wel kan schrijven. Ik ben moeder van twee gezonde kindjes en ben tot twee keer toe na een paar maanden zwanger geraakt. Hoewel die maanden destijds voelden als een eeuwigheid (je wilt immers nu een baby zodra je stopt met anticonceptie) heb ik geen idee hoe een onvervulde zwangerschapswens echt voelt. Hoe het is als er dagen, maanden, jaren voorbij gaan, waarin het voelt alsof iedereen om je heen zwanger raakt, behalve jij. Hoe het voelt als je geconfronteerd wordt met echo’s, bolle buiken en kleine baby’s. Toch vind ik het belangrijk om dit onderwerp aan te kaarten, omdat ik in mijn omgeving wel te maken heb met een onvervulde kinderwens. Hoe ga je er, als vriend(in), partner, familie of collega mee om als je weet dat iemand moeite heeft om zwanger te worden? Wat moet je juist wel en wat niet doen en welke opmerkingen moet je vermijden? 

Vriendinnen, kennissen en familie hebben we om tips gevraagd. We hebben hun verhalen opgehaald om dit artikel te schrijven. Kleinee sidenote: geen van deze vrouwen heeft op dit moment al (medische) hulp gezocht om zwanger te raken. Variërend van een periode van drie maanden tot drie jaar zijn zij nog ‘gewoon’ aan het proberen in de hoop op een zwangerschap. 

Dit zijn wat ons betreft een paar handvatten voor het omgaan met iemand anders’ onvervulde kinderwens. Misschien is het behulpzaam voor jou, misschien heb jij er een heel andere kijk op en haal jij juist steun uit andere dingen (laat het me weten!). 

Wat moet jouw omgeving juist niet zeggen of doen?

Het is zo’n open deur en toch blijft het gebeuren: vragen wanneer iemand aan kinderen gaat beginnen. Wanneer er een broertje of zusje bij komt. Of het ‘niet eens tijd wordt’? Het zijn ‘onschuldige’ opmerkingen, vaak niet kwaad bedoeld, die ontzettend veel los kunnen maken. 

S (36): “Ik ben zo vaak huilend weggegaan van (kraam)feestjes of babyshowers omdat ik het 1. confronterend vond om daar alleen te zitten en 2. er altijd wel iemand aan me kwam vragen wanneer het mijn beurt was. Zo pijnlijk! We moeten daarmee ophouden en de mensen om ons heen daarmee op laten houden.” 

E (29): “‘Geniet er nog maar even van, zo zonder kids. Nu kun je tenminste nog lekker uitslapen of uit eten, dat is straks allemaal verleden tijd’. Zulke opmerkingen maken me woest. Ik kan het zelf best denken, hey het is mooi weer, ik kan als ik wil nu naar het strand rijden en gaan surfen, dat kan niet als je een kleintje hebt. Maar ik hoef dat absoluut niet van iemand anders te horen, zeker niet als schrale troost.”

Eerst nog reizen, een huis kopen of wachten op een goede baan. Het zijn allemaal argumenten waarom je zwanger raken wilt uitstellen. Maar het insinueert ook een zekere planbaarheid: alsof je op het moment dat je er wel klaar voor bent, direct zwanger bent. S (34): “Wat ik altijd heel confronterend vind, is als ik vriendinnen of collega’s hoor vertellen dat ze over 2 of 3 jaar wel een kindje willen. Ik dacht er ook zo over, we hadden een plan gemaakt voor de toekomst. Alleen laat het kindje op zich wachten. Als ik vrouwen zo hoor praten, alsof alles maar maakbaar is, dan wil ik roepen: begin gewoon, je hebt geen idee hoe het loopt!”

B (33): “Je hebt nog alle tijd. Rustig aan, het komt vanzelf wel goed. Bij jou gaat het ook heus ooit gebeuren. Zulke opmerkingen zijn positief en lief bedoeld, maar het zijn niet de dingen die ik wil horen als ik weer ongesteld ben geworden die maand.” 

F (28): “Wees eerlijk. Deel het met me als je zwanger probeert te raken. Deel het met me als je zwanger bent of als je gaat proberen zwanger te worden. Ik vond het erger om via via te horen dat een goede vriendin zwanger is, simpelweg omdat ze bang was het me zelf te vertellen, uit angst om me te kwetsen. Het doet hoe dan ook pijn om te horen dat iemand anders wel zwanger is, maar buitengesloten worden doet me ook verdriet.”

B (33): “Ga het onderwerp niet krampachtig uit de weg. Bij de vriendinnen die weten dat ik al anderhalf jaar aan het proberen ben, merk ik soms dat ze bepaalde onderwerpen vermijden. Bang om mij verdriet te doen. Ik mis de onbezonnen avonden kletsen.”

Wat kunnen mensen in jouw omgeving juist wel zeggen of doen?

E (29): “Beaam hoe klote het is. Baal met me mee. Je hoeft het niet mooier te maken dan het is. Stel voor om samen aan de wijn te gaan als ik ongesteld ben geworden.”

B (33): “Wat ik fijn vind, is begrip. Dat het niet uitmaakt of je drie of zes maanden aan het proberen bent, dat je emoties er gewoon mogen zijn.”

F (28): “Wees er gewoon voor me, geef me de ruimte om kwetsbaar te zijn. Als je een keer een ontzettend baaldag hebt, dan wil je dat een vriendin tegen je zegt: ‘ik ga hier bij je zitten en we kunnen praten, of stil zijn, alles is goed.”