Momtalk: Dominique

Dominique is mama van Puk (3,5 jaar) en Fien (2 jaar). Ze woont met man Stefan in hun droomhuis in Papendrecht – “moet nog wel het een en ander aan gebeuren” – en is op haar blog www.ditdoetdo.nl en Instagram kanaal eerlijk over haar leven met kids én dwangneurose.

“Je kunt niet genezen van OCD”, zegt Dominique in het midden van ons gesprek. “Maar ik heb wel manieren geleerd om om te gaan met dwang en angsten.”

Je wist al vroeg dat je wel kinderen wilde, maar wist dat je eerst ‘jezelf’ als obstakel had. Hoe is dit proces verlopen?

“Ik heb altijd wel een kinderwens gehad ja, maar ik durfde niet op mezelf te bouwen. Ik durfde niet op mijn eigen gedachtes te vertrouwen, laat staan dat je dan het lef hebt dat anderen op jou bouwen. En dan in het bijzonder kinderen waarvoor je als ouder hét voorbeeld bent. Ik voelde ook sterk: als er één reden is om te herstellen, of beter gezegd te leren omgaan met mijn OCD, dan is het wel om een mooi gezin te vormen. Op een of andere manier heb ik altijd wel het vertrouwen gehad dat het goed zou komen. Als ik ergens voor ga, ga ik er voor honderd procent ervoor.”

Speelde OCD altijd al een rol in jouw leven?

“Bij mijn Obsessieve-Compulsieve Dwangstoornis, afgekort OCD, heb ik last van angsten die gecombineerd gaan met dwanggedachten en dwanghandelingen. De OCD zat er al heel lang in, ik had toen ik 5 jaar was al last van angst- en dwanggedachten, achteraf gezien.”

“Ik had als opgroeiend kind tics en ziekelijke angsten. Ik durfde geen vlees te eten omdat ik bang was dat ik stikte. Ik kon niet tegen regen op mijn dakraam. Terugkerende, niet realistische angsten die een eigen leven gingen leiden. Om de angst te temmen ging ik ‘dwangen’. Oftewel het verrichten van dwanghandelingen waarmee ik dacht de angst te kunnen minderen. Echter werd het alleen maar erger. Op de middelbare school ben ik nooit met de buitenlandse reis mee geweest, of mee uit eten, dat durfde ik niet.”

“Als kind werd ik behandeld door een psycholoog, waar ik wel mijn verhaal kwijt kon, maar de cognitieve gedragstherapie die ik volgde sloot niet goed aan. Ook bij andere therapeuten kon ik wel mijn verhaal kwijt, maar kon ik niet aan de slag met het overwinnen van mijn niet realistische angsten (meervoud). Juist blootstelling aan je niet realistische angsten – dat heet exposure therapie – kan helpen om je angst te overwinnen, maar dat gebeurde jarenlang niet.”

Wat was het moment waarop je wist: dit gaat zo niet langer?

“Door de angst- en dwangneurose nam ik iedereen mee in mijn omgeving. Mijn man Stefan en ouders controleerden heel veel voor mij: is deur op slot, is het gas uit, alle lampen uit? Ik nam iedereen mee in mijn angsten. Ook lukte autorijden niet meer. Naar huis rijden na een werkdag duurde uren. Ik dacht ik dat ik iemand had aangereden, en dan moest Stefan terugrijden, omdat ik bang was dat ik iemand overreden had. De olievlek van de angst werd alleen maar groter.”

“Ik ging steeds verder achteruit, totdat het niet meer ging. Stefan en ik zijn nog op vakantie gegaan, maar ik werd overmand door ziekelijke angsten en werd psychotisch: ik kon de realiteit niet meer scheiden van wat er in mijn hoofd gebeurde. Kort daarop ben ik via een GGZ-instelling doorverwezen naar een locatie waar ik 10 weken opgenomen ben geweest. Dat was een vrijwillige opname, in Lent. Ik wilde bewust ver weg van huis opgenomen worden, zodat ik de verleiding om een avondje naar huis te gaan kon weerstaan. Ik zag opeens héél duidelijk dat dit mijn probleem was, en dat enkel ik degene was die het op kon lossen.”

“Ik ben begonnen met schrijven tijdens mijn opname. Het schrijven werkte therapeutisch. Het was voor mij een hele prettige uitlaatklep.”

Wanneer wist je dat je ‘klaar’ was om moeder te worden?

“Na mijn opname volgde een vakantie in Mexico, waar ik enorm genoot van een leven zonder angsten. Ik voelde me sterk, maar de vraag was: kan ik ook zo sterk blijven? Ik wilde eerst nog een tijd aankijken of ik stabiel genoeg bleef, ook met het afbouwen van de medicatie. Vier jaar na mijn opname zijn wij zijn getrouwd, en tijdens onze huwelijksreis ben ik zwanger geworden. Zowel bij Puk als bij Fien was ik binnen de eerste maand zwanger. Nooit durven hopen dat ik zo snel zwanger raakte. Ze zijn zo enorm gewenst.”

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Dominique (@ditdoetdo) op

Hoe kijk je terug op jouw zwangerschappen?

“Ik genoot, ik vond het prachtig om mijn buik te zien groeien. Bij Puk Olivia ben ik ingeleid bij 38 weken: bij de verloskundige controle bleek ik een beginnende zwangerschapsvergiftiging te hebben. Ik werd van de verloskundige gelijk doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ik was mentaal nog helemaal niet klaar voor de bevalling. Mijn verlof was net begonnen, we waren verhuisd, ik had de week daarvoor nog een muurtje staan schilderen haha!”

“Bij de zwangerschap van Fien Flore, nu 2 jaar, zaten we wéér midden in een verhuizing. Ik heb geen rustige zwangerschappen gekend, maar ik was mij heel bewust dat wij ervoor kózen weer te verhuizen, en dit geen móeten was. Wij kwamen per toeval ons droomhuis tegen, dus ja. Dan ga je ‘m ook niet laten lopen!”

En de kraamtijd?

“De postpartum periode vond ik heftig en enorm liefdevol. Bij ons eerste kindje dachten wij het druk te hebben, maar kwamen bij de tweede tot de conclusie dat het toen pas écht druk werd. Dit had met het korte leeftijdsverschil te maken, want nu ervaar ik het weer anders. Puk en Fien zitten dicht op elkaar qua leeftijd, dat was een bewuste keuze. Maar dat betekende wel dat je het alleen moet doen met baby en 15 maanden oude peuter, als de kraamzorg vertrokken is en je man is weer aan het werk. Gevoelsmatig had ik handen tekort!”

“We hebben de kraamweek bewust heel rustig gehouden, zowel bij Puk als Fien. We wilden de meisjes eerst rustig laten wennen aan de wereld in plaats van door te geven van hand tot hand aan het bezoek.”

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Dominique (@ditdoetdo) op

Hoe ga je om met een angststoornis als moeder?

“Inmiddels heb ik goed ontwikkelde antennes die angst kunnen opsporen, dus ben ik er snel bij als mijn hoofd een loopje neemt. Maar sommige dingen blijven een uitdaging. Neem bijvoorbeeld traphekjes: ik ben altijd angstig of die wel écht goed dicht zitten. Of een werktas die los op de vloer slingert. Ik denk altijd een paar stappen verder: wat als er aspirines in die tas zitten (terwijl ik dan eigenlijk al weet dat ze er niet in zitten), wat als de kinderen ze precies weten te vinden? Wat als ze de aspirines weten te bemachtigen? Wat als ze ze uit de verpakking krijgen? Nog erger: opeten? Wat als, wat als, wat als?”

“Als ik moe ben ben ik vatbaarder voor angsten. Ik voel heel goed aan als ik in een angstig moment zit. Dit zie ik dan als een gegeven. Ik kan er immers toch niets aan doen. Waar ik wél wat aan kan doen is het keuzemoment herkennen, en bewust kiezen om niet aan de angst toe te geven. Als ik bijvoorbeeld al gezien heb dat de stijltang uit het stopcontact is, dan moet ik er simpelweg op vertrouwen, en niet nog nogmaals gaan kijken. Dit is de exposure; ik wéét dat de stijltang eruit is (zegt verstand) – ik bén bang dat ik het niet goed gezien heb (zegt de angst) – en ja. Ik ben bang. Daar moet ik mee dealen op dat moment.”

En hoe is jullie relatie?

“Stefan was mijn eerste vriendje toen ik 15 was, inmiddels zijn we al 16 jaar samen. Wij zijn naar elkaar toe gegroeid, of meegegroeid kan ik beter zeggen. Ik vind het bewonderenswaardig dat hij hem niet is gepeerd haha! Hij had wel een keuze en had weg kunnen gaan, maar hij heeft mij altijd gesteund. Dat vertrouwen in onze band hebben we allebei heel sterk, zijn gek op elkaar, en kennen elkaar valkuilen. We zijn een team, partners, maar hij is geen hulpverlener. Ik betrek hem zelden meer in mijn angsten. Ik zeg dan wel dat ik angstig ben, maar de enige manier om de angst klein te houden is door zelf de strijd aan te blijven gaan”

“Natuurlijk is onze relatie een flinke tikkel anders nu samen als ouders. Vroeger hadden we een doorlopende rekening in de kroeg, nu staan we samen de was op te hangen. Maar ik zou niet anders willen.”

Wat vind je het leukst aan moeder zijn?

“Het is de meest belangrijke rol die ik ooit mag vervullen. Ik zou niet weten welke rol belangrijker zou zijn. Jij beschermt je kinderen, je voedt ze op, je brengt ze normen en waarden bij.”

“Wat jij doet, kan zoveel effect hebben op je kinderen. Ik realiseer me nu pas dat een uitspraak als ‘mama moet even make-up op doen voordat we weggaan’ een effect heeft op mijn kinderen. Ik wil ze niet meegeven dat ze make-up nodig hebben, of anders niet naar buiten kunnen. Moeder zijn leidt tot bewustwording van jouw gedrag en groei van jezelf als persoon.”

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Dominique (@ditdoetdo) op

Heb je nog een tip voor andere moeders?

“We werken met een maand planning, omdat er nog best veel geklust moet worden in huis. Om te voorkomen dat we hele weekenden bezig zijn, plannen we die klussen vaak weken vooruit. Maandagavond gaan we op tijd slapen, dinsdag tot en met donderdag zijn vaak drukke doe-dagen, maar de vrijdagavond is heilig voor ons. Dan bak ik pannenkoeken voor de meisjes, en eten wij later op de avond een goede pizza en drinken we wijn.”

Tenslotte, wat wil je anderen graag meegeven?

“Zorg dat je niet teveel met later bezig bent. Focus je niet op volgende week, wat er volgende maand of volgend jaar gebeurt. Deze tijd kan je niet over doen, je kinderen groeien zo snel op.”

“En wees je bewust van jouw rol als opvoeder. Ik lees nu een boek van psycholoog Philippa Perry over opvoeding, en dat geeft zo veel mooie inzichten. Iedere ouder maakt fouten, wij doen ook maar wat we denken dat goed is, maar we proberen dat wel bewust te doen.”