Momtalk: Rosanne

Rosanne is moeder van Jin (‘18) en Raf (‘19), vlogger en al veertien jaar samen met Robin. Ze woont samen met haar gezin in Zaltbommel. “Als ik terugdenk aan dat eerste jaar dank denk ik aan al die luiers, aan al dat huilen, aan altijd moe zijn.”

Wilde jij altijd al moeder worden? 

“Ik droomde er altijd van om moeder te worden, maar zag wel maar één kindje voor me. Eentje die ontzettend verwend zou worden. In juni stopte ik met de pil en in maart was ik zwanger. Achteraf gezien is negen maanden helemaal niet zo’n lange tijd om ‘bezig te zijn’, maar destijds vond ik het iedere maand een teleurstelling. Een paar maanden nadat Jin was geboren, bleek ik weer zwanger. Dat tweede kindje kwam er toch, en een heel stuk sneller dan verwacht…

Na mijn bevalling had ik weinig oog voor mijn cyclus, het was erg rommelig. Ik was net weer drie weken begonnen met voetballen en kwam op een avond thuis met een loodzwaar gevoel tussen mijn benen. Ik vertelde dit tegen Robin en hij zei: wanneer was je voor het laatst ongesteld? Ik wuifde hem weg: ja daaag, ik ben net bevallen, ik hou dat niet bij hoor. ‘s Avonds kwam ik bijna de trap niet op vanwege pijn in mijn bekken. Robin stond erop dat ik de volgende dag even een test zou doen. De eerste test die ik deed was van de Action. Hij was positief, maar Robin vertrouwde hem niet. Ik kocht zo’n dure test en daar stond het toch echt: +3 weken zwanger. We waren allebei helemaal van de kaart. Maar die avond zaten we samen op de bank en zeiden we okay, het wordt pittig, maar dan hebben we het ook maar gehad.”

Hoe vond jij het om zwanger te zijn?

“Bij Jin ben ik een week of achttien ben ik heel ziek geweest, ik moest veel overgeven en was heel erg moe. Ik had ook veel last van acne. Hoewel het lichamelijk gezien na die 18 weken beter ging, voelde ik me echt niet mezelf. Ik was meer dan dertig kilo aangekomen, het was hoogzomer en ik paste al mijn schoenen niet meer. Als ik vrouwen hoor zwijmelen over hoe mooi zwanger zijn is, dan herken ik me daar niet in. Dat getrappel in je buik is geweldig, maar verder hoeft het van mij niet zo.”

Hoe kijk jij terug op jouw bevalling?

“Mijn bevalling van Jin heb ik nooit opgeschreven. Ik heb die bevalling als heel traumatisch ervaren. Vijf dagen lang heb ik rug- en beenweeën gehad. Iedere dag moest ik op controle komen en ik voelde hoe ik steeds verder uitgeput raakte. Op de vijfde dag heb ik letterlijk gesmeekt of ze hem eruit wilde halen, ik kon niet meer, maar ik voelde me totaal niet serieus genomen. 

Toen ik eindelijk aan het bevallen was, wilde ik heel graag een ruggenprik, maar dit werd telkens uitgesteld. Uiteindelijk bleek het litteken van de hernia die ik op mijn veertiende had in de weg te zitten, dus van die ruggenprik kwam het helemaal niet. Tijdens de persfase viel op een gegeven moment zijn hartslag weg, dus werd ik ingeknipt en kwam er een vacuümpomp bij. 

Het heftigste aan de bevalling vond ik het moment dat Jin op mijn borst werd gelegd, maar niet direct begon te huilen. Hij werd direct van me afgepakt en de kinderarts zette Robin in een rolstoel, liet hem zijn t-shirt uittrekken en Jin vasthouden. Zo racete ze de kamer uit. Ik moest ondertussen gehecht worden en toen dat klaar was zei de verpleegkundige: ga maar even lekker een uurtje slapen, dan maken we je zo wakker. Ik had nog steeds geen idee hoe het met Jin ging, of waar hij was. Ik had geen telefoon, mijn moeder was beneden mijn vader op aan het wachten, en ik was helemaal alleen. Dat was echt traumatisch, ik was bang en ook boos, ik wilde naar mijn kindje toe! Uiteindelijk hielp een verpleegkundige mij om mijn telefoon te vinden en kon ik Robin Facetimen en Jin eindelijk goed zien. Hij heeft een paar uur op de couveuseafdeling gelegen, daarna mocht hij bij mij komen. Pas toen kon ik hem eindelijk zelf op mijn borst hebben. 

Na twee dagen mochten we naar huis, maar al na een dag zag hij te geel waardoor we weer terug moesten naar het ziekenhuis. Ik weet nu hoe gebruikelijk dat is, maar toen voelde ik mezelf zo’n slechte moeder. De kraamtijd vond ik heel pittig. We hadden een hele fijne kraamhulp, een vriendin van mijn zusje, en Robin was heel zorgzaam en lief. Maar ik had psychologisch gezien heel veel last van de afloop van de bevalling. Ik heb er veel over gepraat, maar opschrijven kon ik niet. Ik werd daar heel emotioneel van, eigenlijk nu nog steeds. Als ik er zo over praat, rollen de tranen weer over mijn wangen. Helemaal nu ik weet na de bevalling van Raf dat het ook zo’n mooie ervaring kan zijn. Zijn bevalling zou ik zo nog tien keer doen.”

Wil je wat meer vertellen over de bevalling van Raf?

‘s Avonds braken mijn vliezen. Toen de verloskundige kwam controleren zat ik pas op een halve centimeter. Ik kreeg te horen dat er maximaal 72 uur zou worden gewacht of mijn weeën vanzelf op gang zouden komen, anders zou de bevalling worden ingeleid in het ziekenhuis. Dat laatste scenario leek werkelijkheid te gaan worden, dus stond er op zondagochtend om 7.00 een afspraak gepland in het ziekenhuis. De avond ervoor brachten we Jin en ons hondje naar mijn ouders en het leek wel alsof er toen een soort rust over me heen viel. Die nacht werd ik wakker om te plassen en voelde ik ineens een wee. Het bleef bij die ene, dus ik ging weer liggen, maar een paar minuten later voelde ik weer een wee, en toen weer een. Ik verloor ook wat bloed en de weeën volgden elkaar sneller op. We belden het ziekenhuis en ik mocht gelijk die kant op komen. Het was inmiddels half 3 en ik bleek 4 centimeter ontsluiting te hebben. Ik vroeg direct een ruggenprik, dat had ik namelijk van te voren al besproken in het ziekenhuis vanwege mijn ervaring bij Jin. Iets na vijven kreeg ik die prik. Ik had inmiddels acht centimeter ontsluiting, maar mijn weeën namen af. Ik kreeg weeën opwekkers toegediend en niet veel later had ik ineens een hele sterke persdrang. Hoewel ik net op 8 centimeter zat, stelde de lieve verpleegkundige naast mijn bed voor dat ik even een ‘oefen-pers’ zou doen. Dat heb ik geweten, want met diezelfde pers werd Raf geboren. Er was niet eens gekeken of ik al volledige ontsluiting had, maar dat bleek dus wel zo te zijn. Raf werd direct op mijn borst gelegd en zo hebben we de eerste twee uur samen gelegen. Pas na die twee uur hebben we onze telefoons gepakt om mensen te laten weten dat hij was geboren. Dat eerste moment samen was geweldig, dat vergeet ik nooit meer.”

Hoe was de overgang van 1 naar 2?

“Ik zie mezelf nog sjouwen, een kind op de heup, de maxicosi in de andere hand. Dan had de ene zijn dag niet, dan de ander. Jin was ook nog eens een huilbaby. Toen hij negen maanden oud was, werd bij een andere operatie ontdekt dat hij een liesbreuk had. We weten niet hoe lang hij daar al last van had, maar toen hij terugkwam uit die operatie was de liesbreuk gefixt en was Jin een totaal ander kind. Veel blijer en relaxter. Als ik terugdenk aan dat eerste jaar dank denk ik aan al die luiers, aan al dat huilen, aan altijd moe zijn. Als ik nu naar mijn jongens kijk, dan geniet ik zo. Die twee kunnen niet zonder elkaar, ze zijn altijd gelukkig als ze elkaar weer zien na een dag op het kinderdagverblijf. ‘Ik jou mist Raf’, zegt Jin dan.”

Wanneer voelde jij je weer jezelf?

“Ik denk begin dit jaar. Ik zei het onlangs nog tegen mijn zusje: ik ben blij dat ik eindelijk niet meer chronisch moe ben, dat ik me lichamelijk gewoon weer goed voel, mijn eigen broek aan kan. Ik voel eindelijk dat ik er zelf ook weer mag zijn. Daarvoor was mijn uiterlijk even totaal geen prioriteit, ik heb twee jaar geen foundation gedragen. Knot op mijn hoofd, legging aan en ik vond het prima. Nu geniet ik weer van een kappersafspraak, een make-upje en leuke kleren kopen voor mezelf.”

Wat vind jij de grootste uitdaging als moeder?

“Hoewel het natuurlijk een moment-opname is, vind ik het moederschap momenteel appeltje eitje. Zo heftig als ik die eerste maanden vond, zo relaxt gaat het nu. Maar goed, de ochtendspits is natuurlijk altijd gedoe en ik merk ook dat ik aan het einde van de dag vaak weinig puf meer heb voor de opvoeding. Dans maar op tafel, papa komt zo thuis, die zegt wel dat het niet mag. Dan ben ik even klaar met politieagent spelen.”

Welke tip wil jij aan een andere moeder geven?

“Raf slaap nog steeds tussen de middag en op het moment dat hij in bed ligt, dan laat ik alle zooi liggen en ga ik samen met Jin op de bank hangen. Hij mag iets kijken op de iPad en ik doe iets voor mezelf. Als Raf wakker is krijgen de jongens wat te eten en ruim ik ondertussen even snel op. Voorheen gebruikte ik dat slaapje om juist wel te schoonmaken of de vaat te doen, maar daardoor had ik nooit een moment rust op de dag. Ik zou dit aan alle moeders aanraden. Zorg dat je ook zelf even rust hebt, dat je even je koffie warm kunt drinken en een moment van ontspanning hebt. Dat verdien je!”