Hoe is het om moeder te worden van een prematuur zoontje die met 29 weken wordt geboren? Kris vertelt op How About Mom haar verhaal. Over zwanger zijn met placenta praevia, hevige bloedingen tijdens de zwangerschap en een spoedkeizersnede. ‘Om twee uur ’s nachts kwam de gynaecoloog me vertellen dat ze mijn kindje moesten halen.’
Ik heb zwanger zijn nooit echt per se iets leuks gevonden. Na een vermoeiende zwangerschap van mijn eerste kindje vier jaar geleden, waarbij mijn aangeboren hartafwijking een grote rol speelde, volgde een traumatische bevalling waar we samen lang van hebben moeten herstellen. Toen we na een jaar besloten te gaan voor nog een kindje, volgden helaas twee heftige, late miskramen. Op dat punt was zwanger zijn misschien even niet iets voor mij, voor ons, en heb ik me vooral enkele jaren gefocust op mijn eigen gezondheid. Wie was ik als moeder, wat wilde ik nou precies in het leven en hoe werd ik weer mezelf in deze nieuwe vorm?
Na ruim twee jaar veel zelfreflectie, focus op het gezin en herstel, besloten we het weer te proberen en al vrij snel raakte ik weer in verwachting. We hadden gelijk een ontzettend goed gevoel hierover en ook op elke echo liet onze baby veel beweging zien en uiteindelijk voelen. Dit sterke jongetje zouden wij voorjaar 2025 in onze armen mogen sluiten.
‘Dit is het dan, we gaan hem alsnog verliezen’
Tot aan de twintigwekenecho waren er weinig bijzonderheden. In een vroeg stadium had ik enkele bloedingen gehad, wat op zich niet iets abnormaals is in het eerste trimester. De echo zelf was dan ook het perfecte plaatje; alle metingen voldeden aan het ‘boekje’ en we gingen zo gelukkig naar huis. Maar slechts een week later begon onze nachtmerrie. Op een avond, toen onze oudste net op bed lag, verloor ik ineens bloed. Ontzettend veel bloed. Gelijk ging de gedachte door mijn hoofd: dit is het dan, we gaan hem alsnog verliezen. De verloskundige kwam al snel en bij een inwendige check kon ze niet bij de baarmoedermond komen.
We konden gelijk richting het ziekenhuis, want misschien was ik wel aan het bevallen. Echter voelde dat helemaal niet zo; ik had niet veel pijn, alleen ontzettend veel bloedverlies. Eenmaal in het ziekenhuis bleef het ook onduidelijk wat er aan de hand was. Ik was niet aan het bevallen, maar geen enkele arts kon die baarmoedermond vinden. De ene na de andere hand moest even toucheren, ook geen pretje, maar zonder succes. Op de echo bleek dat de placenta laag zat, over de uitgang van de baarmoeder. Ook wel placenta praevia genoemd. Dit zou het bloeden hebben veroorzaakt. Vaak trekt deze rond de dertig weken zwangerschap wel weer op, en ik was net voorbij de twintig, dus in principe geen reden tot paniek.
Starten met longrijping
Ik bleef een nachtje in het ziekenhuis om de boel in de gaten te houden en mocht de dag erna weer naar huis met het advies niet te veel te doen. Iets wat ik heel lastig vond met mijn vierjarige thuis. We haalden kerst en oud en nieuw met af en toe een kleine bloeding tussendoor, maar in het nieuwe jaar was het weer een bloedbad. Deze keer zo heftig dat in het academisch ziekenhuis de injectie voor longrijping van het kindje al werd gegeven, voor het geval dat ik moest gaan bevallen via een spoedkeizersnede. Doordat mijn lokale academisch ziekenhuis vol zat, moest ik naar een stad bijna twee uur van huis. Ik bleef daar weer een nacht en daar kregen we de eerste gesprekken. Ik was 24 weken zwanger, en in Nederland mag je op een termijn van 24 en 25 weken een keuze maken of je kiest voor actieve behandeling van het kindje.
Ik vroeg steeds om feitelijke cijfers: hoe groot waren de kansen dat onze zoon het zou halen? Maar hier gingen de artsen niet echt op in. Het belangrijkste was dat geen enkele keuze goed of fout is, en het feit dat ik opgenomen lag in een academisch ziekenhuis nabij een NICU-afdeling. Omdat ons zoontje altijd bewegelijk was in de buik en tot dusver geen complicaties vertoonde, kozen we voor actieve behandeling. Ik bleef kort in het ziekenhuis, maar ook dit keer mocht ik weer naar huis omdat het bloeden minder werd. Afwachten.
Rechtsomkeert terug naar het ziekenhuis
Ik kon mijn verjaardag in januari nog thuis vieren en we kregen een extra controle bij de gynaecoloog tussendoor. Eigenlijk klaarde de lucht wat op en mocht ik zelfs weer wat meer bewegen en tillen. Maar we waren net thuis van onze afspraak en de kraan ging weer open. Ik had nog nooit zoveel bloedverlies gehad, dus we gingen rechtsomkeert terug naar het ziekenhuis. Ook dit keer lag het ziekenhuis nabij vol en gingen we nog een uurtje verder. Weer mocht ik na een nacht observatie naar huis.
De placenta hing nog steeds laag en het leek er niet op dat deze omhoog ging trekken. Zolang het bloedverlies weer wegging, zagen ze geen reden tot opname. Er werd een plan gemaakt in samenwerking met de cardioloog voor het bevallen rond de 34 à 35 weken zwangerschap. Dit stelde me gerust, want zolang ik steeds spontane bloedingen kreeg was er een risico voor zowel mezelf als voor ons kindje. Er kan namelijk te veel bloed achter de placenta blijven zitten waardoor deze los kan raken. Het bleef een maand met op-en-neer bezoekjes na bloedingen, tot er op een dag het bloeden helemaal niet meer stopte.
Toen heb ik mezelf niet meer naar huis laten sturen. Ik verbleef in (gelukkig!) het academisch ziekenhuis dichtbij huis tot aan de bevalling. Ik was inmiddels 26 weken, maar een mooi streven was om tot minimaal de dertig weken zwangerschap zwanger te blijven. Rond dit termijn gaan de risico’s voor het vroeggeboren kindje aanzienlijk omlaag. Dus: bedrust it was.
Dezelfde humor en uitgerekende datum
Na een week met wisselende, maar leuke kamergenoten, werd ik overgeplaatst naar de grootste suite van het ziekenhuis. Daar heb ik mijn nu beste vriendin Romy ontmoet, die ook al langere tijd opgenomen lag met een heel bijzonder zwangerschapsverhaal.
Luistertip: Romy en Kris delen hun gedeelde ervaring in de podcast Preemiebabes
We hadden dezelfde uitgerekende datum en dezelfde humor en dat schepte meteen een band. Het was fijn om, ondanks onze verschillende situaties, iemand te hebben om het leed mee te delen en elkaar te supporten. Elke week die voorbijging was winst in onze zwangerschap, dat gevierd werd met een stuk taart. We zouden samen minimaal de dertig weken halen. Of langer.
In de nacht van 15 op 16 februari kreeg ik pijn in mijn buik. Ik herkende ze meteen als weeën, maar we keken nog even aan wat deze zouden doen. Om twee uur ’s nachts kwam de gynaecoloog me vertellen dat ze mijn kindje moesten halen, dat afwachten te gevaarlijk was. De placenta lag immers nog steeds voor de uitgang van de baarmoeder. Het was een enorm “WTF”-moment voor mij en Romy. We werden er een beetje melig van.
Met spoed bevallen
Ik moest mijn man bellen, maar die moest midden in de nacht een oppas regelen, dus op tijd zou hij niet zijn voor de spoed keizersnede. We besloten niet te wachten: spoed was spoed, en zo snel mogelijk naar de OK te gaan. Ik belde mijn ouders, die gek genoeg meteen opnamen om twee uur ’s nachts. Daar heb ik toen veel steun aan gehad. Wetende dat ik niet eenzaam en alleen, zonder afweten van de buitenwereld, zou gaan bevallen.
Ik kreeg nog een shot magnesium (ik weet niet meer waarvoor), maar Romy had mij al drie weken bang gemaakt omdat je er een soort opvlieger van zou krijgen. Het was nog even lachen van de zenuwen tot aan de OK, waarna ik op de operatietafel werd gelegd en onze zoon Sietse met 29 weken en 4 dagen, 1545 gram wegend, ter wereld kwam.
Pas na twaalf uur zag ik mijn baby voor het eerst
Ik was zelf ontzettend ziek tijdens de operatie vanwege een lage bloeddruk, maar ik heb mijn zoontje in de couveuse kunnen zien voordat ze hem wegbrachten naar de NICU en mijn man was op tijd om zelf de navelstreng door te knippen. Het was het raarste moment van mijn leven. Je ligt op een tafel en ergens vanbinnen ga je een stukje rouwen om iets wat mooi had moeten zijn, in je armen had moeten liggen. Het was heel onwerkelijk.
Pas na ruim twaalf uur, wegens complicaties met mijn herstel, zag ik Sietse voor het eerst. Hij had een Apgar-score van 1, maar dat was gelukkig van korte duur, want hij was het sterkste jongetje van de afdeling. Het was magisch hem voor het eerst vast te houden. Ik wist gelijk: wat er ook nu komen gaat, dit gaan we hoe dan ook overleven.
In mijn volgende blog vertel ik meer over de periode met Sietse op de NICU.
