Daniëlle Goedhart-Bax, orthopedagoog-generalist, legt uit wat het verschil écht is tussen jongens en meisjes. “Drie zonen? Poeh… dat zal wel druk zijn.” Die blik krijg ik regelmatig als ik vertel dat ik drie jongens heb. En ja, het ís vaak druk. Jongens hebben gemiddeld meer testosteron, wat samenhangt met meer energie, meer ruw spel, meer risico nemen en een flinke dosis competitie. Tel daar drie broers bij op en je begrijpt dat het hier soms voelt als een soort kermisattractie.”
Maar het verhaal achter jongens en meisjes is stukken interessanter, en ook genuanceerder, dan alleen “drukke jongens en rustige meisjes”.
Als orthopedagoog-generalist vind ik het belangrijk om te kijken naar wat onderzoek ons écht leert. Want er gaan nogal wat ideeën rond over verschillen tussen jongens en meisjes. Sommige kloppen een beetje, andere zijn flink overdreven en een paar zijn simpelweg fabeltjes.
Gemiddelden zegt niet alles over jouw kind
Eerst een belangrijke nuance: onderzoek gaat altijd over gemiddelden. Dus heb jij een dochter die overal in klimt en overal bovenop zit? Of een zoon die het liefst rustig tekent op de bank? Helemaal normaal. Binnen groepen bestaan enorme verschillen. Dat jouw kind niet precies in het gemiddelde plaatje past, zegt dus helemaal niets en kan goed kloppen.
Baby’s en slapen: “Variatie is normaal”
Jongens ontwikkelen zich gemiddeld wat later
Tegelijkertijd zien onderzoekers, wanneer ze naar grote groepen kinderen kijken, bepaalde patronen terug. Een verschil dat vrij consequent terugkomt in onderzoek is het ontwikkelingstempo. Jongens lopen gemiddeld zo’n één tot twee jaar achter op meisjes in bepaalde functies van het brein. Het gaat dan vooral om concentratie, plannen en impulscontrole. Dit zijn vaardigheden die aangestuurd worden door de prefrontale cortex. Dat hersengebied rijpt bij jongens gemiddeld later.
Dat helpt ook verklaren waarom jongens vaker vastlopen in het onderwijs. De structuur van school (stilzitten, luisteren, plannen en taken afmaken) sluit vaak beter aan bij het ontwikkelingstempo van meisjes. Ook rustig voor een langere tijd aan een tafeltje werken past vaak beter bij hun energieniveau. Jongens worden daardoor in de eerste schooljaren simpelweg vaker gecorrigeerd. Niet omdat ze minder kunnen, maar omdat hun ontwikkeling gemiddeld een ander tempo heeft. Uiteindelijk komen mannen en vrouwen overigens gewoon op hetzelfde ontwikkelpunt uit.
Meer lezen: Van schreeuwen tot rennen: vijf voorbeelden van normaal kindgedrag
De verschillen in hersenen zijn kleiner dan we lang dachten
Lange tijd werd gedacht dat mannen- en vrouwenhersenen fundamenteel van elkaar verschillen. Recent hersenonderzoek laat zien dat dit beeld behoorlijk overdreven is. De overlap tussen jongens en meisjes is juist enorm groot en de verschillen die we zien zijn vaak klein. Veel kleiner dan jarenlang werd aangenomen. Wat wel veel invloed heeft, is cultuur en opvoeding. Ik leg het je uit.
Voelen jongens minder empathie?
Een hardnekkig idee is bijvoorbeeld dat jongens of mannen minder empathisch zouden zijn. Onderzoek laat iets anders zien. Wanneer onderzoekers fysiologische reacties meten, zoals hartslag of hersenactiviteit, reageren jongens en mannen net zo sterk emotioneel als meisjes en vrouwen. Het verschil zit vooral in hoe emoties worden geuit. Meisjes krijgen vaak meer woorden aangereikt voor gevoelens en leren eerder om emoties te bespreken. Jongens voelen dus niet minder, maar leren vaak minder goed om het onder woorden te brengen.
Hoe opvoeding verschillen versterkt
En hier wordt het nog interessant. Want ouders behandelen jongens en meisjes, vaak onbewust, anders. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat ouders van dochters vaker emotionele woorden gebruiken. Bij zonen wordt vaker onafhankelijkheid en risico nemen gestimuleerd. Vaders praten gemiddeld ook meer met dochters over gevoelens dan met zonen. Het is dus niet alleen een biologisch hormonen-verhaal, maar ook een opvoed- en cultuurverhaal.
Er is een mooi experiment dat dit laat zien. Mensen kregen dezelfde baby te zien. De ene keer droeg de baby een roze pakje, de andere keer een blauw pakje. Bij roze hoorde men reacties als: “Wat een lief meisje. Word jij later danseres?” Bij blauw klonk het eerder: “Stoer ventje! Word jij later brandweerman?” De baby was exact dezelfde. Alleen het pakje verschilde.
Ook in gedrag zien we verwachtingen terug. Van meisjes verwachten we vaak dat ze sociaal en rustig zijn. Bij jongens wordt gedrag sneller afgedaan met: “boys will be boys”. Natuurlijk is dit wat platgeslagen, maar verwachtingen hebben wel degelijk invloed op gedrag. Kinderen passen zich namelijk, vaak onbewust, aan aan wat er van hen verwacht wordt.
Taal, wiskunde en andere hardnekkige aannames
Nog zo’n populaire uitspraak om mee af te sluiten: meisjes zijn beter in taal en jongens in wiskunde. Op hersenniveau zijn de verschillen klein. In sommige landen verdwijnen ze zelfs volledig. Dat suggereert dat cultuur en verwachtingen hier een grote rol spelen. Als jongens vaker richting techniek en cijfers worden gestuurd, oefenen ze daar ook meer mee. En oefenen maakt beter.
Laten we onze kinderen minder ‘vastzetten’
Conclusie, ja er zijn verschillen tussen jongens en meisjes. Maar een groot deel van wat we zien komt voort uit tempo, verwachtingen en opvoeding. Wanneer ik dit met ouders bespreek, zie ik vaak opluchting. Omdat gedrag ineens beter begrepen wordt.
Met onze drie zonen praat ik bewust over emoties. Niet omdat ik van mijn jongens meisjes wil maken, maar omdat ik geloof dat emotioneel inzicht een enorme kracht is. Als je weet wat je voelt, en wat de ander voelt, krijg je veel meer richting in relaties, vriendschappen en werk.
Stilstaan bij emoties is voor iedereen belangrijk
Soms denk ik weleens: als je kijkt naar sommige wereldleiders die nu met veel ‘geweld’ aan de knoppen draaien, hebben zij waarschijnlijk niet geleerd om stil te staan bij emoties. Niet die van zichzelf of die van anderen. Terwijl juist dát zo’n belangrijke vaardigheid is als je zoveel macht hebt.
En andersom geldt hetzelfde voor meisjes: ook zij hebben er baat bij om risico’s te nemen, hun ruimte te pakken en niet automatisch in een zorgende rol te stappen. Want uiteindelijk draait het wat mij betreft hierom: hoe minder we kinderen vastzetten in verwachtingen over hoe een jongen of een meisje zich zou moeten gedragen, hoe meer ruimte ze hebben om te ontdekken wie ze zelf zijn. En daarvoor blijf ik me, als moeder en als orthopedagoog-generalist, graag hard voor maken.
Over de gastauteur:
Daniëlle Goedhart-Bax is moeder van drie, orthopedagoog-generalist en eigenaar van een praktijk met een divers en bevlogen team. Daarnaast is zij auteur van Confettikinderen: het handboek voor ouders van bruisende, temperamentvolle en prikkelgevoelige kinderen.
Lees hier eerdere blogs van Danielle
5 voorbeelden van normaal kindgedrag, wat we steeds vaker zien als ‘abnormaal’
