normaal gedrag kinderen
18/02/2026

5 voorbeelden van normaal kindgedrag, wat we steeds vaker zien als ‘abnormaal’

De manier waarop we naar de ontwikkeling van kinderen kijken, is de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. Vanaf de geboorte worden kinderen gevolgd via grafieken, tabellen en normen die aangeven hoe zij zich zouden moeten ontwikkelen. Dat begint al tijdens de zwangerschap en loopt door tot ver in de schooltijd. 

Deze metingen zijn zeker handig om problemen op tijd te signaleren, maar kent ook een keerzijde. Door het constant meten en vergelijken, worden kinderen al vroeg langs een meetlat gelegd, met verwachtingen over wat zij met een bepaalde leeftijd moeten kunnen. Die druk wordt niet alleen door kinderen gevoeld, maar ook door ouders.

Danielle Goedhart voor How About Mom

In werkelijkheid ontwikkelen kinderen zich bijna nooit volgens een vast schema. Ze groeien in hun eigen tempo en op hun eigen manier. Dat geldt voor lopen en praten, maar net zo goed voor het leren omgaan met emoties, veranderingen en prikkels. Sommige kinderen zijn er vroeg bij (lopen met negen maanden), anderen hebben meer tijd nodig (lopen met twee jaar). 

Geen reden tot paniek als je kind ergens later mee is, maar een teken dat iets nog in ontwikkeling is. Verschillen in tempo en gedrag horen bij ontwikkeling. Die verschillen vragen van ons als ouders om verwachtingen bij te stellen en het tempo van je kind te volgen. Hoe lastig dit soms ook is. 

Wat is ‘normaal’?

Wat we als normaal zien, hangt voor een groot deel af van onze cultuur en de regels die we gewend zijn. Gedrag dat de ene ouder prima vindt, kan door een ander als een probleem worden ervaren. In Nederland verwachten we bijvoorbeeld vaak dat kinderen rustig aan tafel zitten, terwijl luidruchtig en vrij gedrag in landen als Italië en Spanje heel gebruikelijk is. Ook het idee dat kinderen tot laat buiten spelen roept hier sneller zorgen op, terwijl dit in Afrikaanse landen juist als gezond wordt gezien. Onze kijk op gedrag is daarmee altijd subjectief.

Eerder een stempel of label

We schrikken tegenwoordig sneller als gedrag ‘opvalt’ of ‘anders’ is. We twijfelen eerder en schakelen sneller hulp in. Een druk jongetje krijgt eerder het stempel ADHD, een boos kind heeft een ‘emotieregulatieprobleem’ en een peuter die niet luistert ‘grenzenproblematiek’. Daarmee verschuift ongemerkt de grens tussen normaal en problematisch.

Daarbij speelt ook de overtuiging mee dat opvoeden vooral leuk zou moeten zijn. Terwijl opvoeden naast een mooie ervaring, ook betekent dat je moet verdragen, incasseren en soms worstelen. Dat zien we weinig terug op sociale media, maar het hoort er onvermijdelijk bij. Alleen al erkennen dat opvoeden niet altijd leuk is en veel van je kan vragen, kan al veel druk wegnemen.

Hoogleraar Orthopedagogiek Laura Batstra waarschuwt al jaren. Zij laat zien dat kinderlijk gedrag steeds vaker wordt gelabeld als probleem of zelfs als stoornis, terwijl het vaak gaat om normaal gedrag binnen een veeleisende maatschappij. Het is niet dat kinderen mentaal zieker worden of ouders tekortschieten, maar omdat de ruimte voor divers gedrag kleiner is geworden. Onze maatschappij stelt hogere eisen, scholen zijn prestatiegerichter, ouders staan onder druk en hulpverlening is laagdrempelig geworden. 

Herken je dit in jouw kind?

Laten we kritisch blijven op het problematiseren van gedrag en vaker de beweging maken richting gedrag als ‘normaal’ beschouwen, ofwel normaliseren. Dat zit vaak al in kleine dingen. Daarom lees je vijf vormen van ‘normaal’ kindgedrag die we steeds vaker zien als ‘abnormaal’:

1. Luidruchtig zijn

Kinderen zitten vol energie. Hun lichaam en brein zijn volop in ontwikkeling en ze ervaren intens. Geluid maken is voor jonge kinderen een manier om gehoord en gezien te worden (als baby al!). Dat is geen probleemgedrag, maar volkomen normaal. 

2. Grote emoties over kleine dingen

Kinderen voelen veel, maar kunnen nog niet goed relativeren zoals een volwassene. Jonge kinderen voelen van alles maar kunnen het vaak nog niet plaatsen en reguleren. Dat is geen teken dat er iets mis is, maar dat hun (emotionele) brein nog aan het rijpen is.

3. Dingen op hun eigen manier willen doen

“Zelf doen” is geen koppigheid, maar autonomie in ontwikkeling. Kinderen oefenen met keuzes maken, controle ervaren en een eigen wil vormen. Dat botst soms, maar hoort bij groei.

4. Troep maken

Kinderen leven in het moment. Opruimen is abstract, terwijl spelen en ontdekken concreet zijn. Eerst ontstaat chaos, daarna leren kinderen ordenen. Rommel zegt vooral iets over speelsheid. 

5. Veel willen bewegen

Beweging ondersteunt leren en denken. Het zenuwstelsel van kinderen heeft beweging nodig om zich goed te ontwikkelen. Stilzitten is voor veel kinderen biologisch onnatuurlijk. En voor jongetjes met extra testosteron nog een beetje meer. Extra bewegingsdrang is geen stoornis, maar fysiologie.

Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Ze groeien daar naartoe. Hun hersenen rijpen tot ver in de twintig en hebben tijd, oefening, voorbeeldgedrag, liefde en duidelijke grenzen nodig. Zoeken naar wat wel en niet werkt is heel normaal.

Vanuit die gedachte schreef ik het boek Confettikinderen, als tegenhanger van de vele labels die kinderen krijgen, zoals ‘druk’ of ‘dwars’. Een praktisch handboek voor ouders van bruisende, temperamentvolle en gevoelige confettikinderen die behoefte hebben aan extra handvatten, normaliseren, uitleg over de ontwikkeling van kinderen en inzichten.

Extra ondersteuning als dat nodig is, niet omdat het moet

Ja, natuurlijk zijn er kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en daar moeten we oog voor houden. Maar laten we eerst weer leren herkennen wat normaal is. Niet elk druk kind heeft ADHD. Niet elke driftbui is problematisch. En niet elk verschil vraagt om een label.

De verschillen tussen ons mensen zijn heel normaal en broodnodig. Als we dat onderscheid beter leren maken, ontstaat er ruimte. Voor kinderen om kind te zijn. En voor ouders om te ademen. Want opgroeien is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een proces dat we best wat vaker mogen normaliseren.

Daniëlle Goedhart-Bax is moeder van drie, orthopedagoog-generalist en eigenaar van een praktijk met een divers en bevlogen team. Daarnaast is zij auteur van Confettikinderen: het handboek voor ouders van bruisende, temperamentvolle en prikkelgevoelige kinderen.

Danielle Goedhart

Gratis een wekelijkse update?

How About Mom nieuwsbrief: korting, tips en de beste gelezen verhalen