Volgens ‘opvoedexperts’ zijn er eindeloos veel manieren om het fout te doen. Niet bepaald rustgevend he? Maar kijk je wat breder, naar hoe kinderen wereldwijd opgroeien, dan zie je iets interessants: er zijn ook eindeloos veel manieren om het goed te doen. En het mooie is… het gaat eigenlijk bijna overal gewoon goed.
En toch zien we in Nederland iets anders gebeuren. Steeds meer ouders voelen zich uitgeput. Echt opgebrand. Uit onderzoek naar parental burn-out blijkt dat ongeveer 20 tot 40% van de ouders klachten ervaart die passen bij een ouderschapsburn-out, zoals extreme vermoeidheid, emotionele afstand en het gevoel vast te lopen in het ouderschap. Vooral moeders met jonge kinderen lopen hierin voorop.
Waarom voelt ouderschap zo intens?
In het Westen, en zeker in Nederland, zijn we opvoeden steeds bewuster gaan doen. We willen het goed doen. Liefdevol, aandachtig en afgestemd op ons kind. Dat is mooi, maar het zorgt er ook voor dat het soms voelt alsof elk minuscuul detail van wat je doet belangrijk is voor de toekomst van je kind. Daar komt bij dat we overspoeld worden met advies. Van experts, boeken en social media. Vaak goed bedoeld, maar ook vaak tegenstrijdig. Het gevolg? Twijfel en het gevoel dat je het nooit helemaal goed doet.
Ook de wereld waarin we leven speelt een grote rol. Van ouders wordt veel verwacht. Vaak werken beide ouders en combineer je werk, gezin, sociale contacten en soms ook nog (mantel)zorg voor anderen. Alles loopt door elkaar heen, en dat maakt het ouderschap intens. Tegelijkertijd ligt de lat hoog voor kinderen. Ze worden veel gemeten, vergeleken en beoordeeld. Op school, sociaal en in hun ontwikkeling. En als je kind langs die meetlat ligt, voel jij als ouder automatisch de druk om het zo goed mogelijk te doen.
Daarbovenop leven we steeds individualistischer. Opvoeden doe je minder samen dan vroeger. Waar kinderen eerder vanzelf bij anderen binnenliepen, plannen we nu speelafspraken en moet opvang bewust geregeld worden. Dat kost tijd en energie en kan soms ook best eenzaam voelen. En heb je een kind met extra behoeften of een pittig temperament, dan wordt die belasting vaak nog groter. Juist als je er veel alleen voor staat, kan dat het gevoel van eenzaamheid versterken.
Tel je dit allemaal bij elkaar op, dan is het eigenlijk heel logisch dat ouderschap zo intens kan voelen. De hoge verwachtingen, de constante stroom aan informatie en het gevoel dat je het grotendeels alleen moet doen, maken dat er weinig ruimte overblijft om gewoon te zijn.
Hoe het ook kan: een wereldwijde blik
Als je kijkt naar antropologisch onderzoek, dus hoe opvoeden er wereldwijd uitziet, zie je een ander perspectief. In veel culturen is opvoeden minder gestuurd en meer verweven met het dagelijks leven. Kinderen groeien op in een omgeving waarin ze meedoen, meekijken en vanzelf leren.
Daarbij worden vaak twee manieren van kijken naar ontwikkeling onderscheiden. In veel delen van de wereld zie je het principe ‘pluk wanneer rijp’. Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo en leren door mee te doen en verantwoordelijkheid te krijgen wanneer ze daar klaar voor zijn. In westerse samenlevingen zoals de onze zie je vaker ‘pluk wanneer groen’. We beginnen vroeg met begeleiden, stimuleren en ontwikkelen. We willen kinderen helpen groeien, vaak nog voordat iets vanzelf ontstaat. Denk aan het actief stimuleren van slaap, emoties en sociale vaardigheden vanaf jonge leeftijd.
Beide benaderingen hebben hun waarde. Maar het verschil laat wel zien dat er niet één juiste manier is. En dat alleen al kan helpen om met iets meer ontspanning naar je eigen manier van opvoeden te kijken.
Het contrast dat lucht geeft
Wanneer je deze verschillende manieren naast elkaar zet merk je dat het dus ook anders kan. Heus niet omdat één manier beter is dan de ander, maar omdat het laat zien dat er niet één juiste manier bestaat. In sommige culturen helpen kinderen al jong mee in het huishouden. In andere culturen slapen kinderen samen met familie. En ergens anders leren kinderen vooral door te observeren in plaats van door uitleg. Dat besef kan helpen om iets milder te kijken naar hoe het bij jou thuis gaat. Er zijn heel veel manieren om het ‘goed genoeg’ te doen.
Goed genoeg ouderschap
Wat mij persoonlijk enorm helpt en wat ik ook in mijn boek Confettikinderen benadruk, is het principe van “goed genoeg ouderschap”. Dat betekent niet dat je alles maar loslaat. Kinderen hebben behoeften en het is waardevol om daarbij aan te sluiten, zeker als je een temperamentvol kind hebt. Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat je als ouder maar in ongeveer 30 procent van de momenten goed hoeft aan te sluiten. Ik hoor je denken: 30?! Yes, echt lieve ouders. Dat betekent dus ook dat het in een groot deel van de tijd niet perfect gaat. En dat dat oké is. Die gedachte geeft ruimte, toch? Het haalt de druk weg dat alles in één keer goed moet. Het laat zien dat herstellen, opnieuw contact maken en er weer zijn minstens zo ‘belangrijk’ is als het meteen goed doen.
Kleine verschuiving, groot effect
De grootste verandering zit niet in alles anders doen, maar in anders kijken. Naar jezelf. Iets meer vertrouwen. Iets meer mildheid. En iets minder het gevoel dat alles van jou afhangt.
Dat zie je ook terug in iets praktisch als helpen in huis. Jonge kinderen willen vaak meedoen. Door ze die ruimte te geven, voelen ze zich betrokken en leren ze vanzelf. Het hoeft niet perfect. Je mag elke dag proberen, leren en fouten maken.
Kinderen zijn bovendien veerkrachtig. Echt, een trauma ontstaat niet zomaar, ook al doet social media soms anders vermoeden. Ze groeien op onder allerlei omstandigheden en ontwikkelen zich in hun eigen tempo. Dus gun jezelf ook wat ruimte. Regel de oppas. Ga dat avondje weg. Maak die ontspannende wandeling. Luister de podcast. Praat met anderen over hoe zij het doen. En kijk eens eerlijk: wat kost je energie en hoe kan dat anders? Jezelf op nummer één zetten is geen luxe, maar nodig. Eerst je eigen zuurstofmasker, dan pas de rest.



