Behulpzaamheid is sociale vaardigheid die we graag terugzien in onze kinderen. Kunnen zien wat een ander nodig heeft en hier op inspelen zonder dat daar om gevraagd hoeft te worden. Maar hoe leer je dat bij je kind? Hoe kan hij of zij helpen, zonder druk of dreigementen? Pedagoog Scarlet duikt in het onderwerp ‘behulpzaamheid’.
In inheemse stammen in Mexico is dit zo’n belangrijke vaardigheid dat ze er een speciaal woord voor hebben: acomedido. Daar dragen kinderen zonder protest en vrijwillig mee aan het huishouden. Als een moeder een lange werkdag heeft gehad, komen kinderen haar bijvoorbeeld helpen met afruimen.
Ook ik wil, net als veel ouders, graag dat mijn kinderen ‘acomedido’ zijn en niet alleen bezig zijn met zichzelf maar ook leren om van betekenis te zijn voor anderen zonder dat ik hiervoor druk moet uitoefenen of met dreigementen moet gaat strooien.
Toch is dit vaak hoe we het in de Westerse cultuur aanpakken. We zijn niet heel goed in het bijbrengen van ‘acomedido’ zijn.
We prijzen kinderen voor alles wat ze doen
Waarom die behulpzaamheid hier niet zo goed van de grond komt? Dat komt door verschillende ingebakken gewoonten, voornamelijk de volgende twee:
- Kinderen prijzen voor alles wat ze doen.
- Niet ingaan op de wil om zelfstandig te worden.
In het boek Jagen, Verzamelen, Opvoeden van Michaleen Doucleff lees ik dat Inheemse stammen nauwelijks gebruik maken van beloningen of straffen.
Dit zou namelijk kinderen creëren die constant zoeken naar bevestiging en goedkeuring. In plaats van zelfverzekerdheid en motivatie van binnenuit, zorg het voor onderdanigheid en motivatie die alleen maar komt door externe aanmoediging. Iets wat veel westerse ouders denk ik wel herkennen. Bij zichzelf misschien, in hun pleasende karakter. Of bij hun kind dat niet in beweging is te krijgen en alleen maar helpt als daar iets leuks tegenover staat en niet omdat dit hen van binnenuit een fijn gevoel geeft.
Schermtijd: zó zet je het bewust in
Kinderen die helpen zijn al gauw onhandig
’De tweede gewoonte of eigenlijk blinde vlek is dat we deze intrinsieke motivatie – uit jezelf iets doen omdat je dat van binnenuit wil – als westerse ouders al snel de kop in drukken. Kinderen willen vaak van nature alles nadoen wat een volwassene doet. Ze willen onderdeel uitmaken van het team, als een volwaardig lid.
De drang om iets “zelf te doen” is zo groot dat het vaak tot driftbuien leidt. Stofzuigen, de tafel poetsen, ramen lappen, de was in de machine doen, een ei breken, in de pan roeren: vaak zijn kinderen er als de kippen bij.
Maar wat doen wij vaak? We houden het tegen. Tijdens het koken de tv aan, de was pas opruimen als de kinderen op bed liggen, naar de supermarkt als ze op het kinderdagverblijf zijn.
Hoe kan je kind meedoen?
Ik heb me hier in de tropenjaren ook regelmatig schuldig aan gemaakt omdat ik gewoon geen ruimte en energie voelde om mijn kind(eren) hierbij te betrekken. Natuurlijk is het ook belangrijk om je eigen grens te bewaken. Het kost immers wel veel energie en geduld om kinderen mee te nemen in de taken die je anders zo hebt gepiept. Toch zette bovenstaande mij aan het denken en ben ik kritischer gaan kijken wanneer ik mijn dochters verzoekjes ‘mag ik helpen, mag ik helpen?’ of ‘mag ik dat dooeeen?’ meer kon toelaten in plaats van afwijzen.
Want door deze behoefte keer op keer af te wijzen – omdat je zelf sneller of efficiënter een taak uitvoert – leren we kinderen niet om betrokken te zijn. Ze zien letterlijk niet wat er allemaal bij komt kijken om het gezinsleven draaiende te houden. Als we ze hiervan afschermen leren we ze hier ook geen aandacht voor te (hoeven) hebben en dus ook geen vaardigheden om te kunnen helpen.
Dit vergt geduld en begrip en lukt dan ook alleen als je als ouder lekker in je vel zit. Je moet je kunnen verplaatsen in het kind en welke taakjes ze al aankunnen. Soms willen ze graag helpen maar kunnen ze het nog niet goed. Dan is het nog te vroeg en is het belangrijk om ze te ondersteunen in plaats van te veroordelen. Bijvoorbeeld door ze een ander, makkelijker taakje te geven of ze het opnieuw en simpeler uit te leggen. Wanneer dit goed gaat, mag dit best gecomplimenteerd worden, maar liefst niet met lege lof. Wat volstaat is een: “goed geholpen, als een echte grote jongen/meid”
Want uiteindelijk is en blijft de grootste beloning voor een kind: meedoen en zich ‘groot’ en competent voelen.
Daar zit een belangrijk verschil: horen dat je “geweldig” bent of zelf voelen dat je “geweldig” bent vanwege de dingen die je kan en leert. Dit laatste bereik je alleen door ervaring op te doen. Laten we kinderen de kans geven om samen met ons te ontdekken, te leren en te groeien!
