Blog: Werken werken werken

En toen na zes lange maanden was het moment daar: ik ging terug naar mijn werk. Het was begin augustus, ergens middenin de vakantie periode, dus – gelukkig voor mij – rustig en kon ik de tijd nemen om er langzaam weer in te komen. 

Ik werk als accountmanager corporate partnership, met andere woorden fondsenwerver, voor het Concertgebouworkest. Een baan die ik mega leuk vind, al van jongs af aan is kunst en cultuur me namelijk met de paplepel ingegoten. Het mede mogelijk maken van de concerten die het orkest speelt, welke gezien wordt als een van de drie beste orkesten ter wereld, vind ik dan ook fantastisch! Maar het is ook een baan die veel van je vraagt, veel events rondom concerten en dus avonden weg (hoewel dat nu met Corona zelden het geval is).

Binnen 2,5 dag had ik 1100 mails weggewerkt, was ik bijgepraat door mijn directe collega die het schip had bewaakt en na een week was het alsof ik nooit was weggeweest. Achteraf een vreemde gewaarwording. Na een aantal weken begonnen her en der weer collega’s terug te keren van vakantie en iedereen vroeg uiteraard aan me hoe het ging en hoe het met de kleine was. Enthousiast vertelde ik dan over Lyo, maar ik was bovenal ook heel eerlijk: “Het is het mooiste, maar ook het moeilijkste wat ik ooit heb meegemaakt.” Mijn antwoord verbaasde velen, omdat ik kennelijk uitsprak wat vele nieuwe moeders niet deden. Het is niet alleen een roze wolk, in ieder geval niet voor mij. Maar wat bleek, eigenlijk voor bijna niemand! Alleen hadden ze er nooit eerder op die manier over gesproken of voor uit durven komen. 

Terwijl het werk me weer prima af ging, had ik in het begin niet zozeer moeite met de ‘praktijk’ van het werken, maar wel met de ‘theorie’. Ik vond het namelijk maar wat moeilijk om Lyona in het begin af te zetten bij de kinderopvang. Niet dat ik bang was dat ze het niet leuk zou hebben – de opvang had zelden een tevredener en vrolijker kind meegemaakt – of dat ik haar overdag miste, maar toch voelde ik tweestrijd in me. Als ik eenmaal aan het werk was (en dus afgeleid) was het prima, maar gedurende de momenten dat ik bijvoorbeeld aan het kolven was, vond ik het moeilijk dat ik koos voor het werken in plaats van voor mijn eigen kind te zorgen. 

Mijn eigen moeder is gedurende de kindertijd van mij en mijn broertje altijd thuis geweest, dus heb ik nooit op een kinderopvang of BSO gezeten. Ik heb dat als heel fijn en veilig ervaren, en had er een idyllisch beeld bij dat ik dat als ik eenmaal kinderen zou hebben ook zo zou doen. Maarja, dan kom je op dat punt en doe je het tóch anders. Ik had moeite met de twee werelden – zorgen voor je kind en werken – met elkaar te verenigen. Als je dan zo bewust en gepland als wij een kind krijgt, hoor je er zelf voor te zorgen toch? En niet af te geven aan een ander die vervolgens die zorg voor jouw kind draagt, omdat jij zo nodig moet werken – zo voelde het destijds voor mij.

Maar nadat ik stopte met borstvoeding te geven en de hormonen langzaam verminderden, vond ik mijn balans terug. Eerder schreef ik al dat ik moeite had met de leegte tijdens mijn verlof, vooral omdat er zoveel vrije tijd was. Met het werken kwam ook de waardering voor de vrije tijd terug en genoot ik meer van het samen zijn met Lyo en haar lekkere plofwangen vol te duwen met kusjes. Alles wat schaars is, is natuurlijk waardevoller.

Al met al heb ik inmiddels mijn draai gevonden als werkende moeder, heb ik mijn motivatie en ambitie terug gevonden in mijn werk én voel ik me niet meer schuldig dat ik af en toe de zorg voor onze dochter deel met anderen. Bovendien it takes a village to raise child, dus een beetje hulp is nooit weg. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn werk als een hele fijne ‘dagbesteding’ zie, als waardevolle afwisseling, waardoor ik zelf ook blijf groeien en leren. Iets wat ik ontzettend belangrijk vind. Maar het is wezenlijk anders dan voordat ik een kindje kreeg. Ik weet dat het niet voor iedereen zal gelden, maar voor mij was moeder worden de reality check die ik nodig had om perspectief te krijgen op wat er echt belangrijk is in het leven, om me minder druk te maken over onbenullige dingen en minder perfectionistisch te zijn of een control freak. Want uiteindelijk is er maar weinig zo belangrijk als je eigen vlees en bloed. 


Charlie is half Portugees, woont in Amsterdam en werkt als fondsenwerver corporate partnerships bij het Concertgebouworkest. Ze is getrouwd met Benji, ex-klassieke balletdanser en nu fysiotherapeut, en sinds 1 maart 2020 zijn zij trotse ouders van dochter Lyona. Meer lezen over Charlie?