Jarenlang draaide het leven van Kelly van Goens (41) om één allesbepalende wens: moeder worden. Wat begon als een verlangen, groeide uit tot een intens en allesoverheersend traject vol hoop, teleurstellingen, fysieke grenzen en mentale uitputting. Tot het moment kwam waarop ze besefte dat ze niet langer door kon op de weg die ze zo lang had gevolgd. Pas toen ze stopte met het najagen van haar kinderwens, kwam de ruimte voor wat al die tijd was weggedrukt: rouw, verdriet en accepteren dat ze geen moeder zal worden. In haar boek ‘Ze brengen ze niet met de ooievaar’ blikt ze terug op de afgelopen jaren.
Dit artikel verschijnt in het teken van Wensmoederdag, een initiatief van Fertifriend, waarop aandacht wordt gevraagd voor vrouwen die (nog) geen moeder zijn, maar wel een kinderwens hebben.
Waarom besloot je jouw verhaal op te schrijven?
“Het zat me zo hoog, het moest er gewoon uit. Mijn partner en ik waren al zes jaar bezig met het vervullen van onze kinderwens en hadden op dat moment nog een embryo in de vriezer liggen. Eigenlijk konden we niet meer, maar ik moest en zou die laatste terugplaatsing doen. En wel voor m’n 40ste. Omdat ik wist: dit wil ik niet meenemen in m’n veertiger jaren. Ik had behoefte aan een schone lei. Het afsluiten van een hoofdstuk, dat eigenlijk nog niet klaar was.”
“En toen werd ik veertig en was ineens het moment daar dat ik me besefte: ik word geen moeder. Pas toen kwamen – na al die jaren – de emoties. Gedurende het hele fertiliteitstraject voelde ik geen ruimte m’n emoties te uiten. Om stil te staan bij wat er allemaal gebeurde. Want de biologische klok tikte en ik dacht alleen maar: we moeten door, door, door. En toen stopte het ineens. En kwam alles tegelijk.”
“Dus ik ben gaan schrijven, eerst echt alleen voor mezelf, om te begrijpen wat er nou eigenlijk gebeurd was en hoe ik me voelde. Tot er een moment kwam, waarop ik dacht: dit verhaal wat ik nu aan het schrijven ben, dat heb ik gemist in de tijd dat ik midden in het traject zat. Het gaat vaak over de praktische kant. Wat kun je allemaal nog doen om een kind te krijgen? En weinig over dat een fertiliteitstraject alle facetten van het leven raakt.”
Wat bedoel je met dat het alles raakt?
“Een onvervulde kinderwens is echt niet alleen pijnlijk als je weer een babyshower van een vriendin hebt, of een zwangerschapsaankondiging voorbij ziet komen. Het kruipt in alles. In je relatie, in hoe je naar jezelf kijkt, in je werk, in je sociale leven, zelfs in de kleinste dingen zoals wat je eet of denkt te mogen eten. In die zes jaar probeerde ik overal grip op te hebben. En dat ging heel ver. Alles stond in het teken van het krijgen van een kind. En terwijl ik zo gefocust was op controle, raakte ik mezelf kwijt en ging ik alleen maar m’n eigen grenzen over. Zonder dat ik het door had.”
“Terugkijkend op die periode zie ik nu ook hoeveel ik heb gemist. Ik zeg weleens dat ik eigenlijk m’n dertiger jaren ben verloren. Er zijn zoveel vakanties, feestjes, huwelijken waar ik niet bij ben geweest. Vandaar dat ik ook heel bewust heb gekozen om die leefstijl niet mee te nemen in m’n veertiger jaren.”
Hoe zag dat eruit, die grenzen die je overging?
“Achteraf kijk ik daar echt met verbazing op terug, omdat ik dingen heb gedaan waarvan ik nu denk: hoe heb ik dat kunnen volhouden? Mijn lichaam gaf al signalen dat het niet meer ging, maar ik ging toch door. Dan had ik in oktober een operatie voor een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en zat ik een maand later alweer in een nieuwe IVF-ronde. Ik gaf m’n lichaam gewoon geen tijd om te rusten. En dat heeft ook effect op hoe je je mentaal voelt.”
“De modus van maar blijven doorgaan heb ik lang volgehouden. Tot het moment waarop ik zo’n heftige paniekaanval kreeg waar ik weken in bleef hangen. Mijn lijf schreeuwde om rust en gaf aan: tot hier en echt niet verder.”
Je lichaam kon niet meer. Maar hoop voor een kindje blijft. Wanneer besefte je dat die hoop niet meer voldoende was?
“Dat besef kwam eigenlijk pas toen ik er al overheen geklapt was, want zolang je nog hoop hebt, kun je doorgaan. De wens is zo groot dat je daar heel lang op kunt teren. En we leven ook in een maatschappij waarin we leren dat als je maar hard genoeg je best doet, je er wel komt. Dus dat mantra neem je mee in zo’n traject.”
“Toch kwam er een moment dat mijn partner en ik samen tot de conclusie kwamen dat onze grens was bereikt. Toen besefte ik: wij zijn er wel. Hij en ik zijn samen op deze wereld en ik wilde niet dat we elkaar kapot zouden maken voor een droom die misschien wel nooit in vervulling zou gaan. We hebben toen besloten te stoppen met het fertiliteitstraject.”
Het stoppen met het vervullen van je kinderwens, gaat gepaard met de realiteit dat je geen moeder wordt. Hoe ga je daarmee om?
“Sommigen hebben het over loslaten. Maar dat vind ik niet het juiste woord. Want mijn kinderwens laat ik nooit los. Dat zit zo diep. Wel probeer ik te accepteren ik dat mijn leven anders loopt dan ik hoopte. Dat ik een andere kaart heb getrokken en een leven zal hebben waarin ik nooit zelf moeder zou worden.”
“En die acceptatie is geen rechtlijnig proces, dat gaat met pieken en dalen. Er zijn dagen waarop ik me sterk voel en denk: ik ben trots op wie ik ben en hoe ik hiermee omga, maar er zijn ook dagen waarop het me ineens overvalt. Dat ik in de HEMA loop en me verdrietig afvraag waarom ik nooit rompertjes mag kopen. Dat zijn ook de dagen dat ik mild voor mezelf probeer te zijn.”
Jarenlang heb je jezelf gezien als een toekomstige moeder. Wie ben je nu, zonder dat toekomstbeeld?
“Mijn psycholoog zei tegen me dat ik in een tweede puberteit zit en dat vond ik eigenlijk heel treffend, omdat je opnieuw moet ontdekken wie je bent. Los van het plaatje dat je altijd voor ogen had. En dus moet ik opnieuw gaan kijken: waar sta ik, wat past bij mij, wie ben ik zonder dat verhaal?”
“Het uitvinden wie ik ben, is net als accepteren dat ik geen moeder word, een proces. Het voelt af en toe een beetje alsof ik buiten de norm sta. Ik pas niet binnen het traditionele plaatje van een vrouw die een man en een gezin heeft. Zeker in mijn dertiger jaren had ik het gevoel dat ik dat vaak moest toelichten. Nu ik ouder word, merk ik dat ik minder vastzit aan de verwachtingen die mensen als vanzelfsprekend zien. Dat geeft een vorm van vrijheid.”
Hoe kijk je nu naar de toekomst?
“Ik zit nu in een fase waarin alles weer openligt, en dat is spannend maar ook hoopvol, omdat ik voor het eerst in lange tijd niet meer alles vooruit aan het plannen ben. Niet meer bezig ben met wat er over een paar dagen of weken moet gebeuren, maar veel meer leef in het moment.”
“Ik dacht altijd dat ik controle had over de grote lijnen van mijn leven, dat ik kon sturen waar het heen ging, maar juist de belangrijkste dingen had ik helemaal niet in de hand. En dat besef heeft ervoor gezorgd dat ik nu meer denk: ik zie het wel, ik laat het een beetje los. Ik volg de weg van de minste weerstand, en dat voelt eigenlijk verrassend bevrijdend.”
Vandaag is het Wensmoederdag en kom je samen met vrouwen die ook ongewenst kinderloos zijn. Waarom is dat belangrijk?
“Twee jaar geleden kwam ik voor het eerst samen met vrouwen die ook (nog) geen kinderen hebben, georganiseerd door Fertifriend. Dat heeft echt een wereld van verschil gemaakt, omdat ik ineens voelde dat ik niet de enige was. Terwijl dat wel vaak zo voelt.
Als vrouw zonder kinderwens of kinderloos val je voor mijn gevoel buiten de norm. En dan is het zo fijn om met vrouwen te zijn met wie je aan een half woord genoeg hebt.`Waar je je jezelf niet hoeft in te houden. Ik hoef m’n verdriet niet kleiner te maken of m’n gevoelens te nuanceren om het voor een ander behapbaar te houden. Ik mag daar gewoon zeggen: vandaag is het zwaar, of ik trek het even niet. En dat wordt meteen begrepen.”
“Samenkomen geeft ook erkenning. Ik zag: er zijn zoveel vrouwen die dit meemaken, die ook worstelen met die hoop, die teleurstellingen, die onzekerheid. Dat haalt je een beetje uit dat gevoel van isolatie. Want dat is misschien wel het zwaarste: dat je je zo alleen kunt voelen in iets wat zo’n groot deel van je leven inneemt. En tegelijkertijd zit er ook kracht in, want je ziet hoe anderen ermee omgaan, hoe zij hun weg zoeken. Dat inspireert ook. Het maakt het niet minder zwaar, maar wel minder eenzaam.”
Wat wil je tot slot meegeven?
“Aan vrouwen die hier middenin zitten wil ik echt zeggen: je doet het al goed, ook al voelt dat misschien niet zo. Je hoeft jezelf niet gek te maken met alles wat er op je afkomt, met alle adviezen en mogelijkheden. Blijf zo dicht mogelijk bij jezelf, want dat is het enige wat je hebt.”
“En aan de mensen eromheen zou ik willen zeggen: probeer eens echt te vragen hoe het met iemand gaat en luister naar de reactie. Niet alleen praktisch, niet alleen over het traject, maar hoe iemand zich voelt. Want dat is vaak het stuk waar het minst ruimte voor is, terwijl dat juist is wat iemand nodig heeft. Om zich gezien en begrepen te voelen.”
Het boek van Kelly van Goens ‘Ze brengen ze niet met de ooievaar’ ligt sindskort in de winkels en is te bestellen via online boekhandels, waaronder Bol.com.
Fotograaf: Emma Peijnenburg


