Met je baby in hetzelfde bed slapen draagt niet bij aan versterken band tussen moeder en kind
23/06/2021

“Geef jij nog stééds de borst?” vs. “Waarom geef je geen borstvoeding?”

Auteur

Datum

Categorie

Share

Share on facebook
Share on linkedin

Welke vervelende vragen of opmerkingen krijg jij als borstvoedende mama? En als moeder die de fles geeft? Dat vroegen we afgelopen week uit op Instagram en de reacties zijn om te huilen. Hoe kan het toch dat we anno 2021 nog steeds oordelend zijn over de keuzes die moeders maken?

Of we de fles geven, de borst geven of een combinatie van die twee: we doen als ouders ons best en we maken keuzes waarvan wij denken dat ze de beste zijn voor ons eigen gezin. Helaas voelen veel vrouwen en moeders nog steeds de noodzaak om de keuzes die we maken te verdedigen tegenover anderen. Of hebben we het gevoel bekritiseerd te worden vanwege die keuzes. Net zoals ik me eerder afvroeg in mijn blog ‘Kun je het als moeder ooit goed doen?’, lijkt die vlieger ook hier weer op te gaan. Want: geven we de fles dan krijgen we commentaar, geven we de borst krijgen we dat ook. Heus niet alleen van andere moeders, maar ook van familie, mannen, zorgverleners, collega’s of wildvreemden.

Geef je borstvoeding, dan krijg je opmerkingen over hoe dat eruit ziet. Dat het onsmakelijk is, dat je je wel even moet bedekken en dat “je eruit ziet als een koe”. Er wordt zorgen gemaakt over de status van onze borsten tijdens de borstvoedingsperiode (“Zit in die kleine borsten wel genoeg melk?” of “Met jouw enorme borsten moet borstvoeding wel lukken”) maar ook na afloop: “Gaan ze daar niet van hangen? Vind je vriend ze daarna nog wel mooi? Wil je straks een borstcorrectie?”. Ik krijg de rillingen van alle seksuele opmerkingen die worden gemaakt, zoals “Ik wil ook wel aan die tepel zuigen” of “Daar wil ik ook wel uit drinken”. Verbazingwekkend hoe vaak vrouwen de vraag krijgen of ze NOG STEEDS borstvoeding geven (na 1, 3, 6, 9, 12 of 15 maanden) en wanneer we daar “eindelijk” eens mee stoppen (want: “Het is nu wel genoeg geweest”). Op werk krijgt een vrouw de opmerking dat ze “alweer” pauze neemt tijdens de lunch, ze heeft immers ook al haar (wettelijk geregelde) kolf-pauze gehad. Of worden er grapjes gemaakt dat we “weer gaan melken als een koe.” Onze baby’s zijn te klein voor aan de borst (“groeit ‘ie wel goed alleen op jouw melk, ik zou echt bij voeden hoor”), onze baby’s zijn te groot voor aan de borst (“Zo’n raar gezicht, zo’n groot kind dat nog bij jou drinkt”). We verdienen ‘vrijheid’ en gelijkheid (“wanneer mag je eindelijk wijn drinken?” of “Vind je het niet oneerlijk dat je man niet hoeft te voeden?”) en we zijn vooral lekker goedkoop bezig met onze “gratis voeding.”

Geven we de fles dan “gunnen we ons kind niet het beste”. Dan wordt ons gevraagd “Of we niet gewoon konden doorzetten”, of we “wel echt ons best gedaan hebben” en of “we het de volgende keer wel echt gaan proberen”? We zijn egoïstisch (“Je doet je kind echt tekort”) en gemakzuchtig (“Zeker zodat je man er ‘s nachts ook uit kan”). We worden overal geconfronteerd met de voordelen van borstvoeding, maar niemand lijkt er trots op te zijn dat wij een keuze hebben gemaakt die bij ons past. Of beseft dat we soms simpelweg geen keuze hadden. We worden om uitleg gevraagd (“Pijn, kolven, borstonstekingen horen er gewoon bij, waarom ben je overgestapt op de fles?” en “Lekker akward om aan complete vreemden te moeten vertellen dat mijn beide borsten preventief zijn geamputeerd en ik daarom geen borstvoeding kán geven”). De mooiste vraag blijft nog: “Voed je zelf?” Nee, Ria, dat doet de slager.

How About Mom in jouw inbox?

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief