Op How About Mom schrijft Linda over haar ervaringen. Als moeder, pleegmoeder, oud jeugdverpleegkundige, NLP-trainer en -coach en coördinator bij Buurtgezinnen. Deze week schrijft ze hoe het pleeggezin begon.
‘Hij stond in de deuropening met twee shoppertassen en een blauw knuffelkonijntje. Één jaar en acht maanden oud. Grote ogen. Drie honden die blaften.’
Zo begon het; officieel.
Want hij kende mij al. Ik kende hem al.
Er kwam een moment waarop duidelijk werd dat hij een andere plek nodig had. Niet omdat zijn ouders niet van hem hielden; dat deden ze, dat doen ze. Maar liefde en kunnen zijn niet altijd hetzelfde.
Wij konden er zijn. Dicht bij hem. Dicht bij zijn ouders. Want een kind hoort bij zijn ouders; en als dat niet kan zoals het zou moeten, dan mag de afstand in ieder geval klein blijven.
Hij kwam ‘ter overbrugging’. Zo heette het.
Tot wij gevraagd werden of wij die overbrugging – door tekort aan pleeggezinnen – wilden omzetten in een perspectief biedende plek. Perspectief biedend; wat een woord voor iets wat begint met twee shoppertassen én een blauw konijntje.
We zeiden ja. Geen twijfel. Wat had je gedaan?
Niemand had ons hierop kunnen voorbereiden
De week voor hij officieel kwam, was zijn moeder al een keer met hem bij ons thuis geweest. Zodat hij de honden zag. Zodat hij de ruimte rook. Zodat mijn gezicht in ieder geval iets vertrouwds was in een verder onbekend geheel.
Dat laatste hielp. Alles eromheen; niet zozeer.
Toen hij alleen aankwam, bevroor hij bij de deur. De honden, de drukte, de nieuwe lucht. Hij hield zijn blauwe konijntje stevig vast en keek met grote ogen die alles opnamen zonder ook maar iets prijs te geven.
Niemand had een script voor dit moment. Ook ik niet. Terwijl ik toch wist hoe dit eruitzag. Ik had het al vaker meegemaakt in mijn werk. Alleen deze keer was anders: weten en voelen zijn twee verschillende dingen.
Mijn dochter had dat onderscheid niet nodig. Die had kennelijk al besloten dat ze grote (pleeg)zus was en dat zij wist hoe dat moest. Ze tilde hem op voor hij er erg in had.
Mijn zoon keek toe vanuit de deuropening en zei iets in de trant van: prima, mooi dat jullie dit doen, zolang ik er zelf niets mee hoef.
Eerlijk. Ik waardeer eerlijk.
In bed dacht ik: ‘wat hebben we gedaan?’
Die avond lag er een peuter in een vreemd bedje in een vreemd huis. Met zijn konijntje. Met zijn speentje. Omringd door mensen die hij grotendeels niet kende, in een leven dat hij niet had gekozen.
Ik stond in de deuropening en dacht: wát hebben we gedaan? Ik voelde het in iedere vezel van mijn lijf.
Niet als spijt. Als besef: dit is écht serieus! Deze dappere kleine verdient de wereld.
Ik herinner me altijd die grote ogen
Ruim twee jaar later is hij vier. Hij kent de honden bij naam. Ze zijn zijn grootste vriendinnen. Hij is vier handen op één buik met zijn (pleeg)zus. Hij maakt bravoure met zijn grote (pleeg)broer. En hij rent het huis door alsof hij er altijd al was.
Maar die grote ogen; die zullen we nooit helemaal vergeten.
Lees alle artikelen van Linda op How About Mom
In deze serie schrijf ik over hoe het is om pleegmoeder te zijn naast het moeder zijn van eigen kinderen. Over pubers die ineens een peuter in huis krijgen. Over hechting en trauma, maar dan zonder het jargon dat je op afstand houdt. Over een systeem dat soms meebeweegt en soms knarst. Over werk.
Ik schrijf warm. Soms scherp. Af en toe met een glimlach; omdat humor soms de enige manier is om iets te dragen zonder eronder te bezwijken.
Linda – (pleeg)ouder met pen. Combineert zorg, taal en soms wat lichte paniek tot iets dat op wijsheid lijkt.