‘Je kind is een goudmijn’, is de titel van het nieuwe boek van Sophie van Gool. Maar wie verdient er eigenlijk aan dat kind? Niet de moeder, stelt Sophie.
Wie moeder wordt, merkt het vaak al snel: je leven verandert. En je financiën ook.
Sophie van Gool is econoom, schrijfster en moeder. Ze verbaasde zich na de komst van haar kind over de economie rondom het ouderschap. “Mijn kinderen bleken kleine goudmijntjes. Van liefde, verwondering en geluk, maar óók bleek er een industrie te zijn waarvoor ze veel geld opleveren”
“Iedereen verdient aan een kind, behalve de moeder”
Sophie’s boek werpt licht op wat zij de ‘moedereconomie’ noemt, de steeds groter groeiende industrie rond een kind krijgen.
Van draagmoederschap tot de nieuwste draagzak, van eicellen-invriezen als ‘verzekering’ tot de echte kosten van borstvoeding geven: Je kind is een goudmijn laat je op een nieuwe manier kijken naar wat het je oplevert én kost als je moeder wordt. Sophie: “We willen allemaal het beste voor ons toekomstige kind, en zijn bereid en soms genoodzaakt om daarvoor te betalen.”

Babyboete
Ze verdiepte zich in haar werk als econoom in de loonkloof en ongelijkheid op de werkvloer, en schreef daarover eerder het boek Waarom vrouwen minder verdienen – en wat we eraan kunnen doen.
Moeder worden heeft structureel financiële gevolgen. Niet alleen tijdelijk, maar jarenlang, of beter gezegd levenslang.
Vrouwen gaan vaker minder betaald werk doen na de komst van kinderen. Ze verdienen daardoor minder – de zogeheten babyboete – én bouwen minder pensioen op. Maar het eindeloze werk thuis – de zorg voor kleine kinderen, het huishouden, de mentale load – daarvoor worden vrouwen niet betaald. En dat voelt voor veel moeders herkenbaar.
Partners bouwen vaak ongestoord hun carrière door. Waar vrouwen een ‘babyboete’ betalen doordat zij zo’n 35% salaris inleveren, stijgt het inkomen van vaders na de komst van een kind met 1%, voor hogeropgeleide vaders zelfs met 5%. De verklaring volgens Sophie: een man die vader wordt, wordt gezien als verantwoordelijk, betrouwbaar en de kostwinner. Maar de moeder? Die levert vaak in – op tijd, energie én inkomen. Sophie noemt dit geen individueel probleem, maar een systeemprobleem.
De emancipatie draait om mannen, niet om vrouwen
Het is een conclusie die steeds vaker wordt uitgesproken: het is tijd dat mannen een stap erbij zetten in een eerlijkere verdeling van werk en zorg.
Vrouwen met kinderen zijn in twee decennia 15 uur per week meer gaan werken, toont het boek Who Cares. Mannen met kinderen zijn in diezelfde periode slechts 0,4 uur per week meer gaan zorgen. Een van de redenen waarom jonge vrouwen steeds vaker uitvallen met burnout klachten, zeggen deze experts.
How About Dad: zo pakken deze vaders het aan
Een ongemakkelijke waarheid
Wat het extra ingewikkeld maakt: veel van deze keuzes voelen als persoonlijke keuzes. Minder werken, meer thuis kunnen zijn voor je kind(eren). Maar hoe vrij is die keuze eigenlijk?
“Ik stoorde me aan de mythe dat vrouwen er vrijwillig voor kiezen om bijna de helft van hun inkomen in te leveren nadat ze moeder worden. Alsof ze echt een vrije keuze hebben”, zegt Sophie. Want nog steeds vindt 84% van de Nederlanders dat een moeder met jonge kinderen niet meer dan drie dagen zou moeten werken. Dat soort normen beïnvloeden gedrag, vaak onbewust.
En ook op social media krijgen vrouwen beelden van momfluencers te zien die bewust of onbewust vertellen om je op gezin en huishouden te richten, zegt Sophie.

Thuis begint het gesprek
“In mijn jaren op de Zuidas zag ik jonge, ambitieuze vrouwen uitvallen. Vaak nog voordat er kinderen kwamen. Het consultancybedrijf waar ik werkte had één vrouw in het 25-koppige management. Langzaam begon ik in te zien dat vrouwen ongelijk behandeld worden en dat er nog veel te winnen valt bij gendergelijkheid. Maar we krijgen nooit gendergelijkheid zolang we geen gelijkheid tussen stellen hebben.”
Die ongelijkheid ontstaat niet alleen op de werkvloer, maar ook thuis. Sophie: “Hoe eerlijk is jullie verdeling écht? Wie werkt betaald? Wie doet het onbetaalde werk? In mijn boek geef ik het voorbeeld van rijke Amerikaanse huisvrouwen. Zij maken een financiële afspraak met hun partner over een inkomen dat ze krijgen voor de zorg thuis, een zogenaamde housewife bonus.”
“Dat gesprek zijn we nog niet gewend te voeren als stellen. Hoe worden minder werken, minder carrièrekansen, minder pensioen financieel gecompenseerd? Wat is eerlijk? En wat winnen we er allebei mee – mannen en vrouwen – als zorg gelijker verdeeld wordt?”
‘Het ligt aan de vrouwen’
Waarom dragen moeders anno 2026 nog steeds het merendeel van de zorg, en de bijbehorende babyboete? Waarom is het vaderschap nog altijd zo vrijblijvend?
In Je kind is een goudmijn wordt duidelijk dat decennia aan Nederlands beleid – met de huisvrouw en gezin als hoeksteen van de samenleving – en het kapitalisme twee krachtige factoren zijn.

En dus is het ook onzin om de ongelijkheid af te schuiven op vrouwen die ‘beter weten’ hoe een luier verschoond moet worden, of liever de regie willen houden (ook wel ‘maternal gatekeeping’ genoemd). Het probleem zit erin dat veel mannen geen extra stap willen zetten als het gaat om eerlijk verdelen van zorg voor kinderen, betaald en onbetaald werk. Die ongemakkelijke waarheid, die mensen in hun privé-leven raakt, zorgt online dan ook tot veel reacties. In die reacties lees je terug hoe maatschappelijke verwachtingen vrouwen én mannen klem zet.
Loopt de verdeling van zorg in jouw relatie niet goed of eerlijk? Ga jij erop achteruit als moeder? Besef je: dit is geen individueel probleem of jouw ‘falen’. We leven in een systeem wat niet werkt voor vrouwen én moeders.
Fotocredits: Lilian van Rooij