Bij hoogbegaafdheid denken veel mensen aan een kind dat moeiteloos hoge cijfers haalt, vroeg leert lezen en fluitend door het onderwijs wandelt. Een kind dat ‘gewoon heel slim’ is. Volgens Ellen Nijhuis, moeder van drie hoogbegaafde kinderen en coach voor hoogbegaafde kinderen, is dat beeld veel te beperkt.
“Hoogbegaafdheid zit niet alleen in slim zijn,” zegt ze. “Het zit in intensiteit. In diep doordenken. In snel verbanden leggen. In een groot bewustzijn van jezelf, van anderen en van de wereld om je heen.”
Bij haar eigen kinderen begon dat al vroeg. Ellen en haar man kregen eerst een tweeling, een jongen en een meisje. “Wij hadden altijd het gevoel: wat gaat dat snel, wat doen ze veel, wat kunnen ze veel. Ze deden het allebei, dus we wisten niet beter.”
Een puzzel van 150 stukjes
Leeftijdsindicaties op speelgoed bleken al snel niet te kloppen. “Een puzzel van tien stukjes was zo klaar. Die van twintig ook, die van vijftig ook. Op een gegeven moment legden ze een puzzel van 150 stukjes. Toen dacht ik: klopt dit eigenlijk wel?”
Op de peuterspeelzaal ging het anders dan verwacht. Ellen hoopte dat haar kinderen daar fijn met anderen zouden spelen, maar ze stonden steeds verdrietig bij het raam. De juffen zeiden dat het goed ging zodra Ellen weg was. Toch bleef er iets knagen. “Ik dacht: nee, dit klopt niet.”
Een bevriende orthopedagoog zag een duidelijke ontwikkelingsvoorsprong. Op jonge leeftijd wordt meestal nog niet van hoogbegaafdheid gesproken. Later werd de tweeling getetst. Daaruit bleek dat beide kinderen hoogdbegaafd zijn en haar zoon zelfs uitzonderlijk hoogbegaafd is.
“Dat klinkt misschien fantastisch, maar het is ook heftig. Als een kind zo ver afwijkt van het gemiddelde, heeft het ook begeleiding en vooral begrip nodig. Alleen denken mensen vaak: die redt zich wel.” Ook het derde kind van Ellen vertoonde vergelijkbaar gedrag. Ook bij hem werd hoogbegaafd vastgesteld.
Meer dan slim zijn
Hoogbegaafdheid is volgens Ellen meer dan een hoog IQ. Deze kinderen hebben een groot ontwikkelpotentieel, maar leren niet automatisch vanzelf. In een omgeving die aansluit bij hun behoeftes kunnen ze zich snel ontwikkelen. Ontbreken de juiste voorwaarden, dan kan hun hoogbegaafdheid juist minder zichtbaar worden
Sociaal kunnen ze sterk zijn en zich toch alleen voelen. Ze begrijpen soms veel, terwijl ze emotioneel nog gewoon hun biologische leeftijd hebben. “Een grote misvatting is dat deze kinderen sociaal achterlopen. Vaak zijn ze juist verder, waardoor ze minder aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten.”
Dat verschil kan al jong zichtbaar zijn. Een kind dat precies weet wat rood is, vraagt een ander kind om het rode potlood. Dat kind geeft paars, groen of blauw. Na een paar keer raakt het hoogbegaafde kind gefrustreerd. “Uiteindelijk gooit hij misschien de potloden door de ruimte. Dan zeggen we: hij kan zich niet gedragen. Maar wat gebeurde daarvoor? Hij werd niet begrepen.”
Diepe vragen en rechtvaardigheidsgevoel
Een simpel lijstje om hoogbegaafdheid te herkennen bestaat niet. Toch ziet ze signalen die vaker voorkomen. Een kind kan opvallend alert zijn, snel verbanden leggen, verbaal sterk zijn, een goed geheugen hebben of veel vragen stellen. Sommige kinderen zijn al jong bezig met grote onderwerpen. “Onze zoon vroeg toen hij tweeënhalf was: als ik doodga, waar ga ik dan naartoe? Daar moet je als ouder echt even van schakelen.”
Vaak is er een sterke behoefte aan autonomie. Het kind wil begrijpen waarom iets moet, in plaats van iets aan te nemen omdat een volwassene het zegt. Rechtvaardigheid speelt eveneens een grote rol. Afspraken moeten worden nagekomen en regels moeten voor iedereen hetzelfde gelden.
Deze kinderen voelen vaak haarfijn aan wanneer woorden, lichaamstaal en gevoel niet met elkaar kloppen. “Als jij zegt dat alles goed gaat, maar zij voelen dat dat niet zo is, krijgen ze error.”
‘Ik was niet raar’
Toen Ellen zich in haar kinderen ging verdiepen, viel er bij haarzelf iets op zijn plek. “Ik dacht: dit gaat niet alleen over mijn kinderen, dit gaat over mij. Ik was niet raar. Mijn brein werkte gewoon anders.”
Op school kon ze goed meekomen. Ze begreep wat er van haar werd verwacht en paste zich aan. “Ik denk dat ik de meest aangepaste vorm van mezelf ben geworden.”
Voor haar kinderen was school niet vanzelfsprekend. Haar oudste zoon had een moeilijke basisschooltijd, totdat hij een leerkracht kreeg die niet deed alsof hij alle antwoorden had. “Hij zei: ik weet het niet, maar we gaan het samen ontdekken. Ik volg jou in wat jij nodig hebt. Daardoor ging onze zoon weer open.”
Kijk achter het gedrag
In haar praktijk helpt Ellen kinderen begrijpen hoe hun brein werkt en waarom zij dingen zo intens voelen of waarnemen. “Veel van deze kinderen hebben heel veel voelsprieten. Ze pikken ontzettend veel op.”
Haar belangrijkste boodschap aan ouders is dat hun kind daadwerkelijk anders is. Dat vraagt om bewustzijn. Een hoogbegaafd kind heeft andere behoeftes en zoekt een veilige omgeving waarin het mag zijn wie het is. Ontbreekt die veiligheid, dan kan hoogbegaafdheid zich uiten in frustratie, heftige emoties, overprikkeling, sterke gevoeligheid of het gevoel nergens bij te horen.
“Hoogbegaafde kinderen proberen niet opzettelijk lastig te zijn. Ze willen simpelweg begrijpen waarom iets moet. Als je zegt: omdat ik het zeg, werkt dat vaak niet. Leg je uit waarom iets nodig is, dan kunnen ze daar meestal veel beter mee omgaan.”
Volgens Ellen hebben deze kinderen vooral volwassenen nodig die verder durven kijken dan het gedrag. “Ze hebben een enorm bewustzijn van zichzelf, de wereld en hoe dingen werken. Dat past niet altijd in een wereld die vooral is ingericht op het gemiddelde. Een hoogbegaafd kind heeft vooral iemand nodig die zegt: ik begrijp je misschien nog niet helemaal, maar ik wil je wel begrijpen.”



