Geke-Cover
23/10/2026

Veel verloskundigen overwegen te stoppen: wat merken zwangeren daarvan?

Al jaren is er veel aandacht voor de hoge werkdruk onder verloskundigen. Ondanks die aandacht lijkt de werkdruk niet af te nemen. Lange diensten, personeelstekorten en een prachtig vak dat zich simpelweg niet laat plannen, zorgen ervoor dat steeds meer verloskundigen zich ondanks hun werkplezier afvragen hoelang ze dit werk nog volhouden.

Dat klinkt zorgelijk voor de beroepsgroep zelf, maar wat merken zwangeren en jonge moeders daar eigenlijk van?

Verloskundige Geke Born-Beckerman van Zuiver Verloskundigen herkent de druk maar al te goed. Ze is daarnaast auteur van Goed bevallen – 25 positieve bevallingsverhalen en maakt de podcast Zwanger & Zo. Aan How About Mom vertelt ze wat er achter de schermen speelt en waar jij daar iets van kunt merken.

Een werkdag stopt niet om vijf uur

Verloskunde is een vak dat zich nauwelijks laat plannen. Vrouwen hebben je nodig soms nachts, op zondag of precies wanneer je zelf net aan tafel zit. Daar komen spreekuren, administratie, nascholingen en regionale overleggen nog bovenop. Sinds Geke zelf moeder is, merkt ze extra hoeveel dat vraagt.

“Als ik drie dagen werk, klinkt dat misschien lekker parttime. Maar dat kan betekenen dat ik maandagavond de dienst in ga tot dinsdagavond, woensdag van acht tot vijf spreekuur heb en diezelfde avond om zes uur alweer een nieuwe dienst in ga.” Dienst hebben betekent bovendien dat je altijd klaar moet staan om weg te kunnen.

‘S nachts uit bed, oppas op stand-by

“De tassen staan in de auto en je partner of oppas moet aanwezig zijn voor je kind. Daar moet je als gezin echt op ingespeeld zijn.” Vroeger kon Geke na een drukke dienst meestal bijkomen. Nu wachten thuis ook haar zoon en haar rol als praktijkhouder.

“Ook ik denk weleens: hoe zou het zijn als ik iets anders ga doen? Nooit meer ’s nachts uit bed, nooit meer stand-by oppas regelen. De gedachte aan stoppen en het verlangen naar stabiliteit lonkt af en toe zeker.” Tegelijkertijd benadrukt ze dat denken aan stoppen iets anders is dan daadwerkelijk stoppen. Het werkplezier is er nog steeds: daarvoor houdt ze te veel van haar vak. Ze wil het blijven doen, maar wel op een manier die vol te houden is.

verloskundige Geke Born

Verloskundigen zijn vaak het laatste vangnet

De druk zit bovendien niet alleen bij verloskundigen. Ook ziekenhuizen en kraamzorgorganisaties kampen met personeelstekorten. “Werkdruk is geen wedstrijd. En anders zou het er een zijn die ik met liefde zou verliezen.”

Toch zijn verloskundigen volgens Geke vaak degenen die problemen elders moeten opvangen. Als het dichtstbijzijnde ziekenhuis vol ligt, bellen zij verder. Is er geen kraamverzorgster beschikbaar bij een thuisbevalling, dan staan ze er alleen voor of moet een collega-verloskundige inspringen.

“Een collega bellen betekent dat je onze eigen werkdruk verhoogt. Naar het ziekenhuis gaan betekent dat je het probleem daarheen verplaatst. Bovendien wil je een vrouw die bijvoorbeeld graag thuis wil bevallen, dat niet afpakken vanwege een capaciteitsprobleem.” 

Juist dat voortdurende oplossen maakt het vak zwaar. Een dienst kan niet blijven liggen als iemand ziek wordt. Het rooster moet 24 uur per dag, zeven dagen per week gevuld zijn. “Verloskundigen zijn probleemoplossers. Dat doen we de hele dag. Klein, groot, levensbedreigend of pietluttig. We zijn fixers.”

Wat merk jij daar als zwangere van?

Voor de meeste zwangeren betekent de hoge werkdruk gelukkig niet dat er ineens geen verloskundige beschikbaar is. De noodzakelijke zorg gaat door. De gevolgen zitten vaker in de uitvoering. Misschien tref je tijdens je bevalling een andere verloskundige dan je vooraf verwachtte. Misschien moet je verder reizen omdat het dichtstbijzijnde ziekenhuis vol is. Of merk je in de kraamweek dat vragen vaker bij je verloskundige terechtkomen omdat er minder kraamzorg beschikbaar is.

Geke schetst het beeld van twee kersverse ouders die ’s avonds thuiskomen uit het ziekenhuis. “Je komt vermoeid maar trots binnen met die Maxicosi- in je hand, zet hem neer en kijkt elkaar aan: wat nu?” Vroeger kwam er ’s avonds of ’s nachts soms nog een kraamverzorgster om het gezin op weg te helpen. Die opstartzorg was vroeger heel normaal, maar wordt nu in onze regio door geen enkele kraamzorgorganisatie meer gegeven.

“Dan was er iemand die de moeder in bed hielp, uitlegde hoe je een luier verschoont, hoe je de baby temperatuurt en veilig in bed legt. Nu komt die hulp vaak pas de volgende ochtend.”

Om ouders beter voor te bereiden op de thuiskomst, wordt er steeds meer gekeken naar oplossingen. Denk aan een e-consult met de kraamzorg, een duidelijke informatiefolder vanuit het ziekenhuis of apps van kraamzorgorganisaties waarmee ouders zich al vóór de bevalling kunnen voorbereiden op de eerste dagen thuis. Uiteraard mogen ouders met vragen ook altijd hun verloskundige bellen, benadrukt Geke. Tegelijkertijd betekent ieder telefoontje weer een extra hulpvraag op het toch al volle bord van de verloskundige.

kraamzorg: hoeveel uur vergoed eigen bijdrage

Minder kraamzorg betekent ook meer druk

Ook het tekort aan kraamzorg versterkt zo de werkdruk. Vier hele en vier halve dagen kraamzorg zijn niet meer vanzelfsprekend. Sommige gezinnen kunnen niet meer krijgen de minimale 24 uur kraamzorg of zien verschillende kraamverzorgsters in één week.

Wanneer een kraamverzorgster minder uren heeft, gaat de tijd vooral naar controles van moeder en baby, voeding en praktische vaardigheden. Andere ondersteuning valt sneller weg. “Als een kraamverzorgster de hele dag aanwezig is, kan ze de baby ’s middags even meenemen naar beneden zodat jij een uurtje kunt slapen. Ze kan meerdere voedingsmomenten meekijken en beter zien hoe het mentaal met ouders gaat.” Juist die rust vindt Geke belangrijk.

“Een goede, rustige kraamweek is echt de start van het ouderschap. Dat zou ik iedereen gunnen.”

Bereid je voor, maar draag het probleem niet

Geke adviseert zwangeren om zich op tijd aan te melden voor kraamzorg, het liefst uiterlijk rond de twaalfde week. Wie een zelfstandige kraamverzorgster wil, kan beter nog eerder contact opnemen. Meld je aan bij één bureau, niet bij meerdere tegelijk. Dat lijkt misschien je kans op een plek te vergroten, maar dubbele inschrijvingen geven organisaties extra werk en maken het moeilijker om te overzien welke gezinnen nog zorg nodig hebben. Zo wordt het juist lastiger om de beschikbare kraamzorg goed te verdelen.

Krijg je helemaal geen kraamzorg of minder dan de minimale 24 uur, neem dan contact op met je zorgverzekeraar. Denk daarnaast vooraf na over praktische hulp van je partner, familie, vrienden of buren. Toch wil ze vooral voorkomen dat zwangeren het gevoel krijgen dat zij zelf de tekorten moeten oplossen.

“Denk mee waar dat kan, maar voel je niet te verantwoordelijk. Bel je verloskundige bij vragen of problemen als de kraamzorg er niet is. Uiteindelijk is dit ons probleem binnen de geboortezorg en niet jouw probleem als aanstaande ouder.”

Voor beleidsmakers heeft ze daarom één duidelijke boodschap: “Dat de helft van de verloskundigen overweegt te stoppen omdat de problemen te groot worden, is een zorgwekkend signaal. Want wie loopt de gaten dicht als de eerstelijnsverloskundige het niet meer doet?” Een goed en vooral belangrijk punt om aandacht aan te besteden binnen de politiek. 

Gratis een wekelijkse update?

How About Mom nieuwsbrief: korting, tips en de beste gelezen verhalen