03/03/2021

Mijn bevalverhaal: “Een lange, heftige bevalling met een prachtige afloop”

Auteur

Datum

Categorie

Share

Share on facebook
Share on linkedin

Geen enkele bevalling is hetzelfde. In deze bevallingsverhalen vertellen moeders over hun eigen ervaringen aan How about mom. Deze week vertelt Sabina, moeder van twee dochters, haar verhaal. “Tijdens de zwangerschap van mijn eerste liep ik een prenatale depressie op, waardoor ik tot op de dag van vandaag nog steeds niet volledig mezelf ben. Het is een lang en heftig bevallingsverhaal, met een prachtige afloop. Door dit te delen hoop ik meer openheid te bieden over hormonen, zwangerschap en psychische klachten.”

“Het is eind augustus 2017 als er wordt besloten om mijn bevalling in te leiden vanwege een grote baby. Dit voelt voor mij als een verlossing. Ik loop namelijk sinds de 5e week van mijn zwangerschap met psychische klachten, een gegeneraliseerde angststoornis om precies te zijn, oftewel een prenatale depressie. De term postnatale depressie kende ik wel en had ik van dichtbij ook als eens meegemaakt, en met een verleden van depressies wist ik dat ik daar goed op moest letten, maar nooit had ik bedacht dat het tijdens een zwangerschap ook wel eens kon gebeuren. Nu weet ik dat dus wel…. Gedurende zeker 30 weken heeft mijn zwangerschap in het teken gestaan van het ‘in conflict zijn met mezelf’, ik zat altijd in mijn hoofd en was doodmoe.

Toen ik met 36 weken weer in het ziekenhuis kwam omdat ik minder leven voelde, was ik opgelucht dat de verloskundige zei dat ik zou worden ingeleid omdat de baby bovengemiddeld groot was. Achteraf denk ik wel eens dat het voelen van minder leven bij de baby kwam doordat ik gewoon doodmoe was van de hele situatie waarin ik verkeerde. Mijn hele zwangerschap wist ik wel waarvoor ik het deed, dit nieuwe mensje dat enorm welkom was. Ik kon dit gelukkig wel los zien van de psychische gevoelens die ik had. Wij hadden dan ook alles goed voorbereid thuis, en met die wetenschap ging ik vol vertrouwen op 6 september naar het ziekenhuis, zonder angst voor de bevalling, want ik wilde mijn baby in mijn armen zodat mijn psychische gesteldheid daarna tot rust kon komen.

Daar lag ik dan in de behandelkamer van de verloskundige. Als eerste werd er vaginaal een ballon geplaatst om ontsluiting op te wekken, het kon zijn dat ik hier al wat weeën van zou krijgen waardoor ik de ballon na een paar uur kon verliezen.  Het inbrengen vond ik persoonlijk niet veel voorstellen, en met een gek gevoel tussen mijn benen ging ik naar de afdeling en nam ik plaats op bed. Het eerste uur had ik flink krampen. ‘Bingo’ dacht ik, ‘de ballon doet zijn werk!’ Helaas nam het gevoel na een uur af en heb ik gewoon kunnen slapen. De ballon is er ook nooit uitgevallen.

Na 12 uur op de afdeling verloskunde werd ik naar de verloskamer gereden, nu zou het dan echt gaan gebeuren, ik had er gewoon zin in. Mijn vliezen werden s’ morgens om 08.00 uur gebroken. Ik vond dat een heel vreemd gevoel, maar zeker niet pijnlijk. Vervolgens kreeg ik een infuus met weeën-opwekkers. De eerste vijf uur gingen voorbij, elk uur werd het infuus iets hoger gezet. Hoewel de weeën in het eerste uur heel mooi regelmatig kwamen, begon in het tweede uur zo ongeveer een weeën storm. Doordat ik vast zat aan allerlei electroden had ik weinig bewegingsruimte, wat maakte dat ik slecht een goede houding kon vinden en ook niet zomaar even een andere houding kon aannemen.

Na die vijf uur wilde ik dat er gekeken werd hoeveel ontsluiting er was omdat ik, hoewel ik er van te voren niets van wilde weten, besloten had voor een ruggenprik te gaan. Na vijf uur, waarvan vier uur in een weeën storm had ik nog maar 3 cm ontsluiting. Ik werd naar de operatiekamer gebracht voor de ruggenprik, iets waar ik heel erg bang voor was. Achteraf viel het reuze mee. Ineens kwam er verlichting, wat een verademing, ik kon even praten en rustig wat drinken en zelfs even updates versturen met mijn telefoon.

Nog geen half uur later merkte ik dat ik aan één kant van mijn onderlichaam niets voelde tot in mijn tenen, maar aan de andere alles voelde. In overleg mocht de ruggenprik 2 keer hoger ingesteld worden, het haalde even de scherpe randjes van de weeën af maar ze kwamen daarna weer in alle hevigheid terug. Men heeft nog even geprobeerd om mij op mijn zij te leggen zodat de vloeistof naar de andere kant van mijn lichaam zou lopen, maar helaas, er moest vastgesteld worden dat de ruggenprik niet goed zat.

We waren inmiddels weer een uur of zes verder en de verloskundige kwam kijken hoeveel ontsluiting ik had. Pas zes centimeter…

De verloskundige besloot een morfinepomp aan te sluiten zodat ik zelf kon beslissen wanneer ik pijnstilling wilde. Ik heb geloof ik non-stop op dat knopje gedrukt, wat niet helpt want zo’n pomp is natuurlijk wel beveiligd. Maar het was toch een verademing, ik voelde lichte buikpijn maar het was goed te doen, mijn man heeft zelfs even kunnen dommelen aan het bed en ook ik was even in een andere dimensie door de morfine, heerlijk! Net voor middernacht kwam er weer een nieuwe verloskundige. Doordat de bevalling zo lang duurde heb ik geloof ik in totaal 4 verschillende verloskundigen aan mijn bed gehad.

Ik had nog net geen 10 cm ontsluiting, maar de morfinepomp ging uit en mijn lichaam mocht het overnemen, ik was doodmoe maar tegelijkertijd zo blij dat ik nu elk moment mijn dochter mocht gaan baren. Maar niks bleek minder waar, ze bleek niet volledig te zijn ingedaald, dus wanneer ik persweeën zou krijgen mocht ik langzaam mee persen zodat ze verder zou indalen. Drie uur lang heb ik mee geperst om haar te laten indalen. Ik was doodop.

Mijn man greep in. Hij vroeg de verloskundige of dit allemaal wel de bedoeling was, hoelang dit nog kon gaan duren, of een keizersnede niet verstandiger was en of ze wel op de hoogte waren van mijn psychische situatie. De verloskundige snapte hem en ging overleggen met de gynaecoloog die op dat moment dienst had, ze kwam terug met de mededeling van de gynaecoloog dat ik een gezonde jonge vrouw was en ik “aan de bak mocht”. Hiermee werd bedoeld dat er over gegaan mocht worden op actief persen om mijn dochter eruit te krijgen. Zo besloten vanuit een kamertje zonder enig persoonlijk contact of onderzoek bij mij.

Vervolgens ben ik twee uur lang aan het persen, mijn benen worden inmiddels volledig ondersteund door beugels en mijn man en een verpleegkundige duwen al die tijd mijn hoofd omhoog op het moment dat ik persweeën heb. De verloskundige verteld dat ze er bijna is maar dat ze groot is en dus een knip moet zetten. Het tweede waar ik zo bang voor was, maar ook dit stelt achteraf niks voor, ik krijg een dubbele knip tijdens een wee en heb er niks van gemerkt.

Dan wordt het ineens wat onrustig op de kamer, er wordt een bedje naar binnen gereden en de kamer die grenst aan mijn kamer wordt opengemaakt. De verloskundige vertelt dat in de komende minuten onze dochter geboren gaat worden, ik krijg een stoot energie en ben er klaar voor. Een paar keer puffen en persen later wordt om iets over 5.00 uur het hoofdje geboren en hoor ik de verloskundige heel hard roepen “Stop met persen!”. Voor ik het weet staat er 12 man op de verloskamer en wordt er allemaal apparatuur de kamer binnen gereden. Er komt een hele lieve verpleegkundige tussen mijn benen staan en in rap tempo, vertelt ze mij dat onze dochter met haar schouders vast zit in het geboortekanaal (schouderdystocie). Ondertussen wordt het eindstuk van mijn bed eraf gehaald en worden mijn benen door medewerkers van het verpleegkundig team omhoog geduwd en weer naar beneden (scharen). Uiteindelijk weet de arts onze dochter eruit te krijgen, een levenloos lijfje wordt op mijn buik gelegd maar zodra ze doorhebben dat ze niet ademt wordt ze er vanaf gehaald en meegenomen naar de andere kamer met mijn man er achteraan op mijn verzoek.

En dan, na een paar minuten, komt de arts bij mij staan en vertelt dat het goed gaat. Ze moesten haar even helpen met zuurstof maar ze ademt inmiddels zelfstandig. Wat een opluchting. Ik mag haar even een paar seconden vast houden, daar is ze dan, onze dochter Marilou! Daarna moet Marilou helaas mee naar high-care, snel besluiten wij dat mijn man bij haar blijft, ik wil niet meer dat ze alleen is. Ik word gehecht en gedoucht en vervolgens in bed naar de high-care gereden. Daar ligt onze grote baby tussen allemaal prematuur kindjes, ze is perfect ondanks alle slangetjes. Ik voel op dat moment zoveel liefde en ben, hoe cliché ook, het hele proces wat net heeft plaatsgevonden even vergeten.

Twee uur later staat mijn behandelend psychiater aan mijn bed. Hij is op de hoogte gebracht van het verloop van mijn bevalling en adviseert mij om meteen te starten met medicatie (anti-depressiva). Na de psychisch zware zwangerschapsmaanden en deze bevalling als afsluiting is de kans op een postnatale depressie erg groot. Ik hoef niet lang na te denken. Geef mij de medicatie maar: ik wil alleen nog maar genieten.

Vijf dagen later, de dag voor mijn verjaardag mogen Marilou en ik naar huis. Marilou is een aantal dagen gemonitord maar gelukkig komt daar niets zorgwekkends uit. Wel is ze heel kwetsbaar want door de zware bevalling heeft ze een beschadiging opgelopen in haar schouders. Gedurende de vijf dagen ziekenhuisopname heeft men ons geleerd hoe haar vast te houden, om te kleden en te verzorgen.

De dagen thuis vliegen voorbij, we genieten enorm van ons meisje en ze doet het heel erg goed. Zelf ben ik wat misselijk door de medicatie en heb ik tijd nodig voor lichamelijk herstel, maar alles is heel goed te doen. Ik ben gelukkig niet terecht gekomen in een postnatale depressie, doordat de medicatie zijn werk ging doen, ik veel hulp kreeg van familie en zorgverleners en omdat mijn man de eerste weken alle nachten voor zijn rekening heeft genomen. Dit was ook een dringend advies van de psychiater, hoe moeilijk ook, maar weinig slaap vergroot het risico op een postnatale depressie.”

How About Mom in jouw inbox?

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief