Bob van Leeuwen
23/03/2026

Bob kreeg depressie na geboorte zoon: ‘We praten te weinig over vaders en depressie’

Een kind krijgen is niet alleen een nieuw leven verwelkomen, het is zelf ook opnieuw geboren worden. Dat merkte Bob van Leeuwen (41) al bij zijn eerste kind. Maar bij de komst van zijn tweede kind werd die innerlijke verschuiving heftiger dan hij had voorzien. Wat begon als vermoeidheid en twijfel, groeide uit tot een depressie. “Ik dacht dat ik dit gewoon moest kunnen.”

Het voorteken

Bob werkt als copywriter en merkstrateeg. Hij is gewend om woorden te geven aan wat anderen voelen, om scherp te kijken naar onderliggende verhalen. Maar toen hij zelf vader werd, merkte hij hoe weinig taal hij had voor wat er in hem gebeurde. Na de geboorte van zijn dochter, nu zeven jaar oud, was hij niet depressief, zegt hij. Wel ontregeld. “Ik kwam mezelf tegen. Het vaderschap bracht me terug naar mijn eigen jeugd. Naar hoe ik zelf kind was, naar wat ik had meegekregen.” Hij begon erover te schrijven, uit nieuwsgierigheid bijna. Wat doet zo’n overgang met je identiteit? Wie ben je als je ineens verantwoordelijk bent voor een ander leven?

Met één kind bleef het overzichtelijk. Intens, soms overweldigend, maar te dragen. Tot de vraag kwam of er een tweede zou komen. Zijn vriendin wilde het graag. Hij twijfelde. “Ik voelde paniek bij het idee. Alsof ik een grens zou oversteken waarvan ik niet wist of ik terug kon.”

Hij kent zichzelf als iemand die hoge eisen stelt. Aan zijn werk, aan zijn rol als partner, aan zijn vaderschap. Daarnaast heeft hij veel tijd alleen nodig om op te laden. “Ik dacht: als ik me nu soms al half voel, wat gebeurt er dan als er nóg iemand bijkomt? Ga ik alles half doen?” Bob en zijn partner praatten er lang over, stelden de beslissing uit, wogen het af. De wens won het uiteindelijk van de angst. Maar de onrust verdween niet helemaal.

Psychiater Mijke: ‘Mannen en vaders ook kans op depressie’

Bob van Leeuwen

“Zie je nou wel”

Toen hun zoon werd geboren, leek zijn vrees ongegrond. De eerste periode verliep opvallend soepel. De baby sliep redelijk, het gezin vond snel een ritme. “Ik dacht echt: zie je nou wel, dit was gewoon een goed plan.” Juist dat maakte wat er daarna gebeurde zo verwarrend.

Bob had op zijn zeventiende een depressie doorgemaakt, ook in een overgangsfase van zijn leven. Die ervaring had hem al eens geleerd hoe ontwrichtend zo’n periode kan zijn. Misschien, denkt hij nu, is hij gevoeliger voor transities. “Ik heb wel eens gedacht: spelen hormonen ook bij mannen een grotere rol dan we denken? Zo’n geboorte doet ook iets met je lijf.”

Steeds somberder

In de weken na de geboorte sluipt de somberheid binnen. Eerst vaag. Slecht slapen, maar dat is logisch met een baby. Vermoeidheid, prikkelbaarheid, maar “hoort dat er niet gewoon bij?” Toch groeide de somberheid bij Bob. “Ik voelde me falen. Alsof ik het niet goed deed, als vader, als partner, als ondernemer. En hoe vermoeider ik werd, hoe sterker die overtuiging werd.”

Hij krijgt fysieke klachten. Duizeligheid. Een gevoel van leegte in zijn lijf. Op een dag staat hij op de pont en merkt dat hij bijna flauwvalt. “Dat waren eigenlijk al hele duidelijke signalen. Maar ik negeerde ze. Je moet dit gewoon kunnen, zei ik tegen mezelf. Dus ik bleef doorgaan.”

De instorting

Een maand lang stapelen de signalen zich op. Huilbuien die uit het niets lijken te komen. “Ik voelde aan alles dat het niet goed ging, maar ik kon mijn vinger er niet op leggen.” Tot hij op een avond zijn zoon stond te wiegen en merkte dat hij hem niet meer kon vasthouden, zo zwak voelde hij zich. Hij legt zijn zoon terug in bed, loopt naar buiten en wandelt tot er geen tranen meer komen. “Ik wist niet meer waar ik het vandaan moest halen. Alles voelde zwaar. Alles was te veel. Ik dacht: laat maar. Ik kan dit niet.”

Voor zijn vriendin komt de instorting niet volledig onverwacht. Zij ziet hem al weken steeds verder terugtrekken in zichzelf. “Achteraf zei ze: dit kwam elke keer dichterbij. Voor haar was het, hoe heftig ook, ook een opluchting dat het eindelijk zichtbaar werd.”

De volgende dag gaat hij naar de huisarts. Het oordeel is helder: rust. Gas terug. Erkennen dat het niet meer gaat zoals het ging. “Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkst. Accepteren dat je het niet redt. Dat je niet degene bent die alles aankan.” Tegelijkertijd ervaart hij ook verlichting. Het kostte enorm veel energie om elke dag te vechten tegen wat hij voelde. Om ’s ochtends wakker te worden en meteen te denken: hoe kom ik deze dag door?

Van uitzichtloos naar grip

Als freelancer heeft hij enige vrijheid om zijn werk anders in te delen. Hij schroeft terug waar het kan. Terwijl hij op een wachtlijst staat voor verdere hulp, besluit hij niet stil te zitten. Hij begint te schrijven. “Ik probeerde overzicht te krijgen. Wat voel ik? Wat triggert me? Waar ben ik bang voor?” Het schrijven geeft hem iets wat hij kwijt was: een gevoel van grip. Niet omdat de depressie meteen verdwijnt, maar omdat hij actief bezig is om haar te begrijpen.

Wanneer hij uiteindelijk met een psycholoog in gesprek gaat, maken ze samen een soort mentale kaart. Thema’s, patronen, overtuigingen. Wat is van nu, wat komt van vroeger? “Het voelde als een grote schoonmaak in mijn hoofd. Van chaos naar iets wat te overzien was.” Het herstel is geen rechte lijn. Er zijn terugvallen, dagen waarop hij denkt dat hij weer bij af is. Maar langzaam krijgt hij weer meer vertrouwen.

Was ik een leuke vader?

Tijdens zijn depressie blijft Bob betrokken bij de zorg voor de kinderen, al neemt zijn vriendin het grootste deel van de zorg voor haar rekening. Hij trekt zich niet volledig terug, hoe onvermijdelijk dat soms ook voelt. “Het was juist fijn om bij de kinderen te zijn. Om te voelen: ik hoor hier, ik ben onderdeel van dit gezin.”

Toch knaagt er ook van alles. Hij ziet hoe prikkelbaar hij in de aanloop naar zijn instorting was. Minder geduldig, minder beschikbaar. “Dat is pijnlijk om onder ogen te zien. Dat je misschien niet de vader was die je wilde zijn.”

Met zijn dochter van zeven praat hij inmiddels open over emoties. “Ik wil haar meegeven dat je niet alles hoeft te kunnen. Dat gevoelens er mogen zijn.” Zijn jongste zoon was te klein om het bewust mee te krijgen, maar zijn dochter herinnert zich wel dat papa vaak moe was. Dat maakt het gesprek des te belangrijker.

Bob van Leeuwen

Een onderbelicht onderwerp

Tijdens zijn zoektocht stuit Bob op cijfers die hem raken: ongeveer tien procent van de mannen krijgt te maken met een postnatale depressie. Toch wordt die diagnose zelden gesteld of zelfs maar overwogen. “In mijn geval dacht niemand er meteen aan dat het te maken kon hebben met het opnieuw vader worden. Terwijl ik binnen het eerste jaar na de geboorte van mijn kind bij de huisarts zat met duidelijke klachten.” Het verband tussen vaderschap en mentale ontregeling wordt weinig gelegd, merkt hij. “Alsof het vanzelfsprekend is dat moeders kwetsbaar zijn in die periode, maar vaders niet.”

Hij benadrukt dat aandacht voor vaders niets afdoet aan de aandacht voor moeders. “Als je vaders beter ondersteunt, versterk je het hele systeem. Uiteindelijk doe je het samen.”

Wat geef je door?

Het vaderschap confronteerde hem niet alleen met vermoeidheid en verantwoordelijkheid, maar ook met zijn plek in een grotere lijn. “Je schuift op. Je bent niet langer alleen zoon, maar ook vader. Je kijkt anders naar je eigen ouders, naar wat je hebt meegekregen.” Voor een boek over mentale gezondheid en vaderschap onderzoekt hij ook het verhaal van zijn eigen vader. Wat werd uitgesproken? Wat bleef stil? Wat geef je door aan je kinderen – bewust of onbewust? “Die transitie naar vaderschap is prachtig,” zegt hij. “Maar in die schoonheid zit ook pijn. En die pijn mag er zijn.”

“Het maakt je geen slechte vader”

Nu, enkele jaren later, gaat het goed. Hij kijkt terug op een grillige periode die hem dichter bij zichzelf bracht. “Ik ben me bewuster van mijn grenzen. Ik weet nu dat die mentale worsteling onderdeel van mij is, maar me niet hoeft te definiëren.”

Wat hij andere vaders wil meegeven, is geen groot inzicht, maar een eenvoudige boodschap die hij zelf moest leren: “Luister naar je lichaam. Je hoeft niet alles aan te kunnen. Het is niet erg om dat toe te geven. Het maakt je geen slechte vader.”

Misschien, zegt hij, begint verandering bij iets kleins. Een opmerking in een vriendengroep. Een eerlijk antwoord op de vraag hoe het echt gaat. “Je merkt pas hoeveel behoefte eraan is, als iemand het gesprek opent.”

How About Mom schrijft regelmatig verhalen over postpartum depressie. Via How About Dad lees je meer verhalen over het moderne vaderschap.

Gratis een wekelijkse update?

How About Mom nieuwsbrief: korting, tips en de beste gelezen verhalen