Wekelijks geef ik ouderavonden op scholen over Schermgebruik in het gezin. En bijna altijd komt dit argument voorbij: “Ze moeten er toch nu mee leren omgaan, want in de puberteit heb je er geen controle meer over.” Jong geleerd is oud gedaan. Geldt ook voor schermgebruik, toch? We leven tenslotte in een digitale wereld. Onze kinderen groeien op met technologie. Ze zullen later online werken, communiceren, organiseren, misschien zelfs verliefd worden. Natuurlijk wil je dat ze daar vaardig in worden.
Maar toch gaat dit argument niet zomaar op voor schermgebruik en social media. Want leren omgaan met iets veronderstelt dat je brein daar rijp genoeg voor is. Dat oefenen en blootstellen daadwerkelijk winst oplevert. En daar is geen overtuigend bewijs voor.
Wat toont onderzoek aan?
Uit hersenonderzoek – onder andere van Jelle Jolles (Smartphonevrij Opgroeien) en Eveline Crone – weten we dat het deel van het brein dat verantwoordelijk is voor plannen, overzien van gevolgen en impulscontrole pas rond het 23e tot 25e levensjaar volledig is uitgerijpt. Tegelijkertijd is het beloningssysteem in de puberteit juist extra gevoelig voor prikkels. Dopamine werkt sterker. Prikkels komen harder binnen. De behoefte aan sociale bevestiging is groter.
Met andere woorden: kinderen en tieners voelen de aantrekkingskracht van schermen sterker dan wij, maar hebben nog minder rem. Dat is geen gebrek aan opvoeding. Dat is biologie.
Social media is gemaakt om aandacht vast te houden
Daar komt nog iets bij: schermen (en vooral sociale media, of alles met een algoritme) zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om aandacht vast te houden. Oneindig scrollen, meldingen, likes, streaks… Het zijn geen toevallige functies. Ze spelen in op precies dat beloningssysteem dat bij jongeren al zo gevoelig is.
Onderzoekers zoals Jonathan Haidt beschrijven hoe deze dynamiek samenhangt met een toename van angst en somberheid bij jongeren sinds de opkomst van smartphones en sociale media.
Ander onderzoek laat zien dat zelfregulatie bij jonge kinderen vooral groeit door echte interactie. Door wachten. Door frustratie verdragen. Door ruzie maken en het weer oplossen. Door verveling. Door spel. Dat zijn de momenten waarop het brein oefent met impulsen beheersen en emoties reguleren. Eindeloos scrollen geeft die ervaringen niet.
Schermen niet verbieden
Dat betekent niet dat schermen ‘verboden’ moeten zijn. Het betekent ook niet dat kinderen niets digitaal mogen leren. Natuurlijk moeten ze digitale vaardigheden ontwikkelen, bijvoorbeeld via mediawijsheid op school of door gesprekken thuis met ouders en opvoeders. Dan gaat het over: deel geen foto’s, let op nepnieuws, zet je locatie uit. Maar dat is iets anders dan onbeperkte blootstelling aan algoritmes en games die ontworpen zijn om er zoveel mogelijk tijd op door te brengen.
Ik heb zelf twee puberszoons van 13 en 16 jaar. Zij hebben beiden nog schermtijd en weinig apps op hun telefoon, dus geen Instagram en geen TikTok. Niet om ze iets af te nemen, maar om ze ervaringen in het echte leven terug te geven. Dat is niet altijd makkelijk. Hun vrienden hebben vaak andere regels thuis.
Wat kun je als ouder het beste doen?
Wat mij sterkt: in verschillende onderzoeken en enquêtes onder jongvolwassenen (Gen Z) geeft een grote groep aan dat ze achteraf graag minder tijd op sociale media hadden doorgebracht tijdens hun jeugd. Wie weet twijfel je nog over het geven van een smartphone, social media of bepaalde games. Of merk je dat het onderwerp thuis steeds voor gedoe zorgt. In mijn webinar Schermgebruik – hoe pak je dat handig aan? neem ik je stap voor stap mee in wat er speelt in het brein van je kind én wat jij als ouder wél kunt doen. Zonder strijd. Met duidelijke grenzen én verbinding.



