Je ziet je kind voor je ogen van de trap vallen. Of ineens hoe de kinderwagen met daarin je pasgeboren baby wordt geraakt door een auto. Zulke ongewenste, angstaanjagende gedachten worden intrusies genoemd en komen bij veel kersverse ouders voor. Meestal verdwijnen ze net zo snel als ze opkomen.
Bij Fleur gebeurde dat niet. Na de geboorte van haar eerste dochter bleef ze achter bepaalde gedachten haken en ontwikkelde ze perinatale OCD. De dwang zorgde ervoor dat ze voortdurend ging onderzoeken of haar gevoelens voor haar dochter wel ‘goed genoeg’ waren.

Wat is Perinatale OCD?
OCD staat voor Obsessive Compulsive Disorder, in het Nederlands: obsessieve-compulsieve stoornis Perinatale OCD is een dwangstoornis die tijdens de zwangerschap of in het eerste jaar na de bevalling kan ontstaan.
Dwang rondom het moederschap
Fleur kende dwang al uit haar verleden. Toch had ze nooit verwacht dat die zich na haar bevalling juist op haar kind zou richten. De eerste twee weken schrok ze vooral van de heftige gedachten die ineens door haar hoofd schoten, zoals dat ze de kinderwagen op een druk kruispunt losliet. Ze kreeg er een gejaagd gevoel, zweetaanvallen en hartkloppingen van, zeker als ze alleen met haar dochtertje was. Op de vijfde dag na haar bevalling trok ze daarom aan de bel bij een hulpverlener. Ook al wist ze dat er een verschil zat tussen een nare gedachte hebben en erin verstrikt raken, de onrust die de gedachten opriepen, voelde als een loodzware deken.
“Bij dwang heb je een gedachte die heel veel onrust oproept en vervolgens ga je iets doen om die angst weg te krijgen. Stel dat iemand bang is voor besmetting, dan kan diegene obsessief het aanrecht gaan schoonmaken. Dat schoonmaken is de dwanghandeling.”
Bij Fleur speelde die handeling zich vooral af in haar hoofd. Ze controleerde voortdurend of haar moedergevoel wel klopte. “Als ik naar haar keek, wachtte ik tot ik me verliefd voelde. Als dat gevoel niet meteen kwam, ging ik weer verder zoeken.” Ook als ze even behoefte had aan rust, kon de dwang daar meteen op inhaken. Betekende dat dan dat ze een slechte moeder was? ? Juist dat steeds opnieuw onderzoeken hield de twijfel in stand. Tegelijkertijd wist ze dat ze van haar dochter genoot. Ze was trots op haar en wilde graag bij haar zijn. De somberheid kwam vooral voort uit de dwanggedachten zelf.
‘Je durft de trap niet meer op, hè?’
In eerste instantie hield ze haar gedachten uit schaamte voor zichzelf. Zelfs tegen haar man durfde ze niet te vertellen wat er werkelijk in haar hoofd omging. Tot haar dochter op een dag boven verschoond moest worden en Fleur haar man vroeg of hij dat wilde doen. “Hij keek me aan en zei: je bent bang om de trap op te gaan, hè?” Toen vertelde ze wat er speelde.
De heftigste intrusies werden na ongeveer twee weken minder, maar de dwangmatige twijfel bleef. “Dwang wordt ook wel de twijfelziekte genoemd. Je wilt honderd procent zekerheid. Alleen die krijg je nooit.”
Fleur controleerde bijvoorbeeld steeds opnieuw of ze misschien een postpartum depressie of psychose ontwikkelde. “Dan ging ik alle kenmerken langs en dacht ik: oké, dit is geen psychose. Vervolgens dacht ik: maar wat als dit de voorbode van een psychose is? Dan begon ik weer opnieuw.”
Hulp zoeken
Na ongeveer twee maanden besloot Fleur opnieuw hulp te zoeken. Samen met haar hulpverlener ging ze onderzoeken hoe haar dwang werkte en leerde ze haar gedachten anders te bekijken.
Ze zag ook steeds beter hoe haar neiging tot perfectionisme de OCD voedde. “Bij mij zat heel sterk dat zwart-witdenken. Je doet het helemaal goed of je doet het niet goed.” Langzaam werd het rustiger. Na ongeveer een half jaar merkte Fleur duidelijk verschil.
Een onverwacht kantelpunt
Fleur woont in Utrecht en op de dag van de tramaanslag in 2019 was haar dochter op het kinderdagverblijf. Toen de situatie weer rustig was, haalde ze haar op. “Ik hield haar vast en ik ben nog nooit zo blij geweest om mijn kind weer vast te houden. Ik voelde zo’n diep gevoel van liefde. Toen dacht ik: dít gevoel, dít is echt..”
Voor Fleur werd dat een belangrijk besef: de dwang en haar werkelijke gevoel voor haar dochter waren niet hetzelfde. Ook haar heftige eerste bevalling bleek nog veel impact te hebben. Fleur besloot die ervaring met traumatherapie te verwerken. Daarna namen de klachten verder af.
‘Ik dacht: nou, dat ben ik’
Achteraf vindt Fleur het opvallend hoe weinig ze vooraf wist over intrusieve gedachten na een bevalling. Sommige informatie maakte haar zelfs angstiger. “In het consultatiebureauboekje stond iets als: ‘Trek direct aan de bel als je wanen krijgt. Je ziet bijvoorbeeld in een flits voor je hoe je baby van de commode valt. Mogelijk heb je dan een post partumpsychose.Ik dacht: nou, dat ben ik.”
Volgens Fleur is juist daar meer uitleg nodig. ¨Je kunt niet zeggen: jij ziet voor je hoe je baby valt, dus heb je een psychose.¨Een belangrijk verschil tussen dwang en een psychose, is dat je bij dwang ergens weet dat je gedachten niet echt zijn. Bij een psychose kun je het onderscheid tussen wat je denkt en de werkelijkheid juist níét maken. Daarnaast heeft iemand met een psychose weliswaar last van nare gedachten, maar diegene ervaart ze op dat moment zelf niet als storend en raakt er dus niet van in paniek.
Iemand met een dwangstoornis ervaart juist enorme onrust, en doet er alles aan om die angst weg te krijgen. Heb je perinatale OCD, dan doe je er dus alles je baby te beschermen. Ook belangrijk: als je last hebt van intrusies, heb je ook niet meteen dwangstoornis. Het gaat erom wat er daarna met die gedachte gebeurt. “Bijna iedereen heeft intrusies. Het wordt een probleem als je er zo bang van wordt dat je erin blijft hangen en dingen gaat doen om die angst te bezweren.”

Opnieuw zwanger
Inmiddels heeft Fleur drie kinderen. Na haar eerste ervaring durfde ze nog twee keer zwanger te worden. “De eerste keer had ik nooit in een miljoen jaar kunnen bedenken dat mijn dwang op mijn kind zou gaan zitten. Daarna wist ik: als het weer gebeurt, herken ik het en is er hulp.”
Bij haar volgende zwangerschap meldde ze zich daarom bij de POP-poli. Daar bracht ze samen met zorgverleners in kaart wat haar triggers waren, waaraan ze kon merken dat het minder goed ging en welke hulp ze dan nodig had.
Na haar tweede bevalling bleek dat geen overbodige voorbereiding. Ze verloor veel bloed, moest naar de OK en kreeg een bloedtransfusie. Op dag drie voelde Fleur de dwang weer opkomen. “Toen heb ik meteen gezegd: ik voel aan alles dat als ik nu naar huis ga, dat ik dan dwang ga krijgen. Ik heb hier hulp nodig.”
Ze kreeg nog in het ziekenhuis EMDR. “Ik ging echt niet als herboren naar huis. Maar ik merkte wel dat ik daarna bij die paniek kon blijven zitten zonder er iets tegen te hoeven doen.” Deze keer had ze heus nog weleens een intrusie, maar ontwikkelde de dwang zich niet verder.
Praat over intrusies
Tegenwoordig werkt Fleur zelf als doula en perinataal coach. Ze is geen behandelaar, benadrukt ze, maar gebruikt haar eigen ervaring wel om het onderwerp bespreekbaar te maken.
Daarbij vindt ze één ding extra belangrijk: iemand met OCD steeds opnieuw geruststellen helpt vaak niet. Wat kun je wel doen? “Erbij zitten en erkennen dat iemand het moeilijk heeft en helpen om, als die er nog niet is, de juiste hulp te vinden.” Ook helpt Fleur vrouwen met OCD goed voor zichzelf zorgen, door samen te kijken naar hoe zij tijdens de zwangerschap en postpartum meer rust en ontspanning kunnen opzoeken.
Een angstaanjagende gedachte hebben betekent niet dat je die gedachte ook wilt uitvoeren. Dat is ook wat Fleur andere moeders gunt: dat ze eerder durven uitspreken wat er in hun hoofd gebeurt, voordat angst en schaamte ermee aan de haal gaan.



