Diego González-Clark groeide op in een liefdevol gezin in Brabant. De vader van Diego heeft Chileense roots. Door zijn jeugdherinneringen aan familiebezoeken in Chili, waar zijn opa inmiddels meer dan 56 kleinkinderen heeft, twijfelde hij er nooit aan dat ook hij ooit zijn eigen gezin zou vormen. “De kleine Diego dacht: een groot gezin vormen, dat is de norm.”
Inmiddels is Diego acteur, schrijver, podcastmaker en trotse alleenstaande vader van Sem (5).
Zijn eigen weg naar het vaderschap verliep niet zoals die van zijn opa. Diego werd vader via adoptie. Toen Sem na een onverwacht telefoontje binnen tien dagen bij hem kwam wonen, voelde het voor Diego direct vanzelfsprekend. “Ik dacht gelijk: we zijn een team. Het klopte helemaal.”
Buiten gewone gezinnen
In zijn boek Buiten gewone gezinnen schrijft Diego over de vaak complexe weg naar ouderschap buiten de norm: van procedures en instanties tot juridische kwetsbaarheid en verantwoordelijkheid. Zijn belangrijkste boodschap is niet dat mensen niet aan zo’n traject moeten beginnen, maar dat ze veel beter voorbereid kunnen zijn en daardoor hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. “Ik wist: dit zou niet mis hoeven te gaan. Mijn missie wordt mensen voorbereiden.”
Wanneer begon jouw beeld van een gezin te kantelen?
“Toen ik eenmaal in Nederland op mijn achttiende uit de kast kwam. Ik had nooit bij al die neven, nichten, ooms, tantes – in al die gezinnen – twee mannen gezien. Ik zag altijd de man en de vrouw. Ook in het Brabantse dorp waar ik woonde, zag ik altijd de man en de vrouw samen. Dat was een eerste klap van: wacht, dus ik ben anders.
Hoe ouder je wordt, hoe meer je toch bezig bent met de toekomst. En mijn kinderwens, want toen sprak ik nog over een kinderwens, was heel sterk, maar ik kon er geen invulling aan geven. Want ik wist niet beter. Ik zag het niet.”
Wanneer wist je dat adoptie bij jou paste?
“Ik kreeg jaren later een partner die zelf ook aan het onderzoeken was hoe hij vader kon en wilde worden. Toen zijn we dat samen gaan ontdekken. We zijn gaan kijken naar draagmoederschap, pleegzorg, donorconceptie, co-ouderschap.
Elke keer kwam ik erop uit: het gaat er niet om dat ik mijn eigen bloed en mijn genen wil doorgeven. Ik wil heel graag de zorg geven. Ik wil heel graag vader kunnen zijn voor een kind dat het nodig heeft. Ik wist heel snel: al die vormen vallen af. Ik wil voor adoptie gaan.”
Hoe verliep het adoptietraject voor jullie?
“Er werd verteld: dat traject kan drie jaar, acht jaar, misschien wel tien jaar duren. Of misschien word je nooit gematcht. Dat weet je van tevoren. Uiteindelijk heeft het drie jaar geduurd. Na twee jaar kregen we uiteindelijk een dossier waarin staat: je bent goedgekeurd. Daarna begint het wachten.
We stonden op de lijst voor Amerika. Als homostel kon je toen maar in een paar landen adopteren: Zuid-Afrika, Portugal en Amerika. Daarnaast kon je parallel ook nog in Nederland op de lijst komen voor binnenlandse adoptie, maar we wisten dat de kansen hier klein waren.”
En toen kwam er in 2020 een verrassend telefoontje…
“Het was het mooie jaar 2020. Er was een pandemie. De grenzen waren dicht. Dus er werd ons verteld: al zou je gematcht worden, je mag het land niet uit en daar het land niet in. Nog maar een paar weken later kwam het nieuws dat adoptie überhaupt zou stoppen, wegens alle misstanden die toen naar buiten kwamen.
Nog geen week later, nadat het nieuws kwam dat adoptie niet mogelijk was, werden we gebeld met: jullie zijn gematcht. Dit is al gebeurd voordat de grenzen dichtgingen en voordat de Nederlands adoptiestop werd aangekondigd. Jullie kind is al geboren en de moeder heeft jullie gekozen. Wat alles op z’n kop zette, was dat ze zei: over tien dagen woont hij bij jullie.”
Wat gebeurt er als je hoort dat je over tien dagen vader wordt?
“Dat waren de meest heftige tien dagen uit mijn leven. Er zijn heel veel gezinsvormen maar ik ken niemand die in tien dagen ouder is geworden. Alles was dicht. Er was geen mogelijkheid om iets te kopen. Je moest in een bubbel zitten. We hadden niets, geen babykamer. Niks.
Dan hoor je: een kind van twaalf weken oud, hartstikke gezond, een baby. Maar twaalf weken is niet nul. Dus je stapt ergens in. Het is niet babyvoeding nul, het is babyvoeding twee. Het is ook niet maatje 50, maar maatje 62, 68. Je stapt ergens in waarvan je eigenlijk denkt: we gaan vanaf nul beginnen. Nee. Sem had ook al een ritme. Dat was schakelen”
Hoe voelde het moment dat Sem er was?
“Ik krijg kriebels als ik eraan terugdenk. Goede kriebels, maar ook zenuwen, angst, paniek. Het was letterlijk het grootste cadeau dat ik ooit heb gekregen, maar ook het meest breekbare. Vanaf dat moment kwam er een gevoel over me heen dat me niet meer heeft losgelaten.
Dat je heel gezegend, blij en dankbaar bent dat je ouder mag worden. Maar ook: mensen kunnen mij wat aandoen, mensen kunnen slecht over me praten, allemaal prima. Maar als er iets gebeurt met dit kleine mens, als mensen daar slecht over praten, als hij gepest wordt, als hem iets wordt aangedaan, fysiek of mentaal, dat breekt mij ook. Toen dacht ik: nu ben ik wel kapot te maken.”
Voelde je je meteen vader?
“Ja, de liefde was gelijk honderd procent. Het was echt absurd om dat te voelen. Ik dacht gelijk: we zijn een team. Het klopte helemaal.”

Juridisch was Sem toen nog niet officieel geadopteerd. Hoe zat dat?
“Vanaf de plaatsing ben je nog een pleeggezin. Je bent pleegouder. Je moet twaalf maanden samenwonen met het kind op hetzelfde woonadres en voor het kind zorgen. Als je dat hebt volbracht, kun je naar de volgende stap. In die twaalf maanden hebben de organisaties en de biologische moeder bedenktijd. Ik kon alleen maar het kind omarmen. Ik kon niet zeggen: ik doe nu even vijftig procent en dan geef ik jou pas volle liefde als alles definitief is. Nee, ik geef je alles. En toch ergens in je hoofd denk je: wat als?”
In die periode eindigde je relatie en werd die onzekerheid nog groter. Hoe was dat?
“Vanaf dat moment was de vraag echt: hoe nu verder? Want je hebt geen rechten. Je hebt geen rechten tot je geadopteerd hebt. Dat was pas na twaalf maanden. Hij had drie maanden in crisisopvang gezeten en drie maanden bij ons.
Als hij dan weer terug moest naar crisisopvang en daarna nog eens naar het adoptiegezin, dan had hij binnen één jaar vier grote verplaatsingen. Toen dacht ik: nee, nee, nee. Ik ga ervoor vechten dat dit kind niet op vier plekken gaat komen. Ook al ben ik dan maar alleenstaande vader, ik ga dit voor elkaar krijgen.”
Wat deed die periode met jou?
“Ik ben van mezelf een heel zacht, lief persoon en door deze situatie ben ik in drie jaar tijd zo hard geworden. Ik ben echt in fight-modus moeten gaan. Ik was dag en nacht juridische teksten aan het schrijven, dossiers en rapporten van de kinderbescherming aan het herschrijven. Ik ging praten als een advocaat, zelfs tegen mijn naasten.
Deze situatie, waarbij een man er alleen voor kwam te staan en alsnog wilde adopteren, was in Nederland nog nooit voorgekomen. Er ging een langere tijd dan gebruikelijk overheen, er moest juridsich veel worden uitgezocht voordat er eindelijk duidelijkheid kwam. Uiteindelijk werd ik zijn vader. De tweeouderadoptie kon worden omgezet naar een eenouderaoptie. Uiteraard voelde dat als opluchting, maar vooral als een nieuwe start.”
Hoe gaat het nu met Sem?
“Hij doet het goed. Dat merk ik aan zijn vragen. Hij is een gevoelsmens. Hij deelt zelf ook heel veel. Hij vraagt aan mij: hoe was je dag? Een kind van vijf dat vraagt: hoe was je dag? Omdat hij zoveel deelt, kan ik ook toetsen: vandaag heeft hij last van dit en dit.
Hij is empathisch, heel bereikbaar naar anderen, maar ook naar zichzelf toe. Van: ik heb hier last van, dus ik deel het met mijn vader. Daarom weet ik dat het heel goed met hem gaat.”
Hoe gaat Sem zelf om met zijn adoptieachtergrond?
“Een paar weken geleden kwam hij naar me toe in de speeltuin en zei hij: pap, ik heb tegen die jongen gezegd dat ik geadopteerd ben, maar hij snapte het niet. Toen zei hij heel nonchalant tegen mij: Kun jij het even aan hem uitleggen? Toen ging hij weer spelen.
Ik ben heel eerlijk naar hem, maar wel op een manier die past bij zijn leeftijd. Zeker als je een adoptieachtergrond hebt, hoort daar later ook een dossier bij. Ik wil niet dat Sem op een dag dingen leest die hij nooit heeft kunnen plaatsen. Daarom vertel ik hem liever alles stap voor stap, zodat het niet voelt als iets wat ineens op hem afkomt. Ik wil dat hij weet: ons verhaal is ingewikkeld geweest, maar we zijn goed. We zijn veilig. We zijn samen.”
Wat is jouw grootste missie als vader?
“Mijn grootste missie in ouderschap is zelfredzaamheid. Niet de leukste papa zijn. Niet het knapste gezin. Niet de mooiste reizen maken. Zelfredzaam. Ik kan niet de rest van zijn leven zijn hand vasthouden en naast hem staan. Hij moet het gaan doen. Ik help hem nu om voor deze wereld zelfredzaam te zijn”
Waarom moest jouw boek Buiten gewone gezinnen er komen?
“Mijn eerste gedachte was: wat leuk, wat een bijzondere situatie maak ik mee. Ik ga vloggen en good news delen. Maar heel snel ging het helemaal mis. Toen wist ik: dit zou niet mis hoeven te gaan. Wat ik aan misstanden om me heen hoorde, in de media maar ook van mensen om me heen en in mijn eigen verhaal, daarvan dacht ik: dit kan niet zo zijn. Zoveel dingen gaan mis. Daar moeten we iets mee.
Mijn missie werd: mensen voorbereiden. Neem je verantwoordelijkheid. Het woord verantwoordelijkheid staat echt 148 keer in mijn boek, maar daar komt het wel op neer. Als jij ervoor kiest om voor het ouderschap te gaan, in welke vorm dan ook, traditioneel of niet, binnen de norm of niet: neem je verantwoordelijkheid. Veel mensen, waaronder ikzelf, hebben dat niet gedaan. Mijn wens was zo sterk, ik werd verliefd op mijn eigen wens. Dus ik heb mijn research eenzijdig gedaan. Alleen op de positieve websites. Ik zag alleen maar de goede verhalen.”
Je spreekt nu liever over een ouderwens dan over een kinderwens. Waarom?
“Ik sprak zelf ook eerst over een kinderwens. Tot ik adoptievader werd. Na gesprekken met geadopteerden hoorde ik dat zij voelen: ik ben de wens van iemand. Ik ben de vervulling van iemands grootste passie, namelijk ouderschap. Dat doet iets met een kind. Dat schept een verwachting. Ik heb niet de wens om een kind te hebben. Ik heb de wens om ouder te kunnen zijn. Om voor een kind te mogen zorgen. Ik wil die zorg overdragen. Ik wil die zelfredzaamheid geven. Dat is mijn wens.”
Wat hoop je dat mensen meenemen uit jouw verhaal?
“Waarom wil je precies een kind? Wat is jouw echte intentie? Wat houdt jouw wens in?
“Ik wil dan ook niet alleen horen; ik wil mijn genen overdragen of mijn goede karaktereigenschappen. Er gaat een gezin gevormd worden omdat één of meerdere volwassenen dat graag willen en daarbij de ouder(s) gaan worden. Te vaak word het belang van het kind hierin vergeten of niet goed afgewogen.
Dat komt deels ook omdat Nederlandse instanties ingericht zijn om de ouders bij te staan en hen te voorzien in hun behoeftes en wens. En niet die van het kind. Zij nemen hier geen verantwoordelijkheid in, wat erg kwalijk is. Maar eerlijk gezegd vind ik dat de verantwoordelijkheid ook bij de ouder moet liggen. Dat is waar het voor mij over gaat: verantwoordelijkheid nemen. Voor jezelf, maar vooral voor het kind.”



