Hoe is het om moeder te worden van een prematuur zoontje die met 29 weken wordt geboren? Kris vertelt op How About Mom haar verhaal. Eerder deelde ze over de geboorte van Sietse, nu deelt ze de heftige start van hun leven als gezin van vier.
Het gekke aan een kindje dat aan de zuurstof ligt, is dat je zijn gezicht niet echt ziet. Tenminste, niet in zijn geheel. Door het zuurstofmasker blijft zijn gezicht grotendeels verborgen. Ook omdat alles nog zo piepklein is vanwege de prematuriteit.
Ik kon totaal geen inschatting maken op wie van ons hij zou lijken. De geboorte via een keizersnede heeft een verpleegkundige voor me vastgelegd, waar ik ontzettend dankbaar voor ben. Daar zaten enkele foto’s tussen van toen Sietse net geboren was, zonder alle toeters en bellen. Daar vond ik hem ontzettend op mijn vader lijken en ik kon niet wachten tot we hopelijk na een week of zo naar huis mochten, zonder al die slangetjes, zodat ik mijn zoontje echt zou leren kennen.
De eerste dagen op de NICU waren erg onwerkelijk. Sietse deed het supergoed, had al snel geen grote hoeveelheden zuurstof nodig, hield zijn voeding binnen en zijn ontlasting kwam snel op gang. Vanwege de bloedende placenta in mijn buik had hij wel een bloedtransfusie nodig, maar verder was hij ontzettend stabiel. Ik dacht die eerste dagen dan ook echt dat we snel naar huis zouden kunnen.
Ik weet niet precies wat ik dacht
Ik weet achteraf niet precies waarom ik zo optimistisch was. Het is natuurlijk helemaal niet mogelijk om zo’n prematuur kindje thuis te hebben. Misschien was het de morfine die ik dagelijks kreeg na mijn buikoperatie, of was het besef dat hij écht hier was nog niet helemaal ingedaald.
We bleven in totaal vijf dagen op de NICU, waarvan wij zelf maar drie dagen mochten blijven. Die eerste drie dagen sliepen we samen in een couplet care kamer, waarbij er slechts een schuifdeur tussen ons en Sietse zat. Omdat er vierentwintig uur per dag zorg aanwezig was, kon ik nog een beetje uitrusten in het ziekenhuisbed.
Als ouder word je wel enorm gestimuleerd om zelf dingen te doen of de verpleging te ondersteunen, zoals verschonen en helpen met de sondevoeding. Ik merkte dat ik op dag drie al op een krukje naast de couveuse zat, klaar om te helpen, terwijl mijn lichaam hier eigenlijk nog helemaal niet klaar voor was. Maar je gaat in de overlevingsstand. Het is mijn kindje en ik moet hem helpen.
Dit is niet normaal
Ik weet nog dat mijn dochter op de tweede dag in couplet care kwam kennismaken. Pas toen ik zag dat ze met ontsmette handjes bij papa op schoot naar haar broertje mocht kijken, vanachter het plastic, besefte ik dat dit niet normaal was.
Mijn dochter had zich zo verheugd op haar broertje en nu kon ze hem niet eens knuffelen of helpen met de fles. Als ik eraan terugdenk, word ik elke keer weer emotioneel.
Het ging tegen al mijn instincten in hem achter te laten
Toen ik op dag drie uit het ziekenhuis werd ontslagen, werd Sietse verplaatst naar een kamer met alleen een slaapbank. Op dat moment werden we verscheurd tussen twee werelden: thuis een stabiele situatie creëren voor onze dochter en onze kleine baby achterlaten in het ziekenhuis.
Ik heb precies één nacht op de slaapbank bij hem op de kamer geslapen. Niet echt een succes met een verse keizersnede, maar ik kon hem simpelweg niet achterlaten. Het gaat tegen al je instincten in om hem daar te laten, ruim een uur rijden vanaf onze woonplaats.
Maar vanaf dag vier deden we dat. Elke dag weer. Tot we hem mee naar huis mochten nemen.
Op de vijfde dag op de NICU was Sietse eigenlijk te goed voor de afdeling en konden we worden overgeplaatst naar een ander ziekenhuis. Ik pleitte heel erg voor het ziekenhuis bij ons om de hoek, maar vanwege zijn jonge termijn moesten we eerst een tussenstop maken in een high care ziekenhuis in een andere stad.
Voor dit transport werd speciaal ambulancevervoer geregeld voor Sietse. Er gaat dan een team van zo’n vijf mensen mee, waaronder een NICU-arts, en er wordt een mobiele couveuse gebruikt om zo’n kleintje veilig te vervoeren. Sietses ogen en oren werden afgeplakt, zodat prikkels tot een minimum beperkt bleven. Er was geen plaats voor een van ons om mee te rijden, dus wij reden er achteraan.
Hij en ik gingen achteruit
Eenmaal aangekomen in het andere ziekenhuis was dit een enorme domper voor ons. Niet vanwege de geweldige artsen en verpleging, maar het contrast met de NICU was zo groot dat ik me depressief begon te voelen.
De NICU is een hightech, moderne afdeling met een vlekkeloos systeem tussen zorg en ouders. In dit ziekenhuis lag hij in een klein zaaltje met meerdere couveuses die slechts gescheiden werden door gordijntjes. Er was weinig privacy en weinig mogelijkheid om bezoek te ontvangen of gewoon met ons gezin bij de couveuse te zitten.
Parkeren was door bouwwerkzaamheden een hel en ik moest, met een verse buikwond, elke dag lange stukken lopen. De regels waren anders en het systeem voor gekolfde borstvoeding was enorm onhandig. Ik werd de eerste dag zelfs uitgekafferd door de keuken. Daar heb ik later wel excuses voor gekregen, maar op dat moment zat ik er helemaal doorheen.
Daarnaast leek Sietses gezondheid te dippen. Er waren veel interventies en piepjes op zijn monitor. Zijn zuurstofbehoefte werd groter, wat in eerste instantie normaal is na een ambulance-rit omdat dit extreem vermoeiend is voor zo’n kleintje.
Maar het werd niet beter
Voor mijn gevoel hebben we wekenlang in dat diepe gat gezeten. Tijdens de wekelijkse artsenbesprekingen pushte ik steeds weer voor een overplaatsing naar het ziekenhuis dichter bij huis. Dat zou meer rust geven aan ons gezin. Het was mijn enige lichtpuntje. Elke dag in de couveuse was er eentje dichter bij huis.
Sietse kreeg meerdere medicijnen om aan te sterken en nog een bloedtransfusie. Wat voor ons voelde als een eeuwigheid in dit ziekenhuis, bleek uiteindelijk maar twee weken te zijn. Toen kregen we eindelijk het nieuws dat we naar ons regionale ziekenhuis mochten.
Het voor ons bekende ziekenhuis voelde als een warm bad. We kregen een eigen kamer, konden blijven slapen wanneer we wilden en het was nog maar twintig minuten rijden vanaf ons huis. Mijn dochter kon regelmatig mee en er was zelfs een livestream zodat we vanuit huis af en toe in de couveuse konden kijken. Omdat ik met de geboorte van mijn dochter ook hier had gelegen, voelde het een klein beetje als thuiskomen.
Meer rust in het gezin
Ook hier bleef Sietses zuurstofbehoefte groot, maar er was meer rust binnen ons gezin. Daardoor voelde het uitzitten van de weken die hij nodig had om te groeien minder zwaar.
In de tussentijd hield ik contact met Romy, mijn kamergenoot uit het academisch ziekenhuis. Zij was inmiddels ook bevallen van haar dochtertje, dat slechts ruim 500 gram woog. Het was voor ons allebei fijn om via WhatsApp contact te houden over de premature achtbaan waar we in zaten. We hadden en hebben nog steeds enorm veel steun aan elkaar.
Elke dag buidelen (huid op huid contact), verpleging die controles uitvoerde, medische onderzoeken zoals schedel-echo’s en bloedonderzoek en dan weer naar huis voor onze dochter. Zo zagen onze dagen er tien weken lang uit.
Soms waren er onzekere momenten. Er kan namelijk zoveel misgaan bij premature kindjes. Ze krijgen bijvoorbeeld vaak hersenbloedingen of longproblemen. Omdat onze zoon al ruim acht weken zuurstof kreeg, werd hij uiteindelijk bestempeld met het label BPD, bronchopulmonale dysplasie. Een chronische longaandoening die voortkomt uit onrijpe longen.
Wat dit voor de toekomst betekent, weten we niet precies. Alleen dat zijn luchtwegen gevoeliger zijn en dat hij misschien nooit topsporter zal worden. Dan mogen wij nog van geluk spreken dat het hierbij is gebleven en er geen andere medische aandoeningen zijn overgebleven van zijn prematuriteit.
Eindelijk naar huis, na 10 weken opnamen in 3 verschillende ziekenhuizen
Na precies tien weken opname in drie verschillende ziekenhuizen mochten we op Koningsdag 2025 eindelijk naar huis. Sietse deed het goed zonder sondevoeding en had geen zuurstof meer nodig. Nu konden we eindelijk de dingen doen die normale mensen doen met een pasgeboren baby. We moesten hem ook behandelen als pasgeborene, dus de eerste weken deden we het rustig aan.
Ontslag na de NICU en neonatologie betekent niet het einde van de premature reis. De komende acht jaar staan er nog veel follow-ups gepland en wordt hij in de gaten gehouden door verschillende professionals.
Voor ons als gezin was het ook niet het einde. Kort na thuiskomst belandde ik in een depressie met een angststoornis. Inmiddels heb ik een behoorlijk traject aan therapeutische hulp, zowel psychisch als lichamelijk, doorlopen en voel ik me steeds meer mezelf.
Met Sietse gaat het gelukkig heel goed. Hij is altijd vrolijk en enorm groot voor zijn leeftijd. We genieten intens van hem en van ons gezin. Ondanks alles wat we hebben moeten doorstaan, vind ik dat we enorm veerkrachtig zijn geweest en altijd het positieve zijn blijven zien. Ook al zijn niet alle dagen makkelijk, stap voor stap pakken we ons normale leven weer op en leren we omgaan met de traumatische dingen die we hebben meegemaakt. Wij komen er wel. En voor wie het zich afvraagt: hij lijkt het meest op mij!