04/04/2021

Blog: slapen komt ooit wel weer

Auteur

Datum

Categorie

Share

Share on facebook
Share on linkedin

Ik knijp mijn ogen dicht en tuur door het spleetje van mijn rechteroog. Hoe laat is het? Ik gris mijn telefoon van het nachtkastje, het scherm licht mijn gezicht op in het donker. 05.00 uur. Ik gaap en voel dat mijn opgekrulde lichaam helemaal verstijfd. Ik zou me het liefste even willen uitrekken. Maar het kleine lijfje, verpakt in een Puckababy, tegen me aan slaakt een zucht. “Stil blijven liggen”, denk ik. “Anders wordt ze wakker.”

“Geniet nog maar even van je nachtrust”, was de meestgenoemde tip die moeders mij gaven. Ik was 35 weken zwanger en hoewel ik niet een hele grote buik had, voelde ik me op dat moment mega. “Mijn nachtrust?”, dacht ik. Die nachtrust waarbij ik mezelf niet kan omdraaien en gedwongen op mijn rug lig, terwijl ik het liefst op mijn buik lig? Die nachtrust waarbij de zure oprispingen een aanslag plegen op mijn keel? Die nachtrust waarbij het kleine baby’tje in mijn buik vrolijk trappelt en ik naar het plafond lig te staren, terwijl de man naast mij de slaapkamer vult met een ronkend geluid? Ik kon niet wachten tot ze geboren was. “Misschien slaap ik dan wel weinig, maar die slaap die ik pak, is tenminste in de houding zoals ik wil!”

Mijn nachtrust en ik, we gaan way back. Mijn moeder vertelt graag met een glimlach de verhalen over hoe ik haar dagen terroriseerde als kind van één. Ik sliep namelijk niet meer overdag. Toen ik wat ouder werd, sliep ik niet meer overdag én maakte ik er ‘s nachts ook een potje van. Melatonine, geen tv meer voor het slapen gaan. Het hielp allemaal niet.Tijd om haar zorgen aan de kant te zetten, want ik functioneerde goed op die paar uurtjes per nacht. 

Toen ik twintig was, vond ik slapen overrated. Ik had dat vast ergens gelezen. “Slapen is zó zonde van de tijd”, schreeuwde ik boven de harde tonen van de technomuziek uit. Voor de tweede avond op rij was ik ergens in een donkere club beland. Mijn vriendin knikte. “Ja, echt joh. Slapen is voor apen!” “Ja precies. Slapen komt ooit wel weer.”

En inderdaad. Slapen komt ooit wel weer. Maar voorlopig nog even niet. Want ik moet die moeders deels gelijk geven. Ik zat er naast. In theorie zou ik inderdaad weer op mijn buik kunnen slapen, maar die paar momenten waarop ik écht vrij en lekker heb geslapen (in de houding waarin ik dat wil) zijn de momenten waarop mijn baby een nachtje bij opa en oma sliep. Die zijn op één hand te tellen. Verder belandt ze iedere nacht bij ons in bed, in het kommetje wat ik met mijn lichaam vorm.

Na vijf maanden is mijn rug verstijfd en zitten mijn schouders vast. De donkere kringen onder mijn ogen zorgen ervoor dat ik in ieder geval nooit meer mijn ID hoef te laten zien, als ik een fles wijn afreken. Een deel van mij wil zó graag slapen. 

Maar dan denk ik terug aan dat moment. De klok op 05.00 uur. Met mijn verstijfde rug in bed en het kleine schokkerige lijfje als warme kruik tegen mijn buik. De lipjes die een klein beetje getuit zijn en zo zachtjes adem uitblazen. Die kleine donshaartjes die kietelen tegen mijn arm. Hoe ze, als ze wakker wordt, meteen naar me lacht. Hoe laat het ook is. Hoe ze grote slokken neemt uit mijn borst en dan na vijf grote teugen weer tevreden in slaap valt.

Er komt een moment dat ze me niet meer nodig heeft. Dat ze zelf haar bed in kruipt en een “welterusten” alleen genoeg is. Sterker nog: er komt een moment (als ze dertig is ;-)) dat ze zélf ooit in die club staat te dansen en denkt aan haar oude vader en moeder die thuis liggen te slapen in bed. Ik pak het kleine lijfje en schuif haar nog dichter tegen me aan. Dan mompel ik: slapen komt ooit wel weer. Je hebt ze maar zo kort.


Birgit Roobol is schrijver, moeder van dochter Loua sinds oktober 2020 en bonus ‘moeder’ van 2 pubers. Meer lezen over Birgit?

Fotografe: Pauline van der Gulik 

How About Mom in jouw inbox?

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief