Wat kun je doen in verschillende fases van de bevalling?

Een bevalling begint – anders dan films ons doen geloven – slechts in 10% van de gevallen met het breken van je vliezen. In 90% van de gevallen starten eerst de weeën. Als de weeën net beginnen is het niet gek om je af te vragen ‘of dit het echt is’. Je kunt in meeste gevallen gewoon nog kletsen, lachen, lopen en een beetje rommelen in huis. Bij sommige vrouwen is het direct erg intens, maar bij veel vrouwen kan deze latente fase makkelijk een paar uren (bij een eerste kindje zo’n 6 a 8 uur) aan de gang zijn voordat de weeën steeds vaker komen en pijnlijker worden.

Als je weeën al wel begonnen zijn, maar nog niet ontzettend pijnlijk, doe je er goed aan om bezig te blijven en afleiding te zoeken. Ga koken, wandel rond, ga rustig schoonmaken, muziek luisteren of Netflixen. Als de weeën ’s nachts beginnen kun je misschien proberen nog wat te slapen. Probeer hoe dan ook zo rustig en ontspannen mogelijk te blijven. Maak het jezelf comfortabel door makkelijke kleding aan te trekken en kijk of het je lukt om nog wat te eten en drinken (je gaat de energie straks nodig hebben). De weeën zullen blijven komen en gaan, variërend in intensiteit en duur, totdat je ongeveer 4 centimeter ontsluiting hebt. Dan worden de weeën vanzelf regelmatiger en ook pijnlijker.

Positieve mindset

Als je ongeveer 5 cm ontsluiting hebt, begint de actieve fase. In deze fase worden de weeën pijnlijker en komen ze sneller achter elkaar. Ze komen om de 3 tot 4 minuten en duren ongeveer een minuut. Je merkt vanzelf dat je je nu meer moet gaan concentreren op de weeën, omdat je meer je best moet doen bij het opvangen.

Zorg voor een rustige ademhaling: in door je neus, rustig uit door je mond. Adem richting je buik. Misschien helpt het om wat te puffen. Je zult ook merken dat je in deze fase wat meer in jezelf gekeerd raakt. Dat komt door de endorfines die worden aangemaakt door de ontsluiting: deze hormonen werken pijnverzachtend. Neem eventueel een warm bad (*informeer als je vliezen gebroken zijn eerst met je verloskundige) of een warme douche. Misschien vind je het fijn om te liggen, misschien sta je liever of voelt het fijn om over de tafel leunen of ergens tegenaan te hangen. Probeer, ondanks de pijn, een positieve mindset te houden. De pijn die je voelt heeft een functie, een doel. Hou vertrouwen in jezelf, in jouw lichaam.

Als je ongeveer acht centimeter ontsluiting hebt, kom je in de overgangsfase. Dit is de fase waarin de ontsluitingsweeën overgaan in persweeën. Over het algemeen wordt dit als een van de heftigste momenten van de bevalling gezien, want de weeën zijn nu sterk en komen vlak na elkaar. Er lijkt geen pauze meer tussen te zitten. Je doet er echt goed aan om, zelfs nu, in beweging te blijven. Help je kindje mee te zakken in het bekken door je heupen te draaien en de zwaartekracht een rol te laten spelen. Wissel van houding. Laat je partner of verloskundige je helpen, zelfs als je zelf het idee hebt dat je niet meer kunt wisselen.

Voel hoe je moet persen

Dan volgt de persfase of uitdrijvingsfase. Vaak door vrouwen omschreven als het moment waarop je het idee hebt heel nodig te moeten poepen. Er ontstaat een intens, drukkend gevoel naar beneden. Dat gevoel wordt veroorzaakt door de spieren in de baarmoeder die samentrekken. Soms kan dit gevoel weer even wegzakken, daarna komt het terug en wordt het langzaam sterker.

Op den duur zal er een sterke persdrang ontstaan: je wilt met iedere wee die komt meepersen. Je baarmoeder maakt een golvende beweging waardoor de baby naar buiten wordt geduwd. Alleen de druk van de spieren in de baarmoeder is vaak niet voldoende om het kindje geboren te laten worden. Daarvoor zul je – zeker bij een eerste kindje – zelf actief mee moeten persen. Je kunt vaak zelf bepalen in welke houding je het liefst wilt persen. Liggend op bed, zittend op een baarkruk, staand of op handen en knieën bijvoorbeeld. Voel wat voor jouw lichaam op dat moment het beste voelt. Zelf je bevalhouding(en) kiezen geeft een groter gevoel van controle. Het kan in het begin lastig zijn om te voelen hoe je moet persen, maar naarmate de baby verder naar beneden zakt merk je beter hoe je zo’n perswee kunt gebruiken om mee te persen.

The ring of fire

De baby maakt een draai door het geboortekanaal. Op een gegeven moment is er een hoofdje te zien. Bij iedere wee komt het hoofdje een stukje verder, maar gaat het ook een klein stukje terug. Twee stapjes naar voren, eentje terug – dat idee. Je kunt, als de perswee even wegzakt, het hoofdje zelf voelen, of met een spiegel meekijken. Als het hoofdje bijna naar buiten komt, voel je een intens, brandend gevoel tussen je vagina en de anus, het perineum. Dat brandende gevoel wordt ook wel ‘the ring of fire’ genoemd. Dit betekent dat het hoofdje ‘staat’: het zakt niet meer terug naar binnen. Dit is een moment waarop je er goed aan doet om te luisteren naar de aanwijzingen van de verloskundige om te voorkomen dat je inscheurt. Het is vooral zaak om niet mee te persen, maar je weeën weg te puffen (dat klinkt net zo lastig als het op dat moment is). Met kleine, korte pufjes, op aanwijzing van je verloskundige. Met een warm washandje kan de verloskundige helpen om het perineum te laten ontspannen en rekken. Nadat het hoofdje eruit is – het grootste deel van de baby – zal de verloskundige of gynaecoloog het lijfje naar buiten begeleiden.

De laatste fase

Als de baby eenmaal geboren is volgt de laatste fase, de nageboortefase. In deze fase wordt de placenta ‘geboren’. De placenta krijgt door het afklemmen en doorknippen van de navelstreng geen bloed meer en door het samentrekken van de baarmoeder komt de placenta los van de baarmoederwand. Je moet nog een of twee keer mee persen, of de verloskundige of gynaecoloog drukt zacht op je buik zodat de placenta eruit komt. Sommige vrouwen ervaren dit als onprettig, maar realiseer je dat dit helpt om de placenta los te maken.

De verloskundige kan ook een injectie met synthetische oxytocine geven. Dit hormoon stimuleert het samentrekken van de baarmoeder. Het geboren laten worden van de placenta doet doorgaans geen pijn, maar het is wel een raar gevoel. Binnen een uur na de geboorte van de baby moet ook de placenta geboren zijn. Als dit niet het geval is krijg je eerst nog meer medicatie. Heel soms moet de placenta operatief worden weggehaald. Zoiets komt gelukkig niet vaak voor.

Als allerlaatste fase van de bevalling krijg je een inwendig onderzoek. De verloskundige kijkt of je hechtingen nodig hebt, bijvoorbeeld bij je perineum of schaamlippen. In dat geval krijg je meestal een plaatselijke verdoving en wordt je gehecht terwijl je in bed ligt.

Deze informatie is samengesteld door team How about mom in samenwerking met Korien de Niet, docent zwangerschapsyoga en cursusleider Samen Bevallen in Haarlem.