Hoe verloopt de bevalling? De verloskundige vertelt

De bevalling; het is iets magisch, en tegelijkertijd (of misschien juist daardoor) iets spannends. Wanneer gaat het beginnen? Hóe gaat het beginnen? En hoe gaat het verlopen? Irene Sonneveld, eerstelijns verloskundige, omschrijft hoe de verschillende fases van de bevalling eruit zien en wat je ervan kunt verwachten. Let wel: geen enkele bevalling is hetzelfde en er zijn naast deze ‘gemiddelde’ bevalling nog tientallen andere scenario’s mogelijk.

Zoals Milli Hill schreef in haar boek ‘Positief over bevallen’ heb je vaak twee gedachten op het moment dat je een positieve zwangerschapstest in handen hebt:

  1. O. Mijn. God. Er zit een BABY in.
  2. O. Mijn. God. Die moet er op een gegeven moment uit!

De bevalling bestaat uit vier verschillende fases, ook wel tijdperken genoemd:

Het ontsluitingstijdperk: 

Het uitdrijvingstijdperk: 

Het nageboortetijdperk

Het postplacentaire tijdperk

Om het ‘makkelijk’ te maken, bestaat het ontsluitingstijdperk ook weer uit drie verschillende fases (voorbereidings- of transformatiefase, latente fase en actieve fase). Deze fases vloeien geleidelijk in elkaar over en soms is het lastig te zeggen in welke fase je je bevindt. Gemiddeld duurt een bevalling 12 uur, maar dit is heel individueel bepaald. Het is onder andere afhankelijk van of het je eerste kind of een volgend kind is, maar ook vanaf welk moment je gaat tellen. Tel je vanaf het eerste krampje of vanaf het moment dat je vliezen gebroken zijn (terwijl je nog geen weeën hebt), dan kan het heel lang duren. Verloskundigen gaan beginnen met tellen vanaf het begin van de actieve fase, daar vertel ik zo meer over.

Het ontsluitingstijdperk:

  1. Voorbereidings- of transformatiefase

In deze fase begint het te rommelen. Je voelt vaak een beetje menstruatieachtige krampen, maar ze komen nog niet regelmatig, duren niet lang en zijn ook nog niet zo pijnlijk. In deze fase kan het zijn dat het door gaat zetten, maar het kan ook zijn dat het weer afzakt. Dit laatste gebeurt vaker bij vrouwen die al eerder een kind hebben gekregen. Qua baarmoedermond kan dit ervoor zorgen dat deze zachter wordt en iets platter, ook kan er iets van ontsluiting optreden. Wat je zelf kunt merken is dat je tijdens deze krampen vaak gewoon nog bezig kunt blijven en weinig last ervan ondervindt.

  1. Latente fase

Dit is de fase waarin de bevalling wat meer gaat doorzetten. De krampen/weeën worden regelmatiger, gaan langer duren en nemen ook toe qua intensiteit. Vaak is het in deze fase nog wel goed te doen qua wegzuchten. In deze fase komen de weeën ongeveer iedere 5 minuten en duren ze ongeveer een minuut. De baarmoedermond wordt wat zachter, wat platter en kan tot ongeveer 3-5 cm open gaan staan. Voor een eerste kind duurt deze fase gemiddeld 7,5 uur, voor een volgend kind gemiddeld 5 uur. Onthoud wel: het kan ook langer duren, of juist heel snel gaan. In deze fase kun je merken dat je je meer moet concentreren op de krampen/weeën en dat je ze in toenemende mate weg moet zuchten, maar dat het tussendoor kan voelen alsof er niets aan de hand is.

  1. Actieve fase

Deze fase kenmerkt zich door regelmatige weeën die je actief weg moet zuchten en die ongeveer een minuut duren. De weeën komen iedere 2-3 minuten en duren ongeveer een minuut. Het hoofdje van de baby komt steeds iets dieper. Qua ontsluiting gaat het gemiddeld met 1 cm per uur, maar hier zit heel veel wisseling in. Deze fase duurt voor een eerste kind gemiddeld 7 uur en voor een volgend kind gemiddeld 5 uur. Ook hier weer de disclaimer: het kan langer duren, maar ook juist sneller gaan. Wat heel kenmerkend is aan deze fase is dat je meestal echt in je eigen bubbel zit. Je hoort wel wat er om je heen gebeurt, maar je neemt zelf geen deel meer. Heel veel vrouwen hoor ik in deze fase zeggen ‘ik ben zo moe’, en dat is super! Dat betekent ten eerste dat je in die actieve fase zit en ten tweede dat je lichaam endorfines (natuurlijke pijnstillers) aanmaakt, waardoor de weeën beter te handelen zijn en je tussendoor beter kunt ontspannen.

Het uitdrijvingstijdperk

Wanneer je volledige ontsluiting hebt (10 cm ontsluiting), ‘reflectoire persdrang’ ervaart – een oerkracht in je lichaam die je vertelt dat je MOET persen, heel charmant gezegd voelt het alsof je onwijs nodig moet poepen – én het hoofdje van je baby staat diep genoeg, dan kun je beginnen met persen. Bij een eerste kind duurt dit gemiddeld één uur, bij een volgend kind gemiddeld 13 minuten. En jawel: ook dit kan langer duren, of juist sneller gaan. Zelf ben ik een voorstander van persen in verschillende houdingen, met name verticale houdingen zoals op handen en knieën, staand/hurkend naast het bed en op de baarkruk.

Het nageboortetijdperk

Nadat je baby geboren is, is de bevalling nog niet afgelopen. Daarna moet namelijk de placenta (moederkoek) nog geboren worden. Zodra de baby geboren is, zal je verloskundige of gynaecoloog aan je buik voelen om te voelen hoe hoog je baarmoeder staat en of deze goed samengeknepen is. Dit laatste is belangrijk omdat dit zorgt voor zo min mogelijk bloedverlies. Na gemiddeld 15 minuten (spreiding tussen 1 minuut en 1 uur) komt de placenta los van de baarmoeder en wordt deze geboren. De ene vrouw voelt hierbij kramp in haar buik (een soort wee), de andere vrouw minder. Je verloskundige of gynaecoloog kijkt de placenta na: zitten er inderdaad 3 vaten in de navelstreng en lijkt op het oog de placenta compleet.

In principe wordt er een half uur tot een uur afgewacht tot de placenta geboren wordt, onder voorbehoud dat de hoeveelheid bloedverlies normaal is. Soms wordt ook geadviseerd om een injectie te krijgen met oxytocine, een synthetisch hormoon dat ervoor zorgt dat je baarmoeder (beter) samenknijpt en daardoor hopelijk de placenta eerder geboren wordt en het bloedverlies zo min mogelijk is. De ene verloskundige/gynaecoloog adviseert dit sowieso, de andere verloskundige/gynaecoloog adviseert dit alleen op indicatie. In de praktijk zijn er ook verloskundigen/gynaecologen die dit gewoon geven. Weet dat je, net als binnen alle andere onderdelen van jouw bevalling, zelf hierin een keuze hebt. Mocht je hier meer over willen weten, vragen of twijfels hebben, bespreek dit dan van te voren met je verloskundige of gynaecoloog en neem er eventueel iets over op in jouw geboorteplan. 

Het postplacentaire tijdperk

Als ook de placenta geboren is, ben je helaas nog steeds niet helemaal van je zorgverleners af. Er worden een hoop controles gedaan, zoals het checken van de hoogte van je baarmoeder, de hoeveelheid bloedverlies in de gaten houden en de algemene conditie van je baby controleren. Ook moet er nog gekeken worden of je uitgescheurd bent (jeeh!) en indien dit het geval is en/of als er een knip is gezet, moet dit ook nog gehecht worden (dubbel jeeh!). Meestal kan je eigen verloskundige dit doen, in een enkel geval is het nodig dat de gynaecoloog dit doet. Als de hoeveelheid bloedverlies normaal is, wordt dit op jouw tempo gedaan. De ene vrouw zegt ‘let’s just get it over with’, de andere vrouw zegt ‘laat mij eerst maar even bijkomen’. Het wordt hoe dan ook eerst verdoofd voordat er gehecht wordt en indien nodig, kan er altijd nog bijverdoofd worden. Jouw kindje wordt onder andere helemaal nagekeken (zitten alle tien vingers en teentjes erop etc.), gewogen en getemperatuurd. Als jullie daarmee akkoord gaan, krijg je kindje vaak ook een paar druppels vitamine K voor de bloedstolling voor de eerste week toegediend.

De eerste anderhalf a twee uur na de geboorte van je baby blijven je zorgverleners nog in de buurt om in de gaten te houden hoe het met jou en je baby gaat. Nadat je een beetje bent bijgekomen, wat gedronken en gegeten hebt, kun je onder begeleiding van de kraamzorg of verpleegkundige rustig gaan douchen. Het is belangrijk dat je binnen zes uur na de bevalling geplast hebt. I know: dat voelt in het begin altijd een beetje raar en zeker niet prettig. Het makkelijkste is om dat plassen onder de douche te proberen, dan kun je tegelijkertijd spoelen met water. Ben je thuis bevallen, dan ligt het aan het tijdstip of de kraamzorg blijft of naar huis gaat en er de volgende ochtend weer is. Ben je in het ziekenhuis bevallen en is alles goed gegaan, dan mag je vaak na het douchen en plassen naar huis. In sommige gevallen komt de kraamzorg dan sowieso nog even langs voor wat opstartzorg, ook ’s avonds en ’s nachts, maar dit geldt niet voor iedere kraamzorgorganisatie.

Disclaimer: dit artikel beschrijft een gemiddelde bevalling en iedere bevalling verloopt natuurlijk anders. Er zijn tientallen verschillende scenario’s te bedenken en van tevoren is niet te zeggen hoe jouw bevalling exact gaat verlopen en of er wel of geen complicaties zullen zijn. Als je nog gaat bevallen, hopen we je met dit artikel meer te kunnen leren over het bevalproces en alles fases die daarin voor komen. Heb je jouw bevalling al achter de rug, dan kan het leuk zijn om weer eens terug te lezen en te denken: ‘óh ja, die fase herken ik nog….’.