bevalverhaal
23/02/2022

Mijn bevalverhaal: ‘Het hoofdje was eruit, de pomp schoot los en er ontstond grote paniek’

Gisteren deelden we het begin van Tessa’s bevalverhaal, hoe ze zich in de steek gelaten voelde tijdens de laatste centimeters van haar ontsluiting. Aan het einde blijkt haar baby in het vruchtwater heeft gepoept en de bevalling medisch wordt. Dat betekent weg uit het bevalcentrum en alsnog naar het ziekenhuis, terwijl Tessa zó opzag tegen verplaatsen tijdens haar bevalling.

‘Ik was voorafgaand aan mijn bevalling bang voor verplaatsing tijdens de bevalling. Ik ben namelijk erg gevoelig voor sfeer en omgeving en ik heb ook al vaker gehoord dat weeën terugzakken na verplaatsing.

Hoe ik naar de verloskamer ben gereden, op een bed of op een rolstoel, weet ik niet meer. De verloskamer was groot en koud, het bed in het midden van de kamer. Mijn veilige gevoel, wat al was afgebrokkeld in het geboortecentrum, was nu helemaal weg. Ik voelde me in de steek gelaten omdat ik geen lachgas had gekregen en de nieuwe kille omgeving was helemaal niet prettig.

Mijn vertrouwenspersoon vertrok

De verloskundige schreef wat dingen op een bord en piepte er toen tussenuit. Ze zei gedag en zei op een denigrerende toon “ik ga andere zwangere vrouwen helpen”. Alsof ik een kind was en ze aangaf dat ze andere ‘kindjes’ ging helpen. Ze heeft dit niet met mij overlegd of doorgesproken. Ik kan me voorstellen dat als er andere vrouwen aan het bevallen zijn en ik medisch word, dat ze dan weg moet, maar om er dan zo plotsklaps tussenuit te piepen was voor mij heel pittig. Mijn vertrouwenspersoon vertrok en liet me achter met de stagiaire. Terwijl ze vlak daarvoor nog zei ‘er veranderd niets behalve de ruimte’. Ook hierin voelde ik me voor de gek gehouden. Achteraf had ik op zijn minst verwacht dat ze met me had doorgesproken wat er ging gebeuren en dat ze me even een hart onder de riem had gestoken.

Ze liet me nu voor mijn gevoel aan mijn lot over en ik voelde nu echt alsof ik haar ‘werk’ was en ze eigenlijk niets om mij en mijn belang gaf. Het nieuwe team was bezig om me heen. Ik voelde me niet warm ontvangen. Überhaupt niet ontvangen eigenlijk. Ze deden hun werk en negeerden mij een beetje. Ik had helemaal niet het gevoel dat we ‘samen’ deze bevalling gingen doen.

Er werd niet met mij gepraat

Ik was heel moe en viel half in slaap. Het was koud in de ruimte. Ik kreeg banden op me en een metertje op mijn vinger. Dit werd allemaal niet echt toegelicht en ik werd ook niet echt hierbij betrokken. Ik voelde me een object. Op een gegeven moment kwamen we/ze tot de conclusie dat de weeën waren weggezakt. Ik kreeg een infuus, ook al zag ik dit niet zitten uit angst voor een intense weeënstorm. Ik werd hierin niet echt gerustgesteld, eerder geforceerd om gewoon te doen wat ze zeiden. Dit staat symbool voor wat ik tijdens dit deel van de bevalling eigenlijk heb gevoeld. Dat er niet met mij werd gepraat, er was geen sprake van begeleiding.

Vanaf hier is het voor mij een blur van gebeurtenissen. Ik herinner me dat mijn weeën nog steeds
niet goed op gang kwamen en de hoeveelheid opwekkers werd verhoogd. Ik werd aangemoedigd
om te persen, maar ik had geen drang daartoe. Ik kon amper voelen of ik überhaupt een wee had. ‘Je voelt wel druk’, zeiden ze, maar ik voelde helemaal niets. Ik perste, maar voelde aan alles dat het niet klopte. Vanaf toen ben ik continu gaan aangeven:

  • Mijn lichaam doet het niet;
  • Ik denk dat de baby niet door mijn bekken past;
  • Ik heb geen persweeën;
  • Het lukt niet.

‘We horen jou wel Tessa’, werd er gezegd, maar er werd verder niets mee gedaan. Er werd niet met mij gesproken, niet met mij overlegd, maar vooral voor mij besloten en tegen mij gepraat. Ik voelde me totaal niet gehoord. Ik moest persen en mocht hier anderhalf uur over doen, vertelde de klinisch verloskundig.

‘Je wilt toch straks naar huis met je kindje?’

Het persen duurde en duurde. Ik bleef uit alle macht persen op elke ‘wee’ maar had er totaal geen vertrouwen in. De wanhoop nam bij mij toe. Ik bleef herhalen:

  • Help me alsjeblieft;
  • Zeg me wat ik moet doen;
  • Geef me alsjeblieft een keizersnede, ik denk dat het niet past;
  • Mijn lichaam doet het niet;
  • Ik heb geen persweeën.

De medisch verloskundige zei tegen me: ‘Je gaat nu sowieso anderhalf uur persen. Je baby zit bovenin je bekken. Het is een grote baby en je zal flink moeten persen. Je gaat tot de helft van je bekken persen en daarna kan je geholpen worden met een vacuümpomp. Ik kan op dit moment kiezen voor een keizersnede of een pomp, en ik kies voor de pomp want dat is veiliger voor jou en de baby.’

Ik werd helemaal niet betrokken bij deze keuze, er werd geen enkele vorm van overleg gepleegd. Op de vraag van mijn vriend om mijn vraag voor een keizersnede wat serieuzer te overwegen werd gezegd door een van de assistenten op een zeer denigrerende toon gemeld: ‘Pff, dat willen ze allemaal’.  Tijdens het persen kwam nog een keer de vraag van mij voor een keizersnede en daarop zei medisch verloskundige: ‘Je wil straks toch naar huis met je kindje, je wil hier toch niet nog drie dagen liggen?’

Minimaal 1,5 uur persen

Ik was op dat moment wanhopig en had het gevoel dat ik mijn baby niet uit mijn lichaam kreeg geperst. In plaats van dat ik gerust werd gesteld of werd geholpen op welke manier dan ook, werd ik belachelijk gemaakt. Ondertussen moest ik blijven persen. De medisch verloskundige had inmiddels haar hand in mijn vagina en daar moest ik naartoe persen. Een zeer onprettige ervaring.

Na elke wee klaagde en smeekte ik om hulp maar dat was ter vergeefs. Medisch verloskundige bleef hameren op 1,5u persen en dan zou ze de arts-assistent gaan roepen. Achteraf vraag ik me af waarom er niet eerder overleg is geweest met een arts? Wat kan het kwaad om dit te overleggen? Waarom is een keizersnede niet serieuzer afgewogen? Want uit het verhaal van medisch verloskundige bleek dat dit wel een optie was. Waarom is dit niet met artsassistent of gynaecoloog overlegd? Was er geen tijd of ruimte voor een keizersnede? Moest er midden in de nacht op tweede pinksterdag een heel team worden opgetrommeld en was hier niemand toe bereid? Waarom werd mijn gevoel als vrouw niet serieus genomen?

Het persen is voor mij een zeer koude, kille ervaring geweest. Ik voelde me helemaal niet gesteund of begeleid door het aanwezige team. Er was geen sprake van begeleiding of een hart onder de riem, ik moest doen wat ze zeiden. Ik kan me voorstellen dat in een situatie als deze een steunende houding veel positiever bijdraagt.

Er ontstond grote paniek

Na een zware struggle van anderhalf uur was het dan eindelijk zover. De arts-assistent en pomp kwamen. Ze verscheen als een soort engel voor mijn neus en ik kon alleen haar nog maar aankijken en haar aanwijzingen volgen. Met de wee en de pomp meepersen met mijn allerlaatste krachten. Ik heb geschreeuwd en geperst alsof mijn leven er vanaf hing. Zijn hoofdje stond. Nog een keer met alle krachten persen. Het hoofdje was eruit, de pomp schoot los en er ontstond grote paniek. “Bel de gynaecoloog bel de gynaecoloog”. “Nee hij komt toch, bel de gynaecoloog af.” “Nee, het lukt toch niet, bel de gynaecoloog.”

Zijn lichaampje kwam niet mee, achteraf bleek dat zijn schouder bleef steken achter mijn schaambeen. Wat me heel erg is bijgebleven van dit moment is hoe de tijd van de gynaecoloog blijkbaar zo schaars kan zijn, dat er in een situatie als deze wordt gevraagd haar te bellen, dan weer af te bellen en dan weer te bellen. Alsof als zij 2 minuten op een plek is waar ze toch niet meer nodig is dat dan een intens drama zou zijn? Voor mijn gevoel creëert dit heel veel extra stress in een toch al stressvolle situatie.

‘Leeft mijn kindje nog?’

Na dit moment ontstond er grote paniek. Voor mijn gevoel renden alle aanwezigen door de kamer. De gynaecoloog kwam en schreeuwde dat ik op mijn handen knieën moest gaan zitten. Ik moest zuchten, mijn been optrekken en intussen kreeg ik steeds minder hoop dat mijn kind ooit nog geboren ging worden. Uiteindelijk kwam hij los na meer dan 10 minuten en waren er heel veel mensen in de kamer. Ik lag nog met mijn hoofd in het bed en hoorde ‘Hartactie…nul… hartactie….. nul’ en ik kon alleen nog maar denken ‘het is ons overkomen, ons kindje is overleden’. Mijn vriend hing over me heen.

Wat er verder allemaal werd geroepen in de ruimte is mij ontgaan. Ik bleef steeds vragen aan iedereen die voorbij kwam: leeft mijn kindje nog? Leeft mijn kindje nog? ‘Ze zijn met hem bezig’, werd gezegd. Na een lange tijd, die wel een uur leek te duren, hoorden we hem huilen. Wat een opluchting was dat. Onze kleine Lex leefde!’

Lees morgen het vierde deel van Tessa’s verhaal.

Meer lezen?

Wat maakt een bevalling traumatisch?

How About Mom in jouw inbox?

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief