Wat maakt een bevalling traumatisch?

Het is meestal niet alleen een spoed keizersnede, bevalling met een vacuümpomp of veel bloedverlies waardoor je mogelijk met een naar gevoel terugkijkt op je bevalling. Waar vrouwen het meeste last van krijgen is het ontbreken van heldere communicatie en emotionele ondersteuning tijdens en na de bevalling, en gebrek aan nazorg. We duiken in een onderwerp waar helaas nog steeds een taboe op rust: klachten door een nare of zelfs traumatische bevalling.

Zo’n 10 tot 20 procent van alle Nederlandse vrouwen ervaart haar bevalling als traumatisch. Van die 17.000 tot 34.000 vrouwen die hun bevalling als traumatisch ervaart, ontwikkelt 1 tot 3% zelfs een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dat komt neer op 2.000 – 3.000 vrouwen per jaar. Het kan jouw buurvrouw, vriendin, nicht of collega zijn die een nare of zelfs traumatische bevalervaring heeft gehad. Misschien kijk je zelf terug op een bevalling die in de verste verte niet leek op hoe je het had voorgesteld.

Bij een posttraumatische stressstoornis – afgekort PTSS – maak je een traumatische gebeurtenis mee die je niet goed verwerkt, waardoor je lichamelijke en psychische klachten kunt krijgen. Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van flashbacks, nachtmerries of niet meer zwanger durven worden.

Taboe

Van de buitenkant zien mensen vaak niet dat het niet goed met je gaat. “De baby is toch gezond, dat is toch het belangrijkste?” hoor je dan. Posttraumatische stressstoornis of PTSS kennen we van militairen die een oorlogssituatie hebben meegemaakt of mensen die getuige waren bij een ongeluk of overval. Maar PTSS na een bevalling? De geboorte van je kind is toch het mooiste moment uit je leven?

Wat jij als traumatisch ervaart verschilt per persoon. Je kunt enorm angstig zijn geworden doordat je bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging hebt gekregen en bang bent geweest dat de baby dood zou gaan. Een bekende die tijdens haar zwangerschap al vaker wat somber was, beviel met hulp van met weeënopwekkers, een ruggenprik en uiteindelijk vacuümpomp. Ondanks dat haar zoon gezond ter wereld kwam, vond zij de bevalling achteraf ook traumatisch. “Ik kon de weeën niet aan, ik kon niet tegen de pijn. Eigenlijk heb ik niets zelf gedaan.”

Communicatie enorm belangrijk

De belangrijkste oorzaak voor een traumatische bevalervaring is het gebrek aan communicatie. Communicatie tussen jou en de verloskundige, verpleegsters en assistenten, de arts en andere hulpverleners. Dat kwam naar voren uit een onderzoek in 2016 van het UMC Utrecht en Radboudumc, waarbij 2200 vrouwen een vragenlijst over hun bevalervaring invulden.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is dat het vaak niet de (zware) medische ingrepen of fysieke pijn zijn die een bevalling traumatisch maken, maar het gebrek aan goede communicatie, uitleg over wat er ging gebeuren, en gebrek aan nazorg.

Klachten na de bevalling

Zoals gezegd is de kans dat een vrouw na een bevalling PTSS krijgt 1 tot 3 procent. Wat zijn klachten waar je PTSS aan herkent? De klachten vallen in vier categorieën:

  1. Herbelevingen van het trauma: je kunt last hebben van (levendige) herinneringen, nachtmerries of flashbacks aan een situatie. Niet kunnen slapen doordat je de beelden voor je ziet.
  2. Het vermijden van prikkels die bij het trauma horen: je merkt dat je wegzapt wanneer iets op tv je aan de bevalling doet denken, je kunt niet naar foto’s van de bevalling kijken, of durft zelfs niet meer zwanger te worden.
  3. Negatieve gedachten en stemming: je bent vaak somber, angstig, hebt negatieve of depressieve gevoelens.
  4. Verhoogde prikkelbaarheid: je wordt snel boos, schrikt snel, of hebt concentratie- en slaapproblemen (niet door de baby, maar door je eigen gedachtes)

 

Het kan zijn dat jij een van de bovenstaande klachten herkent of ook wel eens mee hebt gemaakt. Dat is niet direct reden voor paniek. Volgens onderzoekers zijn er veel vrouwen die wel eens of meerdere van deze klachten hebben meegemaakt.

Een vriendin vertelde: “Ik had me totaal niet gerealiseerd dat je een bevalling moet verwerken. Het voelde echt als een soort traumaverwerking.” Haar bevalling begon met een intense weeënstorm en eindigde met de persfase waarbij het kindje het duidelijk steeds zwaarder kreeg en er op het nippertje ‘zelf’ uitkwam, voordat ze een spoedkeizersnede had gekregen. Tussendoor bleek er onzekerheid over de gezondheid van de baby, waardoor er met spoed nog allerlei testen werden uitgevoerd terwijl zij midden in de weeën zat.

“Wat mij het meeste heeft geholpen is veelvuldig mijn bevalverhaal vertellen. Pas na maanden had ik het idee dat ik het eindelijk een plek kon geven en langzaamaan zelfs met een fijn gevoel terug kon kijken op de bevalling. Het was toch de dag dat onze dochter in ons leven kwam.”

Dagelijks leven

Als je merkt dat je met negatieve gevoelens terugdenkt aan je bevalling, kun je een aantal dingen doen. Het beste is om je ervaring na te bespreken kort na de bevalling. Bijvoorbeeld met de verloskundige als ze op huisbezoek komt, maar het kan ook fijn zijn om het verhaal ook te delen met iemand die er niet bij was, bijvoorbeeld de kraamhulp, vriendinnen of familie. Het is ook belangrijk om met je partner de bevalling na te bespreken, omdat hij of zij misschien bepaalde ‘gaten’ in jouw herinnering voor je kan opvullen of zijn of haar kant van het verhaal kan vertellen.

Misschien heb jij tijdens je zwangerschap ook wel bevalverhalen van andere vrouwen online gelezen, op blogs of fora. Je zou kunnen overwegen om jouw verhaal ook op te schrijven. Voor jezelf, of om (anoniem) te delen. Het zijn allemaal manieren die kunnen helpen bij het verwerken van de heftige ervaring.

Als de klachten die je ervaart je in je dagelijks leven beperken, dan is het belangrijk om hulp te zoeken. Ga naar de huisarts en vertel waar je last van hebt en met welke klachten je rondloopt. De huisarts kan je doorverwijzen naar de praktijkondersteuner van de huisartsenpraktijk, gespecialiseerd in GGZ (geestelijke gezondheidszorg), die je verder helpt.

Na-controle

De na-controle bij de verloskundige of gynaecoloog na zes weken is ook een goed moment om jouw ervaring te delen. Helaas blijkt dat er tijdens dit gesprek niet altijd tijd hiervoor is (genomen).

Een kwart van de vrouwen in het onderzoek van het UMC Utrecht en Radboudumc zei dat er tijdens de nacontrole niet is besproken dat ze een nare of traumatische bevallingservaring heeft gehad. Daardoor bleven ze alleen met hun verhaal rondlopen en de klachten die daaruit voortkwamen. In het onderzoek zei ongeveer 25% van de vrouwen dat ze graag doorverwezen had willen worden voor (psychische) begeleiding na de bevalling.

EMDR en cognitieve gedragstherapie

Als er sprake blijkt te zijn van PTSS, dan is het goede nieuws dat er hier goede behandelingen voor zijn. Via de huisarts kun je worden doorverwezen naar een psycholoog. Ook bestaan er psychologiepraktijken speciaal voor vrouwen die een nare of traumatische bevalling hebben gehad.

De meest effectieve behandelingen zijn EMDR (eye movement desensitization and reprocessing) en CGT (cognitieve gedragstherapie). Bij EMDR wordt de traumatische gebeurtenis teruggehaald en gecombineerd met bepaalde oogbewegingen en/of geluiden (piepjes), waardoor die gebeurtenis langzaam minder emotioneel geladen en krachtig wordt. Vaak zijn een aantal van deze sessies voldoende om de posttraumatische stressstoornis en het trauma te genezen. Bij cognitieve gedragstherapie (gesprekken met een psycholoog) helpt een psycholoog je om om te gaan met de (negatieve) manier waarop je bepaalde situaties, gevoelens en gedachten interpreteert en daar je gedrag op baseert.

Wil je hier meer over weten?