Als het niet vanzelf gaat: “Mijn baarmoeder bleek een afwijkende vorm te hebben”

Eline Sweers (‘86’) werkt als stewardess en woont met haar vriend Tim in Heemstede. De afgelopen drie jaar beleefde ze een rollercoaster aan emoties als ze eerst na 22 weken zwangerschap haar dochter verliest, geopereerd moet worden aan haar baarmoeder, twee keer een miskraam meemaakt en uiteindelijk opnieuw in verwachting raakt en bevalt van een gezonde zoon. Ze vertelt aan How About Mom haar verhaal. 

Een paar weken geleden deelden we het eerste deel van Eline’s verhaal. Haar eerste zwangerschap, de geboorte en het overlijden van haar dochtertje na een zwangerschapsduur van 22 weken. 

Eline: “Na het overlijden van Lana Isla vond er een onderzoek plaats in het ziekenhuis. Lana leek gezond te zijn, de zwangerschap verliep goed, we leken ‘gewoon’ ongelofelijk veel pech te hebben gehad. Een maand na haar overlijden kregen we groen licht om het opnieuw te gaan proberen. Op de oorspronkelijk uitgerekende datum kwam onze familie langs om samen een taartje te eten voor Lana. Ik voelde aan alles dat ik weer zwanger was, dus ik deed stiekem in de toilet een test en kwam huilend de kamer in gelopen: de test was positief. We waren dolgelukkig, maar natuurlijk ook angstig. Ik ging dit keer niet naar de verloskundige, maar kwam direct onder toezicht van een gynaecoloog. Bij de eerste echo in het ziekenhuis kwamen we erachter dat mijn baarmoeder een afwijkende vorm blijkt te hebben. Ik heb een zogeheten uterus bicornis, dat is een aangeboren afwijking waarbij de baarmoeder uit twee delen bestaat. Die twee delen kunnen geheel of gedeeltelijk van elkaar gescheiden zijn, bij mij was dat laatste het geval. Zo’n afwijking zorgt ervoor dat ik een verhoogde kans heb op een miskraam en op vroeggeboorte. Achteraf realiseerde ik me dat ik Lana altijd maar aan een kant van mijn buik heb gevoeld, maar daar eigenlijk nooit erg in heb gehad. Je hoort je kindje natuurlijk door je hele buik te kunnen voelen. 

Uterus bicornis

De afwijking aan mijn baarmoeder is bij bij de echo’s door de verloskundige nooit opgevallen. Zo’n afwijking is niet eenvoudig te detecteren, je moet met een echo alle kanten van je baarmoeder bekijken. En: naarmate de baarmoeder groeit, wordt het ook steeds lastiger om te zien. Vanwege de vroeggeboorte van Lana, werd er in het ziekenhuis direct heel uitgebreid naar mijn baarmoeder gekeken. Daardoor werd de afwijking opgemerkt. 

Omdat een uterus bicornis je risico’s op een miskraam of vroeggeboorte vergroot en we al een keer een vroeggeboorte hadden meegemaakt, werd ik direct goed in de gaten gehouden. Helaas bleek bij de derde echo, toen ik negen weken zwanger was, dat het hartje was gestopt met kloppen. De miskraam kwam niet vanzelf op gang, dus kreeg ik pillen. Helaas zorgde dat alleen voor veel bloedverlies, maar het vruchtje bleef zitten. Ik kreeg de optie om te wachten, nog een keer pillen te proberen of voor een curettage te kiezen. Ik wilde niet wachten, ik wilde gewoon door kunnen gaan, het leven weer oppakken, dus koos ik voor een curettage. Deze mocht gelukkig onder algehele narcose plaatsvinden, zodat ik er niets van mee heb gekregen. Het viel me mee, maar dat komt misschien ook omdat ik het vergeleek met de heftige bevalling van Lana. 

Zwanger worden is geen probleem, zwanger blijven wel

Toen mijn baarmoeder weer volledig leeg was, kon er verder onderzoek worden gedaan. Ik kreeg een hysteroscopie, waarbij er met een camera in de baarmoeder wordt gekeken, en daarna nog een MRI. Daarmee werd duidelijk dat de mate van mijn baarmoederafwijking operabel was, omdat het ‘tussenschot’ tussen de twee delen niet helemaal tot beneden liep. Op 11 september werd onder algehele narcose het tussenschot grotendeels verwijderd. Daarna moest ik drie maanden hormonen toegediend krijgen om het baarmoederslijmvlies aan te laten sterken. Na ruim een jaar wachten, onderzoeken en operaties kregen we groen licht om opnieuw te gaan proberen zwanger te raken. Net als bij de eerste twee keren was ik direct zwanger. Zwanger worden is blijkbaar geen probleem, zwanger blijven wel. Want ook deze zwangerschap mondde na zes weken uit een miskraam. We voelden ons verslagen: we hadden toch de oorzaak gevonden, ik had toch een operatie gehad, nu moest het toch lukken? Hoe cru het ook is: deze miskraam staat in principe los van wat er eerder is gebeurd, het komt nu eenmaal heel erg vaak voor. Dit keer kwam de miskraam gelukkig wel vanzelf op gang. 

Een maand later had ik weer een positieve test in mijn handen. Eigenlijk durfde ik op dat moment niet langer te hopen op een goede uitkomst, daarvoor was er teveel gebeurd in de afgelopen jaren. De zes weken passeerde, de negen weken gingen voorbij. Het vruchtje bleef zitten. Ik was intens blij, maar ook extreem bang om weer een kindje te verliezen. Ik moest elke week naar het ziekenhuis voor een echo vanaf week 16 tot en met week 34 moest ik vaginaal hormonen inbrengen om mijn baarmoedermond sterk te houden. Ik had bloedverlies bij zes, veertien en 36 weken en er hebben talloze controles plaatsgevonden. Ik heb meerdere keren op de verlosafdeling gelegen met een CTG om mijn buik, omdat ik soms ineens in paniek raakte als ik teveel krampjes had of het idee had de baby een tijdje niet gevoeld te hebben. Die angst zit zo diep, ik kon daar niets tegen doen. Ik ben het ziekenhuis ontzettend dankbaar dat ze me keer op keer hebben opgevangen en controles hebben gedaan en benadrukte dat ik liever tien keer te veel dan een keer te weinig zou bellen. 

Iedere week een taartje

Vanaf week 23 hebben we iedere wissel-dag een taartje gegeten, iedere week erbij voelde als een mijlpaal. Het lukte me steeds beter om te ontspannen, zeker toen we de 34 weken waren gepasseerd. Mocht de bevalling nu gebeuren, dan zou hij sterk en groot genoeg zijn. Vanaf 35 weken begon ik stukjes van de slijmprop te verliezen, dus ik had al wel het gevoel dat hij misschien wat eerder zou komen. Ik was 37 weken en 5 dagen zwanger toen ik met kramp wakker werd. Ik had het gevoel nodig te moeten poepen en realiseerde me: ik ga bevallen! Dit gevoel ken ik! Toen ik opstond van het toilet braken mijn vliezen en het feest kon beginnen. Letterlijk, want ik heb staan dansen van vreugde: eindelijk was deze ellendige periode van angst en onzekerheid voorbij en zou ik straks een kindje in mijn armen hebben. Ik had weer vooral rugweeen, maar ze volgde elkaar al wel in een rap tempo op. Ik mocht direct naar het ziekenhuis komen. Ik was bang flashbacks te hebben als ik daar terug zou zijn, maar ik was eigenlijk ontzettend rustig en ontspannen. Na vijf uur had ik volledige ontsluiting, maar het persen ging moeizaam want mijn persweeën vielen weg. Ze zagen hoe mijn zoontje iedere keer weer terug naar binnen schoot. Hij begon het zwaarder te krijgen, dus de gynaecoloog stelde om een knip te zetten. Ik had daar helemaal geen zin in – ik had een horrorbeeld van knippen in een kipfilet voor me – en gaf nog een keer alles, maar hij kwam niet. Ik kreeg een verdoving en bij de volgende wee werd er een knipje gezet en onze zoon schoot eruit. Hij is er, hij is er, hij is er, bleef ik maar roepen. Ik was moe, maar zo voldaan. 

Ik zag meteen dat Lando en Lana op elkaar leken, dat vond ik zo bijzonder. Ondanks dat ze zo prematuur was, zag ik dat ze familie van elkaar waren. Mijn moeder, die natuurlijk ook bij de bevalling van Lana was, was zo gelukkig. Eindelijk konden we hem knuffelen. Toen ik in een rolstoel met een gevulde maxicosi op schoot de kamer uit werd gereden, brak ik. Het deed me zo denken aan de bevalling van Lana, waarbij we met lege handen naar huis keerde. Nu lag er een gezonde zoon vredig op mijn schoot te slapen. Het voelde zo dubbel. Mijn stiefvader maakte een foto van me, ik heb een verwilderde knot op mijn hoofd, ik ben lijkbleek, de tranen rollen over mijn wangen, maar ik lach van oor tot oor. 

Ik kan eindelijk weer genieten van kleine dingen

Inmiddels is Lando bijna negen maanden oud. Ik heb leren leven met alle gebeurtenissen van de afgelopen jaren en heb EMDR- en traumatherapie ondergaan om alles te verwerken. Vier zwangerschappen, twee miskramen en twee bevallingen in drie jaar tijd is een geestelijke en mentale aanslag. Ik was continu bang, maakte me zorgen dat ik teveel deed, en was eigenlijk alleen maar bezig met zwanger worden, zijn en vooral blijven. 

Nu pas voel ik hoe ik langzaam weer mezelf ben. Ik kan weer hard lachen met vriendinnen, genieten van kleine dingen. We hebben ons leven weer opgepakt en ik ben blij dat ik mezelf weer gevonden heb. Ik weet niet of ons gezin compleet is. Ik ben dankbaar dat de komst van Lando mijn grootste angst om nooit een levend kindje te krijgen heeft weggenomen. Diep in mijn hart zou ik heel graag nog een broertje of zusje voor Lando willen, maar de angst dat er iets misgaat is ook groot. Ik weet niet of ik het aankan om nog een keer zoveel verdriet te ervaren. Ik zeg nooit nooit, maar voorlopig gaan we eerst nog heel hard genieten van onze prachtige zoon.”