Mijn verhaal: Eline verloor haar dochtertje na een zwangerschap van 23 weken

Eline Sweers (‘86) werkt als stewardess en woont met haar vriend Tim in Heemstede. Ze is moeder van Lando Freddie (‘20) en Lana Isla (‘17). Lana werd na een zwangerschapsduur van 23 weken geboren en overleed een half uur na haar geboorte in Eline’s armen. We praten met Eline over haar zwangerschap, het overlijden van haar dochter en de weken die daarop volgden.

“Al vanaf mijn zesde wilde ik vliegen, dat was mijn grote wens. Maar moeder worden was dat ook. Net als veel vrouwen maakte ik me zorgen dat het lang zou kunnen duren, of misschien wel nooit zou lukken, juist omdat het zo’n grote droom was. Ik stopte met de pil en toen we het eenmaal gingen ‘proberen’ was het tot onze grote verbazing in één keer raak. We kwamen daar op vakantie in Ibiza achter. Die eerste weken vond ik spannend, ik was bang voor een miskraam. Ik was een paar weken flink misselijk, daarna voelde ik me prima. Totdat ik bij veertien weken last kreeg van bekkeninstabiliteit en minder moest gaan werken omdat ik niet goed meer kon zitten van de pijn. Een ballon gevuld met roze confetti vertelde ons – samen met onze familie – dat er een meisje in mijn buik groeide. Dat was zo’n mooi nieuws, we hebben met z’n alleen staan dansen en springen. De twintig weken echo zag er goed uit, Lana was helemaal gezond en vanaf dat moment had ik het idee echt te kunnen gaan genieten. Ik zag de rest van mijn zwangerschap met vertrouwen tegemoet en kon eindelijk babykleertjes gaan kopen.”

‘Dit is niet goed, je hebt weeën’

“Op 29 september, de dag voor mijn verjaardag, kreeg ik ‘s ochtends last van mijn onderrug. Ik voelde me niet goed en mijn vriend stelde voor dat ik even op bed zou gaan liggen. Ik bleef maar naar de wc lopen, ik dacht een buikgriep onder de leden te hebben. Het was fris buiten, maar ik zweette me rot en moest voor de ventilator liggen om af te koelen. De krampen hielden aan. Mijn moeder zou thee komen drinken, maar die belde ik af. Ze stond erop om toch even langs te komen. Ze zag mij in bed de krampen wegpuffen en zei direct: dit is niet goed, je hebt weeën. Ik verklaarde haar voor gek. Ze belde de verloskundige en die wilde graag dat we een potje urine langs zouden brengen, ze vermoedde een blaasontsteking. Met moeite tilden mijn vriend en moeder me uit bed om in een potje te plassen. Op verzoek van de verloskundige timede we ook mijn krampen. Ze duurde een minuut en kwamen om de drie minuten. Daardoor gingen ook bij haar de alarmbellen rinkelen.”

“We reden naar de praktijk en ik herinner me hoe ik in een foetushouding daar op de bank ging liggen. Ik mocht direct naar binnen en toen ze me toucheerde schrok ze enorm, ik bleek al ontsluiting te hebben. Wachten op een ambulance zou te lang duren, we moesten zelf direct in de auto stappen naar de eerste hulp. Daar werd ik direct aan het infuus en allerlei monitors gelegd en naar de verlosafdeling gereden. De gynaecoloog vertelde dat ik al zes centimeter ontsluiting had en dat ik ging bevallen. We wisten niet wanneer, vandaag of morgen, maar wel dat onze dochter het niet zou halen. Tot op dat moment was ik ervan overtuigd dat het goed zou komen. Ik was veilig in het ziekenhuis, ze zouden me weeënremmers geven en me misschien een paar weken daar willen houden, maar onze baby zou niets overkomen. Ik kon het nauwelijks bevatten, mijn vriend en moeder die erbij waren evenmin. Ik wist niet hoe ik moest bevallen, ik had nog geen puf cursus gevolgd of weeën weg leren zuchten, en ik was er al helemaal niet op voorbereid om onze dochter kwijt te raken.”

Een compleet mensje

“Hoewel Lana het nog goed maakte in de buik, vorderde mijn ontsluiting en voelde ik na een uurtje meer druk ontstaan. De gynaecoloog vroeg of ik wilde afwachten of dat ze mijn vliezen zouden breken. Ik koos het laatste. Als de uitkomst hetzelfde bleef, wilde ik niet langer in deze pijn zitten. Mijn vliezen braken tijdens het toucheren en al snel nadat mijn bed was verschoond voelde ik persdrang opkomen. De kamer was ondertussen volgelopen met mijn zusje, vader, en stiefmoeder en ik riep dat iedereen weg moest. Ik wilde rust. Na drie stevige persweeën werd Lana geboren. Ik weet nog dat ik een kreet uit sloeg toen ze werd geboren. Ik huilde niet, ik maakte echt een oergeluid. Ik heb niet direct naar haar gekeken, maar vroeg aan de gynaecoloog hoe ze eruit zag, of ik haar eng zou vinden. Ze stelde me gerust: het is niet eng, ze leeft ook nog, dus ik ga haar aan je geven, je hoeft niet bang te zijn. Lana’s huid was paars en rood omdat ze ook nog even klem had gezeten, maar ze was een compleet en prachtig mensje. De placenta werd gelukkig snel geboren en daarna werden we met rust gelaten. Alleen met mijn vriend in de kamer namen we onze dochter in ons op. Ze was rustig en had haar oogjes dicht, maar ademde wel. Ik voelde liefde en trots, maar ook ongelofelijk veel verdriet en pijn. Lana heeft nog een half uur geleefd, daarna is haar hartje gestopt met kloppen. Ik ben dankbaar dat ze levend is geboren en nog even bij ons is geweest, dat geeft aan hoe sterk ze al was, want veel extreem premature baby’s overleven de intensiteit van een bevalling niet.”

Naar huis met een lege maxi cosi

“Langzaam druppelde familie binnen om Lana te bewonderen en om te kijken hoe het met ons ging. We kregen van het ziekenhuis een mooie wikkeldeken om Lana in te doen die we zelf konden uitkiezen. We hadden natuurlijk niets meegenomen, deze geboorte kwam compleet onverwacht. We kregen de keuze of we Lana mee naar huis wilde nemen, maar moesten dan zelf zorgen voor een manier waarop we haar lijfje koel zouden houden. We besloten haar in het ziekenhuis te laten en de volgende dag op te halen. Het was heftig om haar daar achter te laten, en niet in een rolstoel met een gevulde maxi cosi naar huis te gaan. Midden in de nacht kwamen we alleen, zonder baby, thuis in een donker huis. Toen braken we allebei. Een half uur na thuiskomst was ik jarig. Intens verdrietig was ik, want hoe kon ik ooit nog mijn verjaardag vieren als je de dag ervoor je kindje bent verloren.”

“De volgende ochtend voelde ik uit gewoonte aan mijn buik. Dat was altijd een heerlijk begin van de dag, even die trapjes in je buik voelen. Nu was mijn buik leeg en startte het huilen weer van voor af aan. In plaats van mijn verjaardag vieren, regelden we die dag de crematie van onze dochter. Omdat niemand nog wist wat er gebeurd was, stroomden de felicitaties binnen. Facebook liep vol met berichten als ‘Dit gaat een prachtig jaar worden met de komst van jullie kindje’. Ik wilde die felicitaties niet meer ontvangen, dus besloten we zelf een foto te delen van ons drieën – terwijl ik Lana vast heb – met de boodschap dat we ouders zijn geworden, maar onze dochter overleden is. Daarop volgden talloze berichten en kaartjes. De postbezorger kwam tien keer per dag aan huis met bloemen.”

Een kamer vol kaarsjes, knuffels en bloemen

“Onze dochter werd opgebaard bij het uitvaartcentrum in een mandje dat mijn moeder voor haar kocht. Samen met mijn stiefvader vulde ze de ruimte met wel honderd kaarsjes, bloemen en knuffeltjes om het voor ons zo aangenaam mogelijk te maken. Hoewel ik nog helemaal in de kreukels lag na de bevalling zijn we vijf dagen lang iedere dag meerdere keren en uren bij haar geweest. We hebben haar vastgehouden, gekust, heel goed in ons opgenomen en tientallen foto’s van haar gemaakt. De laatste dag hebben we daar met z’n allen afscheid genomen en hebben mijn vriend en ik haar samen met onze familie naar het crematorium gebracht. Haar daar achterlaten was denk ik een van de allerzwaarste momenten van die dagen. Als ik eraan terugdenk voel ik nog steeds zoveel verdriet. Het fijne was wel dat we haar as de dag erna al mochten ophalen. We kregen een klein vilten hartje met vlindertjes erop met haar as erin, het paste in mijn hand. Het hartje hebben we op een plank gezet, met een knuffeltje, plantjes en kaarsjes erbij. Ook haar geboortekaartje staat er naast. We kozen ervoor om geen rouwkaartje te sturen, maar een geboortekaartje met haar namen, gewicht, geboortedag, sterfdag en een gedichtje erop.”

“Ik kijk met warme gevoelens terug op alle zorg en liefde die we ontvingen in de weken na haar overlijden. Ons huis leek wel een bloemenwinkel, er werd voor ons gekookt en uit onverwachte hoek deelden andere vrouwen hun verhalen met me. Ik leerde dat er zoveel meer mensen zijn die een soortgelijke ervaring hebben, maar hier nooit open over hebben (leren) praten.”

Spreek haar naam uit

“Sinds de dag dat Lana geboren werd en stierf zijn we drie jaar verder. In de tussentijd is er veel gebeurd. Ik steek niet langer iedere dag een kaarsje aan, maar op sommige momenten heb ik er wel behoefte aan. Het overlijden van een baby is ongelofelijk zwaar en pijnlijk. Niet alleen voor ons als gezin, maar ook voor de mensen om ons heen. Ik begrijp ook heel goed dat het voor andere mensen complex is om ermee om te gaan. Vriendinnen die zich afvragen of ze het over hun eigen kindje kunnen hebben, of bang zijn mij verdrietig te maken als ze haar naam noemen. Ik heb vanaf het begin tegen familie, vrienden en collega’s gezegd: verzwijg niets, sluit me niet buiten, maar wees gewoon eerlijk. Vraag me wat je wilt weten, vraag of ik wil praten of juist niet, vraag of je mag vertellen over jouw zoontje. En vooral: vergeet ons kindje niet, dat is voor ons het allerbelangrijkste. Zorg dat je haar naam blijft noemen, stuur een kaartje op haar geboorte- en sterfdag en vraag me af en toe hoe het gaat. Lana is voor altijd een onderdeel van ons gezin, onze eerste dochter, het kindje dat van mij een moeder maakte.”