Borstvoeding baby

Het ritme van je baby

Je kunt je laten leiden door voedingsoverzichten, gemiddelden of slaapschema’s. Je kunt er ook voor kiezen om slaaptijden, voedingsmomenten en het ritme van de dag (en nacht) af te stemmen op jouw baby. Wat werkt voor jou? Geeft een schema je houvast, of maakt het je juist onzeker?

Een hydrofiel doek, tepelhoedje, een glas water, en mijn telefoon. Pas als ik dat kwartet bij elkaar had, was ik klaar voor het geven van borstvoeding. In de eerste weken na de geboorte hield ik van minuut tot minuut bij wanneer het voedingsmoment startte, hoe lang mijn zoontje dronk, wanneer hij tussendoor sliep en vooruit – soms ook nog wanneer hij een schone luier had gekregen. In die onzekere eerste fase als nieuwe moeder gaf de voedingsapp me houvast, zodat ik terug kon zien wanneer en hoeveel ik ongeveer had gevoed in de dagen en nachten ervoor.

Naarmate de weken verstrijken gaat het voeden me steeds gemakkelijk af, en merk ik dat ik mijn telefoon vaker links laat liggen. Ik leer de hongersignalen van mijn kindje steeds beter te herkennen. Merk hoe zijn dag- en nachtritme is. Weet dat hij nu nog best even een uurtje zonder eten kan, en gewoon even wil knuffelen of spelen in plaats van een voeding. Van handig hulpmiddel is die voedingsapp geworden tot iets waar ik niet mee bezig wil zijn als ik aan het voeden ben.

Hongersignalen

Durf je te vertrouwen dat jouw kindje zijn of haar ritme aangeeft? Voor dat vertrouwen heb je inzicht en kennis nodig. Inzicht in hoe jouw baby zich voelt en zich gedraagt. Kennis over zijn of haar slaap- en hongersignalen. Die kennis komt met de weken, of maanden. Probeer in plaats van op een app gefocust te zijn, te ontdekken wanneer je babytje aangeeft wat zijn of haar behoeftes zijn. Je zult zien dat je daar veel sneller van leert dan van een strak schema bijhouden.

Soms zijn het maar hele kleine signalen, die je baby laat zien. Als je goed naar je baby kijkt, kun je zien dat hij een zuigbeweging maakt met zijn lipjes, of begint te sabbelen op een vuistje of vinger. Een mondje dat open en dicht gaat, een hoofdje dat van links naar rechts draait, of het zuigen op je vinger of een fopspeen: allemaal tekenen dat je kindje trek heeft. Die signalen staan los van het voedingsschema.

Wel of geen slaapschema?

Slaap. Nog zo’n onderwerp waar je je helemaal in kunt verliezen en van slaapschema naar slaapschema kunt zoeken online (been there…). Vooral midden in de nacht is het afstruinen van forums een nuttige bezigheid, denk je op dat moment van slaapgebrek en/of radeloosheid.

Ook hier hielp het ons om in alle rust ons kindje te leren in de weken na zijn geboorte. Om goed te kijken naar hoe hij zich gedroeg. Vaak was huilen een van de laatste signalen als Sam echt oververmoeid of overprikkeld was: hij had juist veel andere manieren om te laten merken dat hij moe werd. Nu hij ouder is wordt het nog makkelijker om slaperigheid te herkennen: hij begint in zijn ogen te wrijven, friemelen aan een doek of speentje, krijgt kleine oogjes en staart wat voor zich uit.

Een slaapschema kan je inzicht geven. Besef wel: je baby is uniek. Probeer de behoeften van jouw kindje als uitgangspunt te nemen, en niet het slaapschema dat je op internet hebt gevonden. Probeer de signalen van je baby te herkennen. Jij weet het beste wat jouw baby nodig heeft om te kunnen slapen. Dat kan betekenen dat je het ene moment een ontroostbaar huilende baby bij je neemt, en op het andere moment het even aankijkt als je baby aan het jengelen is uit vermoeidheid