Sinds 2020 hebben partners in Nederland recht op aanvullend geboorteverlof. Na de eerste week geboorteverlof kunnen vaders en partners maximaal vijf extra weken verlof opnemen. Tijdens die weken krijgen ze via UWV 70 procent van hun dagloon.
Op papier klinkt dat als een belangrijke stap vooruit. Meer tijd voor vaders en partners in die eerste, vaak overweldigende periode. Meer ruimte voor moeders om te herstellen. Meer kans om de zorg voor een baby vanaf het begin eerlijker te verdelen.
Deze vaders nemen minder vaak verlof op
Toch blijkt uit recent onderzoek van economen Zichen Deng en Coen van de Kraats dat lang niet alle vaders gebruikmaken van die regeling. Gemiddeld neemt 59 procent van de vaders aanvullend geboorteverlof op. Vooral vaders met een laag inkomen én vaders met een hoog inkomen doen dat minder vaak.
Niet altijd omdat ze dat niet willen. Soms simpelweg omdat het financieel niet kan, of omdat het op werk nog steeds voelt alsof verlof opnemen iets is waar je je voor moet verantwoorden.
Moeders gaan meer verdienen, zorg wordt gelijker
En dat terwijl bij gezinnen waarbij een vader met ouderschapsverlof gaat, de moeder later meer geld verdient dan in gezinnen waar de vader geen ouderschapsverlof opneemt. Dat blijkt uit het eerste grootschalige onderzoek naar het betaalde ouderschapsverlof in Nederland.
De verklaring? Doordat mannen die met ouderschapsverlof gaan, vaker deeltijd gaan werken dan andere vaders. Daarmee wordt de takenverdeling thuis gelijkwaardiger tussen twee ouders. En dat maakt het mogelijk voor de partner (veelal vrouwen) om meer uren betaald te gaan werken, in plaats van de onbetaalde zorgtaken thuis.
De verdeling thuis begint vroeg
In veel gezinnen ontstaat de verdeling van zorg al in die eerste weken. Degene die thuis is, weet al snel alles. Waar de hydrofiele doeken liggen. Hoe laat de baby meestal wil drinken. Welke romper nog past. Wanneer de volgende afspraak bij het consultatiebureau is. Zonder dat je het doorhebt, wordt één ouder de hoofdouder of primaire verzorger. Vaak is dat de moeder.
Natuurlijk verschilt dit per gezin. Er zijn vaders die vanaf dag één volop meedraaien en moeders die juist snel weer willen werken. Maar als één ouder veel meer tijd krijgt om te oefenen dan de ander, is het niet gek dat de zorg ook daarna scheef kan blijven. Daarom is geboorteverlof niet alleen een arbeidsvoorwaarde. Het gaat ook over hoe je ouderschap vanaf het begin vormgeeft.
Niet iedereen kan 30 procent inkomen missen
Dat vaders verlof kúnnen opnemen, betekent nog niet dat het voor iedereen haalbaar is. Een uitkering van 70 procent van het dagloon kan voor sommige gezinnen prima te overzien zijn.
Voor andere gezinnen is 30 procent minder inkomen veel te veel. Zeker in een periode waarin er juist extra kosten bijkomen. Luiers, babyspullen, misschien minder werken, misschien kinderopvang die al geregeld moet worden.
Voor gezinnen met een lager inkomen is verlof opnemen dan geen keuze over hechting en vaderschap, maar een rekensom. Kunnen we dit missen? Redden we het deze maand? Bij hogere inkomens kan weer iets anders meespelen. Omdat de uitkering wordt berekend tot een maximumdagloon, kan het inkomensverlies relatief groot zijn. Ook werkdruk, verantwoordelijkheden en bedrijfscultuur kunnen meespelen.
“We zien dat vaders vaker verlof opnemen als hun werkgever de uitkering aanvult”, zegt onderzoeker Justus van Kesteren. “En we zien dat moeders aangeven dat het verlof bijdraagt aan een betere balans tussen werk en privé.”
Vaders zijn geen oppas
We zeggen steeds vaker dat vaders meer betrokken moeten zijn. Dat zorg eerlijker verdeeld moet worden. Dat moeders niet automatisch degene hoeven te zijn die alles dragen. Dat zijn belangrijke gesprekken. Alleen schuurt het wanneer we vaders wél oproepen om meer te zorgen, maar tegelijk niet genoeg kijken naar wat daarvoor nodig is.
Een vader die thuisblijft met zijn baby, is niet aan het oppassen. Hij is ouder. Een partner die verlof opneemt, doet niet iets extra’s of bijzonders, maar neemt zijn plek in binnen het gezin.
Wanneer vaders vanaf het begin ruimte krijgen om te zorgen, verandert er iets. Ze leren hun kind kennen zonder dat iemand steeds over hun schouder meekijkt. Moeders hoeven niet alles uit te leggen of voor te doen. Er ontstaat meer vertrouwen, meer gelijkwaardigheid en meer vanzelfsprekendheid.
How About Dad: in gesprek met vaders
Wat willen we normaal maken?
Misschien is dit wel de belangrijkste vraag: wat vinden we normaal na de geboorte van een kind? Vinden we het normaal dat moeders herstellen terwijl ze ondertussen het grootste deel van de zorg dragen? Vinden we het normaal dat vaders na een paar dagen of weken alweer op werk worden verwacht alsof er thuis niet net een heel nieuw leven is begonnen? Vinden we het normaal dat tijd met je pasgeboren baby afhankelijk is van hoeveel inkomen je kunt missen?
Als we willen dat ouderschap gelijkwaardiger wordt, moeten we niet alleen naar gezinnen kijken. Dan moeten we ook kijken naar werkgevers, verlofregelingen en de manier waarop we over zorg praten. De vraag is dus niet alleen of vaders meer moeten zorgen. De vraag is vooral of we het ze echt mogelijk maken.
Tijd met je baby is geen extraatje. Het is de basis van ouderschap. En die basis zou niet alleen bereikbaar moeten zijn voor gezinnen die het zich kunnen veroorloven.
Meer lezen op How About Mom?
De bevalboete: korting op zwangerschapsverlof van de baan
Bron:
Aanvullend geboorteverlof vooral populair bij middeninkomens – Erasmus University Rotterdam
Moeders gaan meer verdienen als de vader met verlof gaat, toont nieuw onderzoek
Ouderschapsverlof voor vaders: onderbenut, maar cruciaal voor gelijkheid?


